<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:7714</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-29T14:41:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-008215</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:7714">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:7714</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-19T10:58:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:7714 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-06-2022 / 22-008215</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:7714:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bezwaarschrift 7 WDNA gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:7714:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</title>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer		: 02-034919-19</para>
      <para>raadkamernummer	: 22-008215</para>
      <para>datum			: 16 juni 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het bezwaar op grond van artikel Wet DNA artikel 7 van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [veroordeelde] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>woonplaats kiezend op het kantoor van mr. J.J.J. van Rijsbergen advocaat te Breda, (Postbus 4650, 4803 ER Breda),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Het bezwaarschrift is op 20 april 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 16 juni 2022 het bezwaar in besloten raadkamer behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van de veroordeelde, mr. J.J.J. van Rijsbergen en de officier van justitie in raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bezwaar</title>
    <para>Het bezwaar richt zich tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van de veroordeelde.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens veroordeelde is aangevoerd dat sprake is van een uitzondering zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder b van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden omdat redelijkerwijs aannemelijk is dat het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van de veroordeelde, gelet op de aard van het misdrijf of de bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd, niet van betekenis zal kunnen zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten. Veroordeelde is veroordeeld voor een verbale bedreiging, hetgeen veroordeelde ontkent. Naar het oordeel van veroordeelde kan het DNA-profiel van de veroordeelde, gelet op de aard van het misdrijf, geen enkele rol van betekenis spelen in de bewijsvoering. Redenen waarom veroordeelde de rechtbank verzoekt het bezwaarschrift gegrond te verklaren en de officier van justitie te gelasten het afgenomen celmateriaal te vernietigen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para>De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het bezwaarschrift ongegrond dient te worden verklaard, nu er geen sprake is van een uitzonderingssituatie. Veroordeelde is veroordeeld voor bedreiging. Bedreiging vindt op allerlei manieren plaats. Er zijn gevallen denkbaar waarin DNA-onderzoek van betekenis kan zijn voor de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten.   </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>Bij uitspraak van de politierechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juli 2020 is veroordeelde veroordeeld ter zake van, kort gezegd, bedreiging met zware mishandeling tot een geldboete van € 250,00. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaar is tijdig en op de juiste wijze ingediend. De veroordeelde kan daardoor in het bezwaar worden ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 2 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden kan in bepaalde gevallen, op last van de officier van justitie, celmateriaal van een veroordeelde worden afgenomen. In deze Wet wordt aan het begrip ‘veroordeelde’ een nadere invulling gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden luidt: </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">‘In deze wet wordt verstaan onder:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. veroordeelde: een persoon die al dan niet onherroepelijk is veroordeeld tot een straf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, onderdeel 1° of 3°, van het Wetboek van Strafrecht, een straf als bedoeld in artikel 77h, eerste lid, onder a, van dat wetboek, voorzover het de jeugddetentie of taakstraf betreft, of een straf als bedoeld in artikel 6, onder a, van het Wetboek van Militair Strafrecht dan wel tot een maatregel als bedoeld in artikel 37, 37a juncto 37b of 38, 38m of 77s van het Wetboek van Strafrecht.’</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu veroordeelde is veroordeeld tot een geldboete, een straf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, onderdeel 4°, van het Wetboek van Strafrecht, is hij niet aan te merken als een ‘veroordeelde’ in de zin van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. Gelet hierop zal de rechtbank het bezwaarschrift gegrond verklaren en bevelen dat de officier van justitie ervoor zorg zal dragen dat het celmateriaal van veroordeelde terstond wordt vernietigd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het bezwaarschrift gegrond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de officier van justitie ervoor zorg dient te dragen dat het celmateriaal van veroordeelde terstond wordt vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 30 juni 2022 gegeven door mr. A.L. Hoekstra, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten en mr. M.A.E. de Kroon, griffiers, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>INFORMATIE RECHTSMIDDEL </para>
      <para>Tegen deze beslissing staan geen rechtsmiddelen open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>