<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:2388</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-17T10:36:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE-22_3719_3734_3735</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2388">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2388</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-17T10:36:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2388 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-04-2023 / BRE-22_3719_3734_3735</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2388:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>8:54; rechtbank onbevoegd voor mededelingen aankondiging dwangbevel. Beroepen niet-ontvankelijk voor het overige nu eerst bezwaar moet worden gemaakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2388:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: BRE 22/3719, 22/3734 en 22/3735 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de ontvanger van de belastingdienst, de ontvanger.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen drie ontvangen brieven van de ontvanger betreffende (extra) aankondigingen dwangbevelen met betrekking tot de aanmaningen motorrijtuigenbelasting met aanslagnummers [aanslagnummer].Y.12, [aanslagnummer].Y.14 en [aanslagnummer].Y.15.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aankondiging dwangbevel</emphasis>
      </para>
      <para>De griffier heeft belanghebbende in de brief van 3 augustus 2022 gemeld, dat de belastingrechter niet bevoegd is om een beroep tegen een (aankondiging) dwangbevel in behandeling te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Betalingsregeling</emphasis>
      </para>
      <para>De griffier heeft in de brief van 3 augustus 2022 ook opgemerkt dat voor zover belanghebbende bedoeld heeft een betalingsregeling te treffen, zijn brief wordt doorgezonden naar de ontvanger om als verzoek om een betalingsregeling in behandeling te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bezwaar?</emphasis>
      </para>
      <para>De griffier heeft in de brief van 3 augustus 2022 ook aangegeven dat het onduidelijk is of, als belanghebbende het niet eens is met de hoogte van de aanslagen, bezwaar is gemaakt tegen die aanslagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier heeft belanghebbende verzocht het beroep in te trekken als het beroep is gericht tegen de aankondigingen dwangbevel, en anders uitspraken op bezwaren te overleggen waartegen het beroep is gericht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft het intrekkingsformulier retour gezonden met daarop opgemerkt dat het beroep niet wordt ingetrokken omdat het beroep is gericht tegen de hoogte van de aanslagen en de aanmaningskosten. Belanghebbende heeft geen uitspraken op bezwaar overgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De ontvanger heeft bij brief van 8 september 2022 aangegeven dat de brief van belanghebbende in behandeling is genomen als een verzoek om betalingsregeling. Ook stelt de ontvanger dat tegen de mededeling dwangbevel geen beroep mogelijk is. Voor zover belanghebbende bedoeld heeft op te komen tegen de hoogte van de aanslagen stelt de ontvanger dat belanghebbende bezwaar kan maken bij de inspecteur en voor zover het beroep is gericht tegen de hoogte van de aanmaningskosten bezwaar kan worden ingediend bij de ontvanger. De ontvanger stelt dat er geen bezwaarschrift is ontvangen tegen de opgelegde aanmaningskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aankondiging dwangbevel</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank (de fiscale bestuursrechter) is niet bevoegd een inhoudelijke beoordeling te geven. De (fiscale) bestuursrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. Dit volgt uit artikel 8:5 van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt de Invorderingswet 1990 genoemd. Voor bepaalde besluiten is in de regeling een uitzondering gemaakt. De beslissing tot het versturen van een aankondiging dwangbevel valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de (fiscale) bestuursrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken. Een geschil hierover kan worden voorgelegd aan de civiele rechter.</para>
      <para>De rechtbank is dus in zoverre kennelijk onbevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bezwaar hoogte aanslagen</emphasis>
      </para>
      <para>Voordat beroep kan worden ingesteld, moet eerst bezwaar worden gemaakt. De verplichting eerst bezwaar te maken, is dus als voorwaarde gesteld voor het recht om beroep in te stellen. Voor zover belanghebbende met het beroep opkomt tegen de hoogte van de aanslagen is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, nu uit de stukken niet blijkt dat belanghebbende eerst bezwaar heeft gemaakt.</para>
      <para>Nu eerst een bezwaarfase doorlopen moet worden, moet de rechtbank het beroepschrift van belanghebbende op grond van artikel 6:15 van de Awb, doorzenden naar de inspecteur onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender. Die mededeling is hierbij gedaan.</para>
      <para>De beroepen zijn in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bezwaar aanmaningskosten</emphasis>
      </para>
      <para>Voor zover belanghebbende met het beroep opkomt tegen de hoogte van de aanmaningskosten geldt ook dat er eerst bezwaar moet worden gemaakt, voordat er beroep kan worden ingesteld.</para>
      <para>Nu eerst een bezwaarfase doorlopen moet worden, moet de rechtbank het beroepschrift van belanghebbende op grond van artikel 6:15 van de Awb, doorzenden naar de ontvanger onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender. Die mededeling is hierbij gedaan. Nu deze stukken reeds in het bezit zijn van de ontvanger zal de rechtbank hem deze niet opnieuw doen toekomen, maar volstaan met deze mededeling.</para>
      <para>De beroepen zijn in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart zich onbevoegd voor zover het beroep is gericht tegen de mededelingen aankondiging dwangbevel;</para>
    <para>- verklaart de beroepen voor het overige niet-ontvankelijk;</para>
    <para>- draagt de griffier op het beroepschrift door te sturen naar de inspecteur om als bezwaar in behandeling te nemen tegen de aanslagen;</para>
    <para>- draagt de ontvanger op het beroepschrift in behandeling te nemen als bezwaar tegen de aanmaningskosten.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 7 april 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>