<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:2590</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-19T08:41:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/041536-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2590">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2590</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-18T16:05:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2590 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-04-2023 / 02/041536-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2590:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte wordt veroordeeld voor overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet. Door te hard te rijden en een verkeerslicht dat op rood staat over het hoofd te zien, heeft verdachte in aanmerkelijke mate schuld gehad aan het ontstane ongeval. Het slachtoffer heeft hier zwaar lichamelijk letsel door opgelopen. Vanwege verdachte haar positieve proceshouding en optreden direct na het ongeval legt de rechtbank een lagere straf op dan in de LOVS-oriëntatiepunten wordt omschreven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2590:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/041536-22  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 18 april 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1960 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [woonadres] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman mr. G. Demir, advocaat te Gilze.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 april 2023, waarbij de officier van justitie, mr. L.J. den Braber, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval, waardoor zwaar lichamelijk letsel werd veroorzaakt, subsidiair ten laste gelegd als het veroorzaken van gevaar op de weg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde en baseert zich daarbij op de bewijsmiddelen in het dossier. Zij gaat daarbij uit van aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend handelen en zwaar lichamelijk letsel.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van het primair ten laste gelegde, waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Ten aanzien van het ontstaan van letsel waaruit tijdelijke verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de bewijsmiddelen in het dossier stelt de rechtbank vast dat verdachte op          1 december 2021 in Tilburg met haar auto over de Ringbaan-Noord heeft gereden. Zij reed met een snelheid gelegen tussen de 66 en 71 kilometer per uur, terwijl op de Ringbaan-Noord een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur is toegestaan. Verdachte is vervolgens de kruising met de Oude Lind opgereden terwijl het verkeerslicht dat voor haar gold, rood licht uitstraalde. Als gevolg hiervan is verdachte met haar auto in aanrijding gekomen met het [slachtoffer] , waardoor deze laatste lichamelijk letsel opgelopen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de combinatie van de gedragingen van verdachte maakt dat zij zich aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig heeft gedragen. Daarom is sprake van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet, zoals primair ten laste is gelegd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De raadsman heeft betoogd dat het delictsbestanddeel zwaar lichamelijk letsel niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank overweegt hierover als volgt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In zijn algemeenheid geldt dat bij de beantwoording van de vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel in ieder geval factoren meewegen als de aard van het letsel, de noodzaak en aard van het medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [slachtoffer] heeft als gevolg van het ongeval een open breuk in zijn onderbeen opgelopen, waarvoor een operatie noodzakelijk was. De geschatte genezingsduur was drie tot zes maanden. Ter zitting is door verdachte verklaard dat zij na het ongeval contact heeft gehad met [slachtoffer] , waarbij hij verklaarde zes weken te hebben moeten revalideren. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad geldt in de regel dat indien sprake is van een fractuur die operatief ingrijpen van een zekere ernst noodzakelijk maakt, die fractuur, vanwege de noodzaak en de aard van het medisch ingrijpen, als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt. De rechtbank acht zwaar lichamelijk letsel dan ook bewezen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen primair aan haar ten laste is gelegd.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 1 december 2021 te Tilburg, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Ringbaan-Noord, naderende de kruising met de Oude Lind, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend en met een snelheid van tussen de 66 en 71 kilometer per uur, ter plaatse waar een driekleurig verkeerslicht voor het in haar, verdachtes, richting rood licht uitstraalde, door het rode licht is gereden, (zulks) terwijl een scooter die kruising opreed, (mede) waardoor het door haar, verdachte, bestuurde motorrijtuig in aanrijding is gekomen met die scooter, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een</para>
        <para>open breuk in een onderbeen, werd toegebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 80 uur, te vervangen door 40 dagen hechtenis. Daarnaast vordert zij een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en haar proceshouding. Verzocht wordt een taakstraf aan verdachte op te leggen en daarbij een lagere taakstraf op te leggen dan de oriëntatiepunten als uitgangspunt geven omdat een taakstraf voor verdachte, gelet op haar werk, een extra zware belasting vormt. Ook wordt verzocht een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen omdat zij haar auto nodig heeft voor haar werk.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich als bestuurder van een auto aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gedragen door met een te hoge snelheid een kruising te naderen en op te rijden, waarbij zij bovendien een voor haar rood uitstralend verkeerslicht over het hoofd heeft gezien. Als gevolg daarvan is verdachte in aanrijding gekomen met [slachtoffer] die op zijn scooter eveneens de kruising op reed. [slachtoffer] heeft daarbij zwaar lichamelijk letsel opgelopen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van verdachte. Hieruit volgt dat zij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. Ook houdt de rechtbank rekening met de leeftijd van verdachte, de financiële en familie problemen die bij haar spelen en het nodige van haar vragen en met het feit dat zij haar auto nodig heeft voor haar werk.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast houdt de rechtbank in strafverminderende zin rekening met de proceshouding van verdachte en de wijze waarop zij heeft gehandeld kort na het ongeval. Zij is direct uit de auto gestapt en heeft zich om [slachtoffer] bekommerd. Later heeft verdachte contact opgenomen met [slachtoffer] om te vragen hoe het met hem ging. Ook heeft zij een verzoek gedaan tot mediation. Door zo op te treden, heeft verdachte gehandeld zoals men van iemand mag verwachten na het veroorzaken van een dergelijk ongeval. Verdachte heeft verklaard veel last te hebben van hetgeen is gebeurd en komt authentiek over in haar verklaringen. Ter zitting heeft verdachte, ondanks haar verklaring dat zij niet meer weet of zij te hard heeft gereden of een  rood uitstralend verkeerslicht over het hoofd heeft gezien, toch aanvaard wat er is gebeurd en haar verantwoordelijkheid genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is gelet op al het voorgaande van oordeel dat een taakstraf van 40 uur en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 1 jaar passend en geboden zijn. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht;</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 40 (veertig) uur</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende  hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">20 (twintig) dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijkomende straf</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 1 (één) jaar</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de voorwaardelijke rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. Brouwer, voorzitter, mr. E.B. Prenger en                  mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.E.A.M. van der Ven                - van de Riet, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 18 april 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mrs. Verschueren en Van der Ven - van de Riet zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>