<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:2939</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-04T09:55:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10228053 CV EXPL  22-3719 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2939">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2939</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-03T16:38:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2939 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-04-2023 / 10228053 CV EXPL  22-3719 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2939:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurzaak. Gevorderde huurachterstand wordt, na eisvermindering,  toegewezen. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2939:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10228053 \ CV EXPL  22-3719</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 26 april 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE VERENIGING MET VOLLEDIGE RECHTSBEVOEGDHEID LAURENTIUS</emphasis>, </para>
      <para>te Breda,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen:  Laurentius,</para>
      <para>gemachtigde: LAVG Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] , </title>
    <parablock>
      <para>2. <emphasis role="bold">[gedaagde sub 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding <?linebreak?>- de conclusie van antwoord <?linebreak?>- de akte van Laurentius, tevens houdende vermindering van eis <?linebreak?>- de akte van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Laurentius heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen tot betaling van de bedragen zoals in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de proceskosten. De hoofdsom bestaat volgens de dagvaarding – samengevat – uit een bedrag aan huurachterstand en een bedrag met betrekking tot (vervanging van) een aanrechtblad. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben – kort gezegd – verweer gevoerd tegen het deel van de vordering dat gaat over het aanrechtblad en hebben erkend dat er inderdaad een huurachterstand bestaat. Zij geven hierbij aan dat ze van de gevorderde huurachterstand inmiddels nog een bedrag van in totaal € 140,- hebben betaald.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Laurentius heeft vervolgens haar eis verminderd omdat zij erkent dat het deel van de vordering dat gaat over het aanrechtblad inderdaad niet klopt. Daarbij heeft ze ook de vordering voor wat betreft de rente en de kosten verminderd. Ook heeft Laurentius haar eis verminderd vanwege de betalingen van in totaal € 140,- van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . Na alle wijzigingen van eis vordert Laurentius dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 138,88 hoofdsom, € 53,73 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 6,66 aan rente, met veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de proceskosten, waaronder ook de nakosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] erkennen de gevorderde huurachterstand en geven aan dat ze het niet eerlijk vinden als alle proceskosten voor hun rekening komen, aangezien er aan beide kanten fouten zijn gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De kantonrechter beslist dat de vordering van € 138,88 aan hoofdsom wordt toegewezen, omdat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben erkend dat deze juist is en deze vordering ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ook de (verminderde) vordering van € 53,73 (inclusief btw) aan buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen. De kantonrechter overweegt hierbij dat dit bedrag overeenkomt met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en dat Laurentius voldoende onderbouwd heeft gesteld dat zij een brief heeft gestuurd aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] die voldoet aan de eisen van de wet (artikel 6:96 lid 6 BW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst ook de gevorderde verschenen wettelijke rente van € 6,66 toe en de wettelijke rente over € 138,88 vanaf 5 november 2022 tot aan de dag dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] dit bedrag hebben betaald. Deze rente is niet weersproken door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn deze rente op grond van de wet verschuldigd (artikel 6:119 BW).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Dit betekent dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- hoofdsom </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>138,88 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- buitengerechtelijke incassokosten</para>
                <para>- rente</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>53,73</para>
                <para>6,66</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>+</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>totaal </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>199,27</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- betalingen</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>0,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>-/-</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>199,27</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden in de proceskosten veroordeeld, omdat zij de gevorderde huurachterstand onbetaald hebben gelaten en Laurentius hierdoor een procedure is gestart. De kantonrechter houdt bij het vaststellen van de salariskosten voor de gemachtigde van Laurentius wel rekening met het toegewezen bedrag aan hoofdsom, dat lager is dan het bedrag dat eerst bij dagvaarding is gevorderd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tot aan dit vonnis worden de proceskosten als volgt vastgesteld:</para>
      </parablock>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>129,74</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>128,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>58,50</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(1,5 punten van € 39,-)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>316,24</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>De nakosten zullen op de in de beslissing weergegeven wijze worden begroot.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst de hiervoor genoemde veroordelingen hoofdelijk toe, wat betekent dat als de ene gedaagde een bedrag heeft betaald aan Laurentius, de andere gedaagde dit bedrag niet meer aan Laurentius hoeft te betalen. Deze hoofdelijkheid houdt ook in dat Laurentius ervoor kan kiezen om het gehele vonnis bij één van de gedaagden ten uitvoer te laten leggen. In dat geval dient die aangesproken gedaagde het gehele toegewezen bedrag (inclusief proceskostenveroordeling) te betalen aan Laurentius en is het aan gedaagden zelf om dit onderling te verdelen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk om aan  Laurentius te betalen een bedrag van € 199,27, te vermeerderen met de wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW) over € 138,88 vanaf 5 november 2022 tot de dag van betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van  Laurentius tot dit vonnis vastgesteld op € 316,24,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk in de kosten die zijn ontstaan na dit vonnis, begroot op € 19,50 aan salaris gemachtigde, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan en de explootkosten van betekening van dit vonnis, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2023.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>