<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:2537</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-18T00:45:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-116948-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2537">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2537</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-17T13:25:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2537 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-04-2023 / 02-116948-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2537:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Jeugdrecht. Veroordeling medeplegen overval op Aldi te Zierikzee, diefstal en vernieling. Bekennende verdachte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2537:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-116948-22  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 17 april 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen de minderjarige</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag 1] 2005 te [geboorteplaats 1] ,</para>
      <para>wonende te [woonadres] ,</para>
      <para>raadsman mr. N.A. Koole, advocaat te Middelburg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 3 april 2023, waarbij de officier van justitie mr. H.G. Klootwijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:<?linebreak?>1) op 29 januari 2022 samen met anderen of alleen een overval heeft gepleegd op de Aldi te Zierikzee ;<?linebreak?>2) op 5 mei 2022 samen met anderen bij Albert Heijn twee flessen alcohol heeft gestolen;<?linebreak?>3) op 26 maart 2022 een bloempot heeft vernield.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan. Zij baseert zich daarbij op de aangiftes, op de bekennende verklaring van verdachte dat hij deze feiten heeft gepleegd en de getuigenverklaringen en (beschrijving van) de camerabeelden. Bij feit 1 kan medeplegen worden bewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging refereert zich ten aanzien van de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van het bedrag van € 6.300,00 voor de tabakswaren in feit 1. Dit kan niet bewezen worden verklaard.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>Verdachte heeft de tenlastegelegde feiten bekend, met uitzondering van het bedrag van </para>
          <para>€ 6.300,00 voor de tabakswaren in feit 1. Op grond van de bekennende verklaring van verdachte en de overige bewijsmiddelen kunnen alle tenlastegelegde feiten bewezen worden verklaard.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is net als de raadsman van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte en zijn medeverdachten voor € 6.300,00 aan tabakswaren hebben weggenomen. Dit is een schatting van de sales manager van de Aldi en is op geen enkele wijze onderbouwd. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1</para>
        <para>op 29 januari 2022 te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland tezamen en in vereniging met anderen, een geldbedrag en tabakswaren die aan Aldi (gelegen aan de [filiaal] ), toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan <emphasis role="italic">en</emphasis> vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld door verdachte en/of zijn mededaders, tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door</para>
      </parablock>
      <para>- voorzien van een bivakmuts en/of masker en/of muts en/of capuchon voornoemde winkel te betreden en</para>
      <para>- tegen die [slachtoffer 1] dreigend te roepen en</para>
      <para>- de woorden toe te voegen "meekomen jij" en "kassa openmaken" en "opschieten" en "sigarettenrek open" en "meehelpen" en</para>
      <para>- een mes zichtbaar vast te houden en</para>
      <para>- die [slachtoffer 1] bij zijn linkerschouder te pakken en vervolgens te duwen in de richting van de kassa;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>2</para>
        <para>op 5 mei 2022 te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland tezamen en in vereniging met anderen, twee flessen alcohol houdende drank, die aan Albert Heijn toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3</para>
        <para>op 26 maart 2022 te Zierikzee, gemeente Schouwen-Duiveland opzettelijk en wederrechtelijk een bloempot, die aan [naam] toebehoorde heeft vernield.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een jeugddetentie van 120 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 104 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) en daarnaast een contactverbod met de medeverdachten en een locatieverbod voor de Aldi te Zierikzee . Daarnaast moet aan verdachte een werkstraf van 100 uur worden opgelegd. </para>
        <para>Zij heeft bij haar vordering rekening gehouden met de ernst van met name feit 1, met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de positieve ontwikkeling van verdachte en heeft daarom, hoewel het oriëntatiepunt voor een overval vier maanden jeugddetentie is, geen onvoorwaardelijke jeugddetentie gevorderd langer dan het voorarrest. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman van verdachte verzoekt bij het bepalen van de strafmaat, en dan met name de hoogte van de werkstraf, rekening te houden met de volgende omstandigheden:</para>
      </parablock>
      <para>- verdachte heeft open en eerlijk verklaard;</para>
      <para>- hij was niet de leider;</para>
      <para>- in de periode waarin de overval heeft plaatsgevonden ging het slecht met verdachte, omdat zijn opa kort daarvoor was overleden;</para>
      <para>- verdachte heeft een half jaar een enkelband gedragen, hetgeen niet verrekend kan worden in de straf;</para>
      <para>- verdachte heeft een dagbesteding in de vorm van een baan waarvoor hij vier dagen in de week om half zeven thuis vertrekt en pas om half zes weer thuis is, en daarnaast heeft hij één dag in de week school.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een overval op de Aldi. Zij hebben de overval van tevoren besproken en zijn op verkenning geweest. Verdachte en zijn medeverdachten zijn net voor sluitingstijd, omdat het dan rustig is, met bivakmutsen en een masker op de winkel binnen gegaan. Een van de medeverdachten heeft de aanwezige winkelmedewerker vastgepakt, naar de kassa geduwd en geroepen dat hij de kassa moest openmaken en vervolgens ook het sigarettenrek. De andere medeverdachte is naar een andere kassa gelopen om daar tabakswaren in een tas te doen. Verdachte is na binnenkomst de winkel ingelopen om drinken en etenswaren te pakken. Naast de winkelmedewerker waren er nog een winkelmedewerkster en een klant in de winkel. Verdachte heeft met zijn handelen laten zien geen enkel respect te hebben voor de integriteit van anderen en andermans goederen en eigendommen. Slachtoffers van overvallen hebben vaak langdurig psychische klachten van wat hen is overkomen. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van een van de winkelmedewerkers blijkt dit ook. De overval heeft diepe sporen bij haar nagelaten. Verdachte en zijn medeverdachten hebben haar veel angst aangejaagd. Zij ondervindt nog steeds hinder in haar dagelijkse leven. Verdachte heeft daarnaast met zijn handelen aan de Aldi schade toegebracht. Bovendien leiden overvallen tot gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving. Verdachte heeft met dit alles geen rekening gehouden en heeft slechts oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. De rechtbank neemt verdachte dit zeer kwalijk. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan diefstal van twee flessen alcohol bij Albert Heijn en heeft hij tijdens het uitgaan een bloempot vernield. Ook dit soort feiten leveren schade en overlast op en het getuigt er van dat verdachte weinig respect heeft voor de eigendommen van anderen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Blijkens een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 14 februari 2023 betreffende verdachte is hij eerder veroordeeld, maar niet voor geweldsdelicten. De diefstal bij Albert Heijn heeft plaatsgevonden tijdens een lopende proeftijd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het rapport van de Raad van 23 maart 2023 en de toelichting van de raadsvertegenwoordigster ter zitting komt naar voren dat een voorzichtige positieve ontwikkeling wordt gezien. Verdachte heeft een baan en gaat daarnaast één dag in de week naar school. Hij wil bij dit bedrijf blijven werken, weet welke opleiding daarvoor nodig is en is gemotiveerd om deze opleiding af te ronden. Verder vult hij zijn vrije tijd positief in. De Raad heeft echter ook zorgen. Zo kost het verdachte moeite om zich aan afspraken te houden, zoekt hij grenzen op en hebben zijn ouders weinig zicht op wat hij in zijn vrije tijd doet. Ook maakt de Raad zich zorgen over zijn morele ontwikkeling. Naast de in het rapport genoemde voorwaarden adviseert de Raad ook een contactverbod met de medeverdachten op te leggen. Er wordt daarbij een proeftijd van twee jaar geadviseerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter zitting heeft de jeugdreclasseerder naar voren gebracht dat het de eerste periode na de schorsing van de voorlopige hechtenis moeizaam is verlopen, mede doordat verdachte geen dagbesteding had. In overleg met de officier van justitie is er geen terugmelding gedaan. Sinds hij zijn baan bij zijn oude werkgever terug heeft, ziet de jeugdreclasseerder een positieve verandering bij verdachte, zij het dat deze nog pril is. Het is belangrijk dat hij een goede dag- en vrijetijdsbesteding heeft. De jeugdreclasseerder staat achter het advies van de Raad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit. Daarop dient in beginsel te worden gereageerd met een (forse) onvoorwaardelijke jeugddetentie. De rechtbank is net als de officier van justitie echter van oordeel dat het niet wenselijk is dat verdachte opnieuw in detentie geraakt en ziet hierin aanleiding om een jeugddetentie op te leggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Bij het bepalen van de strafmaat houdt de rechtbank er rekening mee dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. Verder weegt zij mee dat verdachte inmiddels al bijna een jaar in een schorsingstoezicht loopt waarbij hij zich aan een groot aantal voorwaarden moet houden. Hij heeft onder andere een half jaar een enkelband moeten dragen. Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. Zij zal aan verdachte een jeugddetentie van 120 dagen opleggen, met aftrek van de dagen die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Een deel van de jeugddetentie, te weten 104 dagen, zal voorwaardelijk worden opgelegd en dient als steun in de rug voor verdachte om niet opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan de voorwaardelijke jeugddetentie worden conform het advies van de Raad bijzondere voorwaarden verbonden zoals hieronder geformuleerd. De rechtbank zal daaraan een proeftijd van twee jaren verbinden. Zij ziet geen aanleiding om aan verdachte als bijzondere voorwaarde een locatieverbod voor de Aldi in Zierikzee op te leggen, zoals door de officier van justitie gevorderd. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een werkstraf van 100 uur opleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De benadeelde partijen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 1.200,00 aan immateriële schade voor feit 1, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk kan worden toegewezen met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich voor wat betreft het gevorderde bedrag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat voldoende is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door de onder 1 bewezenverklaarde overval rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De verdediging heeft dit niet betwist. Gelet op de aard van het bewezenverklaarde feit, alle omstandigheden en de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, acht de rechtbank vergoeding van € 750,00 voor geleden immateriële schade billijk. De rechtbank zal de vergoeding voor immateriële schade dan ook tot dit bedrag toewijzen en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen. Gelet op het feit dat verdachte minderjarig is zal de duur van de gijzeling op 0 dagen worden vastgesteld. Met betrekking tot het toegewezen bedrag van € 750,00 zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf 29 januari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoofdelijkheid </emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman van verdachte heeft verzocht de vordering niet hoofdelijk toe te wijzen, maar het bedrag te verdelen tussen de drie verdachten. Gelet op het contactverbod met de medeverdachten is het niet wenselijk dat verdachte met zijn medeverdachten en andersom de onderlinge betalingen moet regelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. De rechtbank ziet geen reden om van dit uitgangspunt af te wijken. Het contactverbod met de medeverdachten staat aan hoofdelijkheid niet in de weg en hoofdelijkheid is in het belang van de benadeelde. Zij heeft recht op volledige betaling van de door de rechtbank toegekende schadevergoeding. </para>
      <para>Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders is betaald, en andersom.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kostenveroordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 99,00 aan materiële schade voor feit 3, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.</para>
      <para>De door de benadeelde partij gevorderde schadevergoeding is niet betwist en de rechtbank acht deze toewijsbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen. Gelet op het feit dat verdachte minderjarig is zal de duur van de gijzeling op 0 dagen worden vastgesteld. Met betrekking tot het toegewezen bedrag van € 99,00 zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf 26 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kostenveroordeling</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Het beslag</title>
    <para>De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan Aldi te Zierikzee , omdat deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 63, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> Diefstal door twee of meer verenigde personen;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3:</emphasis> Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een jeugddetentie van 120 (honderdtwintig) dagen, waarvan 104 (honderdvier) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar; </emphasis></para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het voorwaardelijk deel van deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- stelt als bijzondere voorwaarden:</para>
    <parablock>
      <para>* dat verdachte tijdens de proeftijd actief moet meewerken aan het verkrijgen én behouden van een zinvolle dagbesteding in de vorm van scholing, stage en/of werk en een zinvolle vrijetijdsbesteding met als doel het verkrijgen en behouden van een zinvol toekomstperspectief; </para>
      <para>* dat verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met de medeverdachten [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag 2] 2005 te [geboorteplaats 2] , en [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedag 3] 2005 te [geboorteplaats 3] ; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- stelt vast dat <emphasis role="bold">van rechtswege de volgende voorwaarden</emphasis> gelden:</para>
    <parablock>
      <para>* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;</para>
      <para>* dat verdachte medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking van huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- draagt de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming west Zeeland op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een werkstraf van 100 (honderd) uren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende jeugddetentie</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">50 (vijftig) dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 29 januari 2022 tot aan de dag der voldoening;</para>
    <para>- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;</para>
    <para>- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [slachtoffer 2] </para>
    <para> (feit 1), € 750,00 (zevenhonderdvijftig euro) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 29 januari 2022 tot aan de dag der voldoening; </para>
    <para>- bepaalt dat bij niet betaling 0 (nul) dagen gijzeling kan worden toegepast;</para>
    <para>- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;</para>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel door verdachte of (een van) de mededaders de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van € 99,00 (negenennegentig euro) voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 26 maart 2022 tot aan de dag der voldoening;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para>- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [slachtoffer 3] (feit 3), € 99,00 (negenennegentig euro) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 26 maart 2022 tot aan de dag der voldoening;</para>
    <para>- bepaalt dat bij niet betaling 0 (nul) dagen gijzeling kan worden toegepast;</para>
    <para>- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de teruggave aan de Aldi te Zierikzee van de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, te weten één sigarendoos (medan) en twee sieradendozen (medan);</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.W. Haesen, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. E.J. Zuijdweg en mr. M.A.H. Kempen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P.M. Philipsen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Haesen en mr. Kempen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>