<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:8490</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-26T08:53:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-10-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10009833 / CV EXPL 22-2214 (T1)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:8490">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:8490</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-26T08:53:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:8490 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-10-2022 / 10009833 / CV EXPL 22-2214 (T1)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:8490:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incident afgewezen. Bij verstekvonnis is de huurovereenkomst ontbonden. Gedaagde in verzet stelt dat eiser in verzet niet-ontvankelijk is omdat de huurovereenkomst al is geëindigd. De uitspraak is echter nog niet in kracht van gewijsde gegaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:8490:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 10009833 / CV EXPL 22-2214</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis (bij vervroeging) d.d. 12 oktober 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres in de hoofdzaak]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">eiseres in de hoofdzaak</emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gedaagde in het incident</emphasis>, </para>
      <para>hierna verder te noemen: [eiseres in de hoofdzaak] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. H.E.Chr.M. Nieland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de publiekrechtelijk rechtspersoon<emphasis role="bold"> GEMEENTE BERGEN OP ZOOM</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Bergen op Zoom, </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">gedaagde in de hoofdzaak</emphasis>, </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">eiser in het incident</emphasis>, </para>
      <para>hierna verder te noemen: de Gemeente,</para>
      <para>gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para>a. de dagvaarding van 12 juli 2022 met producties;</para>
    <para>b. de incidentele conclusie houdende exceptie van niet-ontvankelijkheid. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In de hoofdzaak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>	[eiseres in de hoofdzaak] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>Primair een machtiging te verlenen om [naam] in haar plaats te stellen als huurder en exploitant van het gehuurde en</para>
        <para>subsidiair onder door de kantonrechter in goede justitie te bepalen voorwaarden een machtiging te verlenen om [naam] in haar plaats te stellen als huurder en exploitant van het gehuurde.</para>
        <para>
          [eiseres in de hoofdzaak] vordert tevens primair en subsidiair de veroordeling van de Gemeente in de proces- en nakosten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In het incident </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De Gemeente vordert [gedaagde in het incident] niet-ontvankelijk te verklaren, omdat de huurovereenkomst reeds is geëindigd. De huurovereenkomst is namelijk bij verstekvonnis van 13 juli 2022 tussen partijen ontbonden. Het gevolg is dat de huurovereenkomst is omgezet in een ongedaanmakingsverbintenis, aldus de Gemeente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde in het incident] is in de gelegenheid gesteld te concluderen voor antwoord in het incident. [gedaagde in het incident] is echter geen reactie meer ontvangen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In het incident </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>	De kantonrechter is er ambtshalve mee bekend dat [gedaagde in het incident] een verzetdagvaarding </para>
        <para>heeft uitgebracht. Deze procedure is geregistreerd onder zaaknummer 10058050 / CV EXPL 22-2476 en daarin is een mondelinge behandeling bepaald. Ook heeft [gedaagde in het incident] een kort gedingprocedure aanhangig gemaakt vanwege een executiegeschil naar aanleiding van het verstekvonnis van 13 juli 2022. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Met het uitbrengen van een verzetdagvaarding heeft [gedaagde in het incident] een rechtsmiddel aangewend tegen het verstekvonnis van 13 juli 2022. In beginsel heeft het instellen van verzet een schorsende werking. De veroordelingen in het verstekvonnis zijn echter uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor het verstekvonnis alsnog ten uitvoer kan worden gelegd. In het verstekvonnis is weliswaar de ontbinding van de huurovereenkomst uitgesproken, maar dit vonnis is (nog) niet in kracht van gewijsde gegaan. Daardoor blijft de mogelijkheid bestaan dat het verstekvonnis in verzet wordt vernietigd. Gelet hierop heeft [gedaagde in het incident] nog steeds een belang bij haar vordering in de hoofdzaak. De vordering in het incident is om die reden niet toewijsbaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De Gemeente zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde in het incident] . Nu [gedaagde in het incident] niet meer heeft geconcludeerd in het incident begroot de kantonrechter haar proceskosten tot vandaag op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">In de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De hoofdzaak zal worden verwezen naar na te melden terechtzitting voor het nemen van een conclusie van antwoord door [eiseres in de hoofdzaak] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In het incident </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst de vordering af; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de Gemeente in de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde in het incident] tot vandaag begroot op nihil;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">In de hoofdzaak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de rolzitting van <emphasis role="bold">woensdag 9 november 2022 te 09.00 uur</emphasis> voor het nemen van de conclusie van antwoord; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2022.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>