<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:2375</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-12T10:58:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 21_4735</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2375">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2375</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-12T10:57:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2375 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 06-04-2023 / AWB- 21_4735</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2375:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>PW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2375:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Breda</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 21/4735 PW</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 april 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres], uit [woonplaats], eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. R. Joosen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout</emphasis>, het college</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van 8 juni 2021 (bestreden besluit).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 9 maart 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde en namens het college [naam].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. Eiseres heeft op 15 augustus 2019 een aanvraag bijzondere bijstand voor kleding, schoeisel, pedicurebehandelingen, sport en medicatie gedaan. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vijf afzonderlijke besluiten van 17 september 2019 heeft het college de aanvraag van eiseres afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze besluiten heeft eiseres bezwaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. Aan eiseres is bijzondere bijstand toegekend voor de kosten van kleding, schoeisel/zolen, pedicurebehandelingen en Meer Bewegen voor Ouderen inclusief kosten voor een zwempak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat zij ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord. Voorts heeft eiseres verzocht om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank zal eerst de vraag beantwoorden of eiseres nog voldoende procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep<footnote-ref linkend="_acb96549-2d93-47c3-af58-f07ceb23c8e1" /> is pas sprake van procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het indienen van beroep nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beoordeling van de vraag of het college de hoorplicht heeft geschonden betreft slechts een louter formeel of principieel belang, hetgeen niet toereikend is voor het aannemen van (voldoende) procesbelang<footnote-ref linkend="_aadb801f-c4ee-48a3-bb49-ebdc0c4a028f" />. Ook anderszins heeft de rechtbank in de gedingstukken geen aanknopingspunten gevonden voor het aannemen van procesbelang. Het beroep tegen het bestreden besluit zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Ten aanzien van het verzoek van eiseres om aan haar schadevergoeding toe te kennen wegens overschrijding van de redelijke termijn overweegt de rechtbank als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft in beroep geen materiële grieven aangevoerd tegen het bestreden besluit. Zij heeft zich beperkt tot het indienen van een formele grief, welke grief niet toereikend is voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. De rechtbank ziet onder deze omstandigheden geen aanleiding om uit te gaan van de veronderstelling dat de lange duur van de procedure spanning en frustratie bij eiseres heeft veroorzaakt. De rechtbank is van oordeel dat volstaan kan worden met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding tot vergoeding van de proceskosten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;</para>
    <para>- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 6 april 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
  </section>
  <footnote id="_acb96549-2d93-47c3-af58-f07ceb23c8e1" label="1">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 6 december 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4071</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aadb801f-c4ee-48a3-bb49-ebdc0c4a028f" label="2">
    <para> Zie de uitspraak van de CRvB van 26 november 2010,  ECLI:NL:CRVB:2010:BO5402</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>