<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:748</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-08T09:58:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE-21_615_616_617</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:748">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:748</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-08T09:48:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:748 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-02-2022 / BRE-21_615_616_617</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:748:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:748:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</title>
    <para>Belastingrecht, enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers BRE 21/615 tot en met 21/617</para>
      <para>uitspraak van 15 februari 2022</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [belanghebbende] , gevestigd te [plaats] ,</title>
    <para>belanghebbende,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de heffingsambtenaar van de gemeente Middelburg,</title>
    <para>de heffingsambtenaar.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Motivering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van de panden [adressen] met aanslagnummer [aanslagnummer] (hierna: de WOZ-beschikking). De heffingsambtenaar heeft twee beslissing genomen naar aanleiding van het bezwaar. Ten eerste is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Ten tweede heeft de heffingsambtenaar besloten om niet ambtshalve te verminderen (hierna: de ambtshalve beslissing).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft hiertegen een beroepschrift ingediend. De rechtbank gaat op beide beslissingen in.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar</emphasis>
      </para>
      <para>De WOZ-beschikking heeft als dagtekening 5 februari 2020. Er zijn geen aanwijzingen dat verzending aan belanghebbende pas na die dagtekening heeft plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken. Deze termijn eindigde op 18 maart 2020. Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ook is het bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift is op 20 april 2020 bij de heffingsambtenaar ontvangen. Het bezwaarschrift is daarom niet tijdig ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wetsartikelen over bezwaartermijnen zijn dwingend van aard. Dit betekent dat bij een termijnoverschrijding een niet-ontvankelijkverklaring moet volgen. Dat is alleen anders indien “redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaarschrift in verzuim is geweest”, oftewel indien de termijnoverschrijding ‘verschoonbaar’ is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belanghebbende heeft in zijn beroepschrift geen redenen aangevoerd op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaar is dan ook, gelet op de artikelen 6:7 tot en met 6:11 van de Awb, terecht niet-ontvankelijk verklaard. De beroepen tegen de uitspraak op bezwaar zijn kennelijk ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ambtshalve beslissing</emphasis>
      </para>
      <para>Het beroepschrift bevat vooral argumenten tegen de inhoudelijke beslissing van de heffingsambtenaar. Voor zover de beroepen zijn gericht tegen de beslissing van de heffingsambtenaar om de WOZ-aanslag niet ambtshalve te verminderen, verklaart de rechtbank zich kennelijk onbevoegd. Het gaat namelijk om een beslissing op grond van artikel 65 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen in verbinding met artikel 231 van de Gemeentewet. Een dergelijke beslissing is niet voor (bezwaar en) beroep vatbaar. Rechtsmiddelen kunnen worden aangewend bij de civiele rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan een inhoudelijke beoordeling komt de rechtbank dan niet meer toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Immateriëleschadevergoeding</emphasis>
      </para>
      <para>Belanghebbende heeft verzocht om een immateriëleschadevergoeding. De rechtbank wijst dit verzoek af omdat de redelijke behandeltermijn niet is overschreden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de beroepen tegen de uitspraak op bezwaar ongegrond;</para>
    <para>- verklaart zich onbevoegd voor zover de beroepen zijn gericht tegen de ambtshalve beslissing;</para>
    <para>- wijst het verzoek om immateriëleschadevergoeding af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van P. van der Hoeven, griffier, op 15 februari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De rechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>