<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:2822</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-25T14:11:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-049548-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2822">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2822</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-25T11:46:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2822 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 25-04-2023 / 02-049548-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2822:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Jeugdstrafrecht. Groepsgeweld op Schouwen-Duiveland in de zomer van 2021. Veroordeling voor openlijke geweldpleging. Geen overschrijding van de redelijke termijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2822:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-049548-22  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 25 april 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de (destijds) minderjarige</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [woonadres] , </para>
      <para>raadsman mr. G. Veen, advocaat te ’s-Heer Arendskerke.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 17 maart 2023, waarbij de officier van justitie, mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 11 april 2023. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 4 augustus 2021 te Scharendijke openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Op de beelden en uit het procesdossier blijkt de groepsdynamiek duidelijk. De groep is als geheel bezig om een jongen in elkaar te slaan en hitst elkaar op. Verdachte bekent dat hij heeft geslagen. Daarnaast stond hij er omheen, liet hij de situatie gebeuren en heeft hij zich niet gedistantieerd. Daarmee heeft hij een aandeel gehad in het geheel. Hij is daarmee verantwoordelijk voor het groepsgeweld dat heeft plaatsgevonden en daarmee kan  wettig en overtuigend worden bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging in vereniging tegen [slachtoffer 1] . Ten aanzien van [slachtoffer 2] ziet de officier van justitie geen aandeel van verdachte, waardoor hij voor dat deel kan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging brengt naar voren dat bewezen kan worden dat verdachte heeft deelgenomen aan de openlijke geweldpleging richting [slachtoffer 1] , maar wijst hierbij uitdrukkelijk op de kleine rol die verdachte in het geheel heeft gehad. Hij heeft slechts één klap geprobeerd te geven, waarbij niet duidelijk is of dit raak was en verder heeft hij geprobeerd de situatie te de-escaleren. Ten aanzien van het geweld richting [slachtoffer 2] kan het aandeel van verdachte niet worden bewezen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>Voor een bewezenverklaring van openlijk geweld in vereniging moet sprake zijn van het openlijk en met verenigde krachten plegen van geweld tegen in dit geval personen en dat verdachte daaraan een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank de navolgende feiten en omstandigheden vast. <?linebreak?>Op 4 augustus 2021 zijn aangever [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) en [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) op het strand te Scharendijke, nabij [beachclub] , zodoende de openbare weg. Op enig moment is [slachtoffer 2] naar [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) gelopen, die op dat moment op de trap bij de reddingsbrigade zat. [slachtoffer 2] heeft [medeverdachte 1] aangesproken en heeft zijn arm om de nek van [medeverdachte 1] geslagen. [medeverdachte 1] heeft dit kennelijk ervaren als vastpakken en een klap geven op het achterhoofd, waarna hij hierop heeft gereageerd en er een gevecht is gestart tussen hen beiden. Andere jongens, met wie [medeverdachte 1] ter plaatse was (medeverdachten), zijn hierop aangeslagen en hebben zich gemengd in het gevecht. [slachtoffer 1] is gebeld dat hij naar het gebouw van [beachclub] moest komen. Daar aangekomen trof hij het gevecht aan. Hij heeft [slachtoffer 2] willen helpen, is zich met het gevecht gaan bemoeien en is op de grond terecht gekomen. Op de videobeelden, zoals tijdens de mondelinge behandeling ter zitting getoond en omschreven door de verbalisant op 12 augustus 2021, is waargenomen dat [slachtoffer 2] door meerdere jongens op het strand in elkaar wordt geslagen en dat [slachtoffer 1] [medeverdachte 2] naar achteren trekt, zij samen op de grond belanden en [medeverdachte 2] [slachtoffer 1] slaat. Op andere tijdens de zitting getoonde videobeelden (waarvan de waarnemingen zijn vastgelegd in het proces-verbaal van 11 augustus 2021) is waargenomen dat [medeverdachte 1] een fles op de rug van [slachtoffer 2] kapot slaat en dat [medeverdachte 3] een jongen schopt. [slachtoffer 2] herkent verdachte en medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] als zijnde betrokken bij de vechtpartij. Ook verdachte herkent tijdens de zitting zichzelf op de beelden, hij bevestigt dat hij [slachtoffer 1] heeft geslagen. [slachtoffer 2] heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] te helpen en toen is [slachtoffer 2] door [medeverdachte 1] met een glazen wijnfles op zijn rug geslagen. Het is zodoende een situatie geworden waarbij meerdere jongens, waaronder verdachte, geweld hebben uitgeoefend op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Gelet op deze omstandigheden en feiten kan worden vastgesteld dat er sprake is geweest van geweld tegen personen in het openbaar. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">In vereniging</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de bewijsmiddelen is komen vast te staan dat er een gevecht heeft plaatsgevonden tussen de groep van verdachte en medeverdachten tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . De geweldshandelingen gericht tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] vonden ongeveer gelijktijdig plaats en kunnen gezien worden als één incident en één vechtpartij, gelet op de wijze waarop [slachtoffer 1] betrokken is geraakt en slachtoffer is geworden. De groep verdachten heeft zich gekeerd tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zodat die handelingen niet los van elkaar kunnen worden gezien. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of verdachte en de medeverdachten in vereniging hebben gehandeld. Geweld wordt in vereniging gepleegd als de dader nauw en bewust samenwerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een ‘significante of wezenlijke bijdrage’ aan de openlijke geweldpleging levert. Deze bijdrage kan onder andere bestaan uit het verrichten van één of meer gewelddadige handelingen. Voor de rechtbank staat vast dat verdachte een rol heeft gehad in het geweld door zich in het geweld te mengen en te slaan. Verdachte maakte daarmee onderdeel uit van de groep die geweld pleegde. Hij heeft de groep getalsmatig vergroot en meegedaan met de uitoefening van het geweld. Zijn aandeel in de uitoefening van het geweld in het openbaar is daarmee gegeven. Voldoende is komen vast te staan dat de geweldshandelingen als groep zijn uitgevoerd, zoals ook door [medeverdachte 1] is verklaard. Gelet op het voorgaande wordt voldaan aan het onderdeel “in vereniging” en kan dit bewezen worden verklaard. Nu sprake is van openlijk geweld in vereniging gepleegd, is de verdachte ook aansprakelijk voor de gedragingen van de mededaders tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Voor een bewezenverklaring van het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen is immers niet vereist dat de verdachte zelf alle feitelijke handelingen heeft verricht.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op voorgaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met de medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 4 augustus 2021 te Scharendijke, gemeente Schouwen-Duiveland, op de openbare weg, </para>
        <para>openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen <emphasis role="italic">[slachtoffer 1]</emphasis> en [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit het meermalen schoppen/<emphasis role="italic">trappen</emphasis> en slaan/stompen tegen de hoofden/gezichten en/of de lichamen van die <emphasis role="italic">[slachtoffer 1]</emphasis> en [slachtoffer 2] en het kapotslaan van een fles op de rug van die [slachtoffer 2] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert een werkstraf van 40 uur met aftrek van voorarrest.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging wijst op de positieve persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals ook blijkt uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Daarnaast is er reeds anderhalf jaar verstreken sinds de pleegdatum en hier dient in strafmatigende zin rekening mee gehouden te worden. Een werkstraf is een zware belasting voor verdachte in verband met zijn werk en school. Een geldboete zoals geadviseerd door de Raad is de meest passende strafafdoening, waarbij gedacht kan worden aan een bedrag tussen de € 500,- en </para>
        <para>€ 700,-. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een geweldsdelict, te weten een openlijke geweldpleging. De twee slachtoffers hebben hierdoor pijn ondervonden en letsel opgelopen. Het gaat om zinloos (uitgaans)geweld dat onder invloed van alcohol is gepleegd en met een overmacht van meerdere personen tegen twee personen. Dergelijk geweld maakt inbreuk op de lichamelijke integriteit en zorgt voor gevoelens van onveiligheid bij de slachtoffers. Dit geweld zorgt in het algemeen ook voor een gevoel van onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij bij dit geweldsdelict betrokken is geraakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij uitsluitend een strafbeschikking in de vorm van een geldboete heeft gekregen voor het overtreden van de Wegenverkeerswet 1994. Hierdoor is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 8 maart 2023 en de toelichting van de Raad ter terechtzitting. Hieruit volgt dat er veel beschermende factoren zijn in het leven van verdachte die een bijdrage leveren aan het voorkomen van herhaling, zoals op de gebieden opleiding, werk en de thuissituatie. Er komen geen bijzonderheden naar voren wat betreft het psychosociaal gedrag of de geestelijke toestand van verdachte. De Raad vindt een geldboete de meest passende afdoening. Dit wijkt af van de adviezen voor de medeverdachten, maar elke zaak wordt door de Raad als een losstaande zaak beoordeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Redelijke termijn</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat in art. 6, eerste lid, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn is in het geval van verdachte aangevangen op 11 augustus 2021, de dag van zijn aanhouding en eerste verhoor.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als uitgangspunt heeft in deze zaak, waarin het strafrecht voor jeugdigen is toegepast, te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen 16 maanden nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van een zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn advocaat op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. De rechtbank stelt gelet op de omvang van het procesdossier, de hoeveelheid medeverdachten met ieder eigen advocaten en de invloed hiervan op de planning en de voortvarende behandeling van de strafzaak, vast dat sprake is van dergelijke bijzondere omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn niet is overschreden nu deze omstandigheden een langere duur van de procedure rechtvaardigen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafmaat</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft naast het voorgaande acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS voor minderjarigen en neemt de daarin vermelde straf voor openlijk geweld tegen personen, te weten een taakstraf van 40 uur, als uitgangspunt. Dit in combinatie met de relatief beperkte rol van verdachte en de wetenschap dat verdachte reeds een dag in voorarrest heeft doorgebracht maakt dat de rechtbank – alles afwegend – een werkstraf van 30 uur met aftrek van de dag die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht passend en geboden acht. Deze straf zal daarom worden opgelegd aan verdachte. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 63, 77a, 77g, 77m, 77n en 141 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, meermalen gepleegd</emphasis>;</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een werkstraf van 30 uren;</emphasis></para>
    <para />
    <para>- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende jeugddetentie</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">15 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">- </emphasis>bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf naar rato van 2 uur per dag;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R. de Jong, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. G.H. Nomes en mr. N.C.W. Haesen rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.M.P. van Ginneke, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. De Jong is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>