<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:2407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-30T18:25:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE-22_5016_tm_5023</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:temporal rdfs:label="Periode">
        <start rdfs:label="van">2020</start>
        <end rdfs:label="tot">2020</end>
      </dcterms:temporal>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2023/857 met annotatie van Mr. F.C. van der Bogt</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2407">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2407</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-01T08:02:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2407 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-04-2023 / BRE-22_5016_tm_5023</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2407:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verzet: gegrond, handhaving 8:54-uitspraak; afwijzing verzoek dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op de bezwaren; toekennen dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op de verzoeken om ambtshalve vermindering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2407:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: BRE 22/5016 tot en met 22/5023</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 april 2023 op het verzet van</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2], uit [plaats], belanghebbenden.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden hebben beroepen ingesteld omdat de inspecteur volgens hen niet op tijd heeft beslist op de in een geschrift van 20 januari 2022 ingediende bezwaren en verzoeken om ambtshalve vermindering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 22 december 2022 heeft de rechtbank die beroepen gegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden hebben tegen deze uitspraak verzet ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden hebben niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in de beroepszaken uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft de beroepen kennelijk gegrond geacht, omdat niet tijdig is beslist op de bezwaren en de verzoeken. De bezwaren tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2017 tot en met 2020 zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. Ter zake van de verzoeken om ambtshalve vermindering van die aanslagen heeft de rechtbank beslist dat de inspecteur alsnog op die verzoeken moet beslissen. De termijn waarbinnen de inspecteur alsnog moet beslissen is mede afhankelijk gesteld van het al dan niet aanwijzen van verzoeken als die van belanghebbende als ‘massaal bezwaar plus’. Verder is bepaald dat de inspecteur per belanghebbende een dwangsom verschuldigd wordt als niet binnen de door de rechtbank bepaalde termijn wordt beslist op de verzoeken. Tot slot is beslist dat het griffierecht door de inspecteur aan belanghebbenden moet worden vergoed. Er zijn geen dwangsommen toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het verzet  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbenden voeren tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak ten onrechte geen dwangsommen heeft vastgesteld voor het niet tijdig beslissen. Zij wijzen daarbij op de verweerschriften van de inspecteur en het daarin ter zake van de toekenning van een dwangsom ingenomen standpunt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. In de wet<footnote-ref linkend="_0d4816bc-60e5-4c06-8e89-0efa8777dde3" /> is bepaald dat de rechter, indien het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond is, desgevraagd tevens de hoogte van de verbeurde dwangsom vaststelt. De rechtbank acht begrijpelijk dat in de buiten-zittingsuitspraak geen dwangsom is vastgesteld, nu uit de gedingstukken niet valt op te maken dat belanghebbenden daarom hebben gevraagd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verzet klagen belanghebbenden erover dat in de buiten-zittingsuitspraak geen dwangsom is vastgesteld. De rechtbank zal dit opvatten als een verzoek om alsnog een dwangsom vast te stellen. De rechtbank acht het mogelijk om voor het eerst in verzet een dergelijk verzoek te doen. De rechtbank zal dan ook op dat verzoek beslissen. In zoverre is het verzet gegrond. Nu het verzet zich enkel richt tegen het niet vaststellen van de dwangsom, bestaat geen aanleiding voor het vervallen verklaren van (delen van) de uitspraak van de buiten-zittinguitspraak. Die uitspraak blijft derhalve in stand. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal op grond van artikel 8:55, tiende lid, van de Awb beslissen op de verzoeken van belanghebbenden om de hoogte van de dwangsom(men) vast te stellen. Gelet op de door partijen ingenomen standpunten kan een nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de verzoeken. Verder is gelegenheid geboden om op een zitting te worden gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Dwangsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot het niet tijdig beslissen op de bezwaren tegen de aanslagen IB/PVV 2017 tot en met 2020 zijn geen dwangsommen verschuldigd, nu die bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk zijn. De wet bepaalt dat in dat geval geen dwangsom verschuldigd is<footnote-ref linkend="_cb6c8b7f-c99b-4fa8-a7a5-bf47de7d2917" />. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zake van het niet tijdig beslissen op de op 20 januari 2022 ingediende verzoeken om ambtshalve vermindering van de aanslagen IB/PVV 2017 tot en met 2020 volgt de rechtbank het standpunt van de inspecteur, dat per belanghebbende een dwangsom verschuldigd is tot het maximale bedrag  van € 1.442. De aanvragen voor de verschillende jaren zijn gelijktijdig gedaan en vertonen een zodanige samenhang dat per belanghebbende één maal de maximale dwangsom zal worden toegekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet gesteld of gebleken is dat belanghebbenden voor vergoeding in aanmerking komende kosten hebben gemaakt voor de behandeling van het verzet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het verzet gegrond; </para>
    <para>- handhaaft de uitspraak van de rechtbank van 22 december 2022; </para>
    <para>- wijst de verzoeken om vaststelling van een verbeurde dwangsom wegens het niet tijdig beslissen op de bezwaren af;</para>
    <para>- stelt de door de inspecteur te betalen dwangsom aan [belanghebbende 1] wegens het niet tijdig beslissen op de verzoeken om ambtshalve vermindering vast op € 1.442;</para>
    <para>- stelt de door de inspecteur te betalen dwangsom aan [belanghebbende 2] wegens het niet tijdig beslissen op de verzoeken om ambtshalve vermindering vast op € 1.442. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.H. van Schaik, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 11 april 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verzet</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de uitspraak op verzet staat geen rechtsmiddel open (artikel 28, tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de uitspraak op beroep kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch (belastingkamer).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als het een Rijksbelastingzaak betreft (dat is een zaak waarbij de Belastingdienst partij is), kunt u digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds per brief op de hierna vermelde wijze.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betreft het een andere belastingzaak (bijvoorbeeld een zaak waarbij een heffingsambtenaar van een gemeente of een samenwerkingsverband partij is), dan kan het hoger beroep uitsluitend worden ingesteld door verzending van een brief aan het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;</para>
    <para>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener;</para>
    <para>b. een dagtekening;</para>
    <para>c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
    <para>d. de gronden van het hoger beroep.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_0d4816bc-60e5-4c06-8e89-0efa8777dde3" label="1">
    <para> Artikel 8:55c van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cb6c8b7f-c99b-4fa8-a7a5-bf47de7d2917" label="2">
    <para> Artikel 4:17, zesde lid, onder c van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>