<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2023:2051</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-17T11:02:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE-22-3732</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBZWB:2022:7038" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/verzet" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#verzet toegewezen">Op verzet tegen : ECLI:NL:RBZWB:2022:7038, Verzet toegewezen</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2051">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2023:2051</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-17T11:00:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2023:2051 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-03-2023 / BRE-22-3732</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2051:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>8:55, verzet gegrond. De rechtbank acht het beroep tijdig ingediend. De uitspraak op bezwaar is niet op de juiste wijze bekendgemaakt waardoor de beroepstermijn later is gaan lopen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2023:2051:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 22/3732  </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 maart 2023 op het verzet van</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [belanghebbende] , te [plaats] , belanghebbende,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. drs. R. de Nekker).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Breda van 17 juni 2022 beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 25 november 2022 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht wegens overschrijding van de beroepstermijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of in de buiten-zittinguitspraak terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van belanghebbende voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat ondanks de dagtekening van de uitspraak op bezwaar dat onvoldoende reden is om te concluderen dat het beroepschrift te laat is ingediend. De reden hiervoor is dat de gemachtigde pas op 23 juli 2022, door het nogmaals toezenden van de uitspraak op bezwaar door de heffingsambtenaar, bekend is geworden met de uitspraak op bezwaar. De eerdere zending is uitsluitend aan belanghebbende gericht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">overwegingen rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak op bezwaar is niet op de juiste wijze bekendgemaakt als het enkel naar belanghebbende is verzonden terwijl zich een gemachtigde heeft gesteld zoals hier uit de stukken blijkt. De uitspraak op bezwaar dient in ieder geval naar de gemachtigde gezonden te worden<footnote-ref linkend="_f38184a5-2356-444c-a976-84696d545618" />. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beroepstermijn gaat dan pas in op de dag waarop ook de gemachtigde bekend is geworden met de uitspraak op bezwaar. In onderhavig geval is de gemachtigde bij brief van 23 juli 2022 alsnog bekend geworden met de uitspraak op bezwaar. Het dossier bevat thans geen informatie die erop wijst dat de gemachtigde eerder op de hoogte is geraakt van de uitspraak op bezwaar. De conclusie kon dan ook nog niet zijn dat het beroepschrift met dagtekening 30 juli 2022, binnengekomen bij de rechtbank op 1 augustus 2022, niet tijdig tijdig is ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hieruit volgt dat de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak ten onrechte heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, niet-ontvankelijk was en de zaak ten onrechte zonder zitting heeft afgedaan. Het verzet is gegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan. De zaak wordt hierna alsnog op een zitting behandeld. Ter voorlichting merkt de rechtbank op dat ook na het onderzoek ter zitting het eindoordeel kan zijn dat het beroep niet-ontvankelijk is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar van de gemeente Breda in de door belanghebbende gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 209,25 (0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het verzet gegrond;</para>
    <para>- veroordeelt de heffingsambtenaar van de gemeente Breda in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 209,25.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 28 maart 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,                                                           De rechter, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open </emphasis>(artikel 28, tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f38184a5-2356-444c-a976-84696d545618" label="1">
    <para> Artikel 6:17 i.c.m. artikel 3:41 van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>