<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:8273</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-24T12:13:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-010372</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:8273">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:8273</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-24T12:12:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:8273 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 06-07-2022 / 22-010372</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:8273:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>“Klaagschrift 552a Sv niet-ontvankelijk.”</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:8273:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht </para>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>EOB-nummer: I-2022003049A </para>
      <para>Parketnummer: 02-026259-22</para>
      <para>rk.nummer:  	22-010372</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager] , </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1972,</para>
      <para>wonende aan de [woonadres] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: klager.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv)], waaruit blijkt dat op 25 april 2022 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen zijn zoon - en mogelijk klager zelf - in beslag is genomen: een telefoon; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het klaagschrift, ingediend op 18 mei 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift van de officier van justitie; en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 22 juni 2022. Gehoord zijn de officier van justitie,      mr. R.M.A. in ’t Veld en klager. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag op de telefoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat klager het klaagschrift te laat heeft ingediend nu dit niet binnen de geldende termijn van twee weken is ingediend. Subsidiair heeft de officier van justitie gesteld dat indien de rechtbank toch tot een inhoudelijke behandeling van het klaagschrift komt, het ongegrond dient te worden verklaard nu er nog strafvorderlijk belang is bij handhaving van het beslag op de telefoon omdat deze nog wordt onderzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para>De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 5.4.10 van het Wetboek van Strafvordering een klaagschrift, op grond van een Europees Onderzoeksbevel binnen twee weken nadat hij weet van de inbeslagname van een goed, moet worden ingediend. Klager wist op 25 april 2022 dat zijn telefoon in beslag was genomen en heeft op 18 mei 2022 bij de rechtbank een klaagschrift ingediend. Gelet op de voornoemde data heeft klager zijn klaagschrift niet binnen de termijn van twee weken ingediend en is het klaagschrift daarmee te laat ingediend. Gelet hierop is klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 6 juli 2022 gegeven door mr. E.B. Prenger, rechter, in tegenwoordigheid van G.T.A. Schuurmans-Knoop, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>INFORMATIE RECHTSMIDDEL</para>
      <para>Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing <emphasis role="bold">beroep in cassatie </emphasis>worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>