<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:8328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-25T11:45:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-008051</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:8328">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:8328</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-25T11:45:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:8328 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-07-2022 / 22-008051</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:8328:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>“Klaagschrift 552a Sv gegrond.”</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:8328:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht </para>
      <para>Locatie Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-027057-22</para>
      <para>rk.nummer:  	22-008051</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager] BV,</emphasis>
      </para>
      <para>
        [adres] ,</para>
      <para>vertegenwoordigd door de heer [naam] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de klager.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslagene is: [beslagene]</emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedag]  1990 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [woonadres]</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de kennisgevingen van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 15 december 2021 onder beslagene een personenauto type Mercedes-Benz E320 Cdi in beslag is genomen, op 16 december 2021 een vorkheftruck Still Gas (hierna: de heftruck)en op 20 december 2021 een personenauto met [chassisnummer] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vordering machtiging conservatoir beslag van 1 februari 2022 om voornoemde drie voorwerpen ook conservatoir in beslag te nemen, waaruit ook blijkt dat de laatste personenauto een Volkswagen betreft (de Volkswagen Golf);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de machtiging conservatoir beslag van de rechter-commissaris van 2 februari 2022;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het klaagschrift ingevolge artikel 552a Sv, ingediend op 12 april 2022 ter griffie van deze rechtbank;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de reactie van de officier van justitie.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de raadkamer van 7 juli 2022 zijn de officier van justitie, mr. G. Smid, klager en beslagene gehoord. </para>
      <para>Beslagene en klager stellen zich op het standpunt dat de heftruck en de Volkswagen Golf aan klager toebehoren. Klager verzoekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave van de genoemde goederen aan de klager. </para>
      <para>De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan de klager en heeft daartoe aangevoerd dat er conservatoir beslag ligt, omdat het Openbaar Ministerie de opbrengst van de goederen wil gebruiken om de slachtoffers te kunnen compenseren. Het onderzoek is nog in volle gang en het is aan de zittingsrechter om alsdan een beslissing over het beslag te nemen. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para>De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager heeft met stukken bij het klaagschrift en ter zitting genoegzaam aangetoond dat de vorkheftruck en de Volkswagen Golf aan hem toebehoren en niet aan de beslagene. Naar het oordeel van de rechtbank is buiten redelijke twijfel dat klager als eigenaar/rechthebbende van de vorkheftruck en de Volkswagen Golf moet worden beschouwd. De rechtbank zal het beklag gegrond verklaren en teruggave aan de klager gelasten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast doet zich niet de situatie voor als bedoeld in art. 94a, vierde of vijfde lid, Sv, zodat het beklag gegrond moet worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Weliswaar rust ook nog steeds beslag ex artikel 94 Sv op voornoemde vorkheftruck en Volkswagen Golf, maar dat staat niet in de weg aan voornoemde teruggave. Zoals hiervoor overwogen is klager rechthebbende. Niet gebleken is dat klager bekend was met - voor zover daar al sprake van is - verkrijging van voornoemde goederen door middel van het strafbare feit of met het gebruik of de bestemming in verband daarmede, dan wel die verkrijging, dat gebruik of die bestemming redelijkerwijs had kunnen vermoeden. Het is daarom hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later oordelend de verbeurdverklaring van die goederen uit zal spreken. Het belang van strafvordering verzet zich daarom niet tegen teruggave.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal het klaagschrift dan ook gegrond verklaren en teruggave aan de klager gelasten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave aan de klager van: </para>
      <para>-een vorkheftruck, merk/type: Still Gas, kleur: oranje, Goednummer: PL2000-2021295919-2409209, PV-/Depnr [nummer 1] Vlgnr 2;</para>
      <para>-een personenauto, [motornummer] , Goednummer: PL2000-2021295919-2410596: PV-/Depnr [nummer 2] Vlgnr 3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 21 juli 2022 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 juli 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>INFORMATIE RECHTSMIDDEL</para>
      <para>Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing <emphasis role="bold">beroep in cassatie </emphasis>worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>