<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:320</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-24T14:38:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10248097_E18012023</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_internationaalPrivaatrecht">Civiel recht; Internationaal privaatrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:320">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:320</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-24T14:37:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:320 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-01-2023 / 10248097_E18012023</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:320:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>IPR + verstek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:320:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 10248097 CV EXPL 22-3193</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis d.d. 18 januari 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Delta Marina B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te (4484 NV) Kortgene, aan het adres Veerdam 3, </para>
      <para>eiseres,  </para>
      <para>gemachtigde: mr. C.A.M.H. Vink, advocaat te ’s-Hertogenbosch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonadres] , </para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 4 november 2022 met producties.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Nu eiseres is gevestigd in Nederland en gedaagde woonachtig is in België, draagt de vordering een internationaal karakter en dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De Nederlandse rechter is op grond van artikel 24 lid 1 van de in deze zaak toepasselijke Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis) bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen, aangezien de gehuurde ligplaats in Nederland is gelegen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>Vervolgens is aan de orde de vraag welk recht op onderhavige geschil van toepassing is. Partijen hebben in artikel 17 van de toepasselijke Hiswa algemene voorwaarden huur en verhuur lig- en/of bergplaatsen een rechtskeuze gemaakt van het Nederlandse recht. </para>
        <para>Op grond van artikel 3 lid 1 van de Verordening (EG) Nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) is het Nederlandse recht in deze zaak van toepassing. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen, behoudens het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>De wettelijke rente zal worden toegewezen zoals hieronder vermeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>De kantonrechter zal de gevorderde kosten aangetekende verzendingen van € 25,10 afwijzen. Deze kosten komen niet voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking, omdat deze kosten geacht worden te zijn begrepen in de toe te wijzen buitengerechtelijke incassokosten.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <parablock>
        <para>Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten worden tot op heden begroot op:</para>
        <para>€ 268,33	explootkosten en kosten betekening buitenlands exploot</para>
        <para>€ 218,00	salaris gemachtigde</para>
        <para>€ 487,00	griffierecht</para>
        <para>€ 399,30	vertaalkosten</para>
        <para>totaal € 1.372,63.</para>
        <para>De gevorderde wettelijke rente over deze proceskosten zullen worden toegewezen vanaf de 15de dag na de datum van betekening van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>Overeenkomstig het bepaalde in artikel 53 Brussel I bis zal het certificaat worden verstrekt in de vorm van het in bijlage I van deze verordening opgenomen standaardformulier, zoals bij dit vonnis gevoegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 2.823,64, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.791,44 vanaf 23 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.372,63, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de 15de dag na de datum van betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>