<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:2962</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-03T14:01:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/407438 / JE RK 23-452</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2962">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2962</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-03T13:18:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2962 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-04-2023 / C/02/407438 / JE RK 23-452</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2962:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzen verlenging ondertoezichtstelling ivm gezagsbeëindiging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2962:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens	: C/02/407438 / JE RK 23-452</para>
      <para>datum uitspraak: 19 april 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking verlenging ondertoezichtstelling </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, </bridgehead>
    <para>hierna te noemen de Gecertificeerde Instelling (GI), gevestigd te Roosendaal, </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [minderjarige] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats],</para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de vader], </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende in [woonplaats 1],</para>
      <para>hierna te noemen de vader, </para>
      <para>advocaat: mr. Z. Yeral, advocaat te Roosendaal, </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de moeder], </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende in [woonplaats 2],</para>
      <para>hierna te noemen de moeder, </para>
      <para>advocaat: mr. N. van Vliet, advocaat te Breda.	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <para>- het verzoek met bijlagen van de GI van 9 maart 2023, ingekomen bij de griffie op </para>
      <para>14 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 april 2023 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. </para>
      <para>Verschenen zijn:<?linebreak?>-	de advocaat van de vader;<?linebreak?>-	de moeder en haar advocaat;<?linebreak?>-	een vertegenwoordigster van de Raad;<?linebreak?>-	een vertegenwoordiger van de GI (via Teams).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 15 april 2023 is [minderjarige] gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de nauwe samenhang tussen onderhavige zaak en de ter griffie onder nummer C/02/407438 / JE RK 23-452 ingeschreven zaak, zijn deze zaken door de rechtbank gelijktijdig behandeld. In beide zaken wordt een afzonderlijke beschikking afgegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige] verblijft bij de moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 9 mei 2019 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 9 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De GI heeft verlenging van de ondertoezichtstelling verzocht voor de duur van drie maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De standpunten </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de GI is ter nadere onderbouwing van het verzoek ter zitting naar voren gebracht dat</para>
      <para>een verlenging van de ondertoezichtstelling alleen wordt gevraagd voor het geval het</para>
      <para>verzoek tot beëindiging van het gezag van de vader niet wordt toegewezen.</para>
      <para>Wanneer de moeder alleen is belast over het gezag over [minderjarige] zijn er geen doelen meer om</para>
      <para>aan te werken in het kader van de ondertoezichtstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door en namens de moeder wordt gesteld dat er geen bezwaar is tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling zolang er sprake is van gezamenlijk gezag. Wanneer de moeder alleen is belast met het gezag, voordat de huidige ondertoezichtstelling afloopt, bestaat er geen belang meer bij een verlenging van de ondertoezichtstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de vader is aangegeven dat hij zich refereert aan het oordeel van de kinderrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige] denkt dat een ondertoezichtstelling niet langer nodig is als de moeder alleen de beslissingen over haar neemt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>
      <?linebreak?>Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:</para>
    <para>a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;</para>
    <para>b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 1:260 BW kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter overweegt als volgt.</para>
      <para>In de zaak met nummer C/02/407438 / JE RK 23-452 heeft de rechtbank bij beslissing van 19 april 2023 beslist dat het gezag van de vader wordt beëindigd. Daardoor is de moeder alleen met het gezag over [minderjarige] belast. Uit de stukken en de mondelinge behandeling volgt dat er in dat geval geen sprake meer is van doelen die in het kader van de ondertoezichtstelling behaald moeten worden. Daarmee heeft de GI geen belang meer bij haar verzoek en zal dit worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 april 2023 door mr. Combee, kinderrechter, in tegenwoordigheid van Van Beijsterveldt, als griffier.</para>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 1 mei 2023.  </para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>'s-Hertogenbosch </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>