<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:2122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-06T09:01:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10236303 CV EXPL 22-3091</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2122">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2122</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-06T09:00:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2122 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 29-03-2023 / 10236303 CV EXPL 22-3091</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2122:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tekortkoming nakoming overeenkomst huurauto.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2122:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 10236303 / CV EXPL 22-3091 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis d.d. 29 maart 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">LOGICX MOBILITEIT B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Apeldoorn,</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">eiseres</emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen: Logicx,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde] en mr. E. Krom,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gedaagde</emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <para>a. de dagvaarding van 29 november 2022 met producties;</para>
      <para>b. de conclusie van antwoord;</para>
      <para>c. de conclusie van repliek met één productie;</para>
      <para>d. de conclusie van dupliek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De procedure is vervolgens verwezen naar de rol voor het wijzen van vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Op 23 december 2019 is tussen Logicx en [gedaagde] een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot een (vervangende) huurauto met [kenteken] (hierna verder te noemen: de auto). De overeenkomst is in beginsel gesloten voor de periode 23 tot en met 27 december 2019. Verder is afgesproken dat [gedaagde] de auto na de oorspronkelijke huurperiode kan doorhuren voor een bedrag van € 71,45 inclusief btw per dag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de auto op 4 januari 2020 ingeleverd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Op 6 januari 2020 heeft Logicx aan [gedaagde] een factuur van € 571,60 verzonden in verband met het doorhuren van de auto over de periode van 27 december 2019 tot en met 4 januari 2020. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Op 9 januari 2020 heeft Logicx een naheffingsaanslag parkeerbelasting van 28 december 2019 van € 64,10 van de [gemeente] ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Logicx heeft daarop aan [gedaagde] een factuur van € 78,62 toegezonden. Dit betreft het bedrag van de naheffingsaanslag vermeerderd met de administratiekosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Op 14 februari 2020 is door Logicx een betalingsherinnering aan [gedaagde] toegezonden voor het totaalbedrag van € 650,22. Bij brief van 28 februari 2020 heeft Logicx een tweede aanmaning aan [gedaagde] verzonden met aanzegging van de buitengerechtelijke incassokosten. Tot slot is door Logicx een incassobureau ingeschakeld bij monde waarvan op 18 november 2020 wederom een aanmaning aan [gedaagde] is verzonden. [gedaagde] is niet tot betaling overgegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil en de beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Logicx vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 650,22, vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten ad € 97,53 en de wettelijke rente vanaf de vervaldag van de ingebrekestelling tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Logicx legt aan haar vordering ten grondslag dat er tussen partijen een huurovereenkomst is gesloten met betrekking tot een (vervangende) huurauto. [gedaagde] is op basis van de huurbepalingen in de overeenkomst kosten verschuldigd voor het gedurende 8 dagen huren van de vervangende auto na de oorspronkelijke huurperiode. Daarnaast is [gedaagde] kosten verschuldigd voor de door Logicx ontvangen naheffingsaanslag van de gemeente. In de huurbepalingen is opgenomen dat [gedaagde] bij een boete tevens een bedrag van € 14,52 inclusief BTW aan administratiekosten aan Logicx verschuldigd is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist de vordering niet. [gedaagde] betwist wel de ontvangst van de aanmaningen van 14 en 28 februari 2020. [gedaagde] stelt dat hij enkel de aanmaning van 18 november 2020 heeft ontvangen. [gedaagde] is bereid om de vordering in termijnen te betalen daar hij niet de middelen heeft om de totale vordering in één keer te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt als volgt. [gedaagde] heeft de hoofdsom niet betwist. Dit betekent dat de kantonrechter het gevorderde bedrag van € 650,22 zal toewijzen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de ontvangst van de aanmaningen van 14 en 28 februari 2020 betwist. Door Logicx zijn niet voldoende feiten en omstandigheden aangedragen die dit weerleggen. Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] de brief van 18 november 2020 wel heeft ontvangen. Derhalve dient te worden uitgegaan van de vervaldag van de aanmaning van 18 november 2020, te weten 3 december 2020. [gedaagde] verkeerde vanaf die dag in verzuim. De wettelijke rente zal daarom vanaf 3 december 2020 worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Logicx maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Logicx heeft met de brief van 18 november 2020 een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag van € 97,53 is in overeenstemming met de in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten gehanteerde tarieven. Dit onderdeel van de vordering zal om die reden worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>
        [gedaagde] dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Logicx tot op heden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht					€ 322,00</para>
      <para>- kosten dagvaardingsexploot			€ 107,22</para>
      <para>- salaris gemachtigde (2 punten á € 132,00)	<emphasis role="underline">€ 264,00 </emphasis></para>
      <para>totaal						€ 693,22</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8</nr>
      <para>De kantonrechter kan partijen geen betalingsregeling opleggen. Voor het treffen van een betalingsregeling dient [gedaagde] zich te wenden tot de gemachtigde van Logicx.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Logicx te betalen een bedrag van € 650,22, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan Logicx te betalen een bedrag van € 97,53 aan buitengerechtelijke incassokosten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 693,22;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Thielen en uitgesproken op 29 maart 2023. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>