<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:8220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-20T13:24:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-023294</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:8220">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:8220</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-01-20T13:23:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:8220 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-12-2022 / 22-023294</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:8220:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Klaagschrift 552a Sv. Klager niet-ontvankelijk, beslag reeds geëindigd door teruggave goed aan klager.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:8220:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht </para>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: /</para>
      <para>rk.nummer:  	22-023294</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats]</para>
      <para>woonplaats kiezende ten kantore van mr. J.J.J. van Rijsbergen, Parkstraat 10 te 4818 SJ Breda</para>
      <para>hierna te noemen: klager.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het klaagschrift ingevolge artikel 552a Sv, ingediend op 17 oktober 2022 ter griffie van deze rechtbank;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift van de officier van justitie; en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 7 december 2022. Gehoord zijn de officier van justitie mr. T.C.M. Hendriks en mr. A.C.M. Tönis als gemachtigd waarnemend raadsvrouw van klager.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift strekt tot opheffing van het gelegde beslag met last tot teruggave aan klager. Daartoe is aangevoerd dat onder klager een blauwe iPhone 13 pro in beslag is genomen, waarvan hij eigenaar is. Voorts is aangevoerd dat klager wordt bezwaard door de inbeslagneming en het voortduren daarvan. In de telefoon van klager staan tal van belangrijke inloggegevens voor (overheids)diensten. Naar het oordeel van klager verzet het belang van strafvordering zich niet tegen de gevraagde teruggave. Verzocht wordt dan ook het klaagschrift gegrond te verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft in raadkamer bevestigd dat de inbeslaggenomen telefoon reeds op 27 oktober 2022 is teruggegeven aan klager.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft in raadkamer opgemerkt dat zij hiervan niet op de hoogte was.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para>De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is tijdig ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens klager is verzocht om de teruggave te gelasten van de inbeslaggenomen telefoon. De rechtbank stelt vast dat het beslag op de telefoon reeds is geëindigd door teruggave van het goed aan klager. In de stukken bevindt zich immers een ontvangstbewijs waaruit blijkt dat klager op 27 oktober 2022 zijn telefoon uit handen van de politie heeft ontvangen. Klager heeft voor de ontvangst van zijn telefoon getekend. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank klager niet-ontvankelijk verklaren in zijn klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag.</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">3. De beslissing</bridgehead>
    <para>De rechtbank verklaart </para>
    <para />
    <para>- klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 21 december 2022 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 december 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>INFORMATIE RECHTSMIDDEL</para>
      <para>Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing <emphasis role="bold">beroep in cassatie </emphasis>worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>