<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:7318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-20T14:56:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20/748</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:7318">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:7318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-20T14:55:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:7318 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-12-2022 / 20/748</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:7318:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Compromis</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:7318:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 20/748 </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2022 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>, uit [plaats] , belanghebbende</para>
      <para>(gemachtigde: mr. A. Bakker),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De heffingsambtenaar van de gemeente Oisterwijk,</emphasis> de heffingsambtenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 20 december 2019.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] , [postcode] te [plaats] (hierna: de onroerende zaak) op 1 januari 2018 (hierna: de waardepeildatum) vastgesteld op € 303.000 (hierna: de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Oisterwijk voor het jaar 2019 opgelegd (hierna: de aanslag).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij uitspraak op bezwaar is de waarde van de onroerende zaak voor het kalenderjaar 2019 verminderd naar € 299.000 en is de aanslag dienovereenkomstig verminderd. Tevens heeft de heffingsambtenaar een proceskostenvergoeding toegekend van € 508.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 21 juli 2022 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van belanghebbende. Namens de heffingsambtenaar is niemand verschenen. De rechtbank heeft de zaak aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Na de zitting heeft rechtbank op 21 juli 2022 een brief van de heffingsambtenaar ontvangen met dagtekening 18 juli 2022 en verzonden op 20 juli 2022 (hierna: de brief van de heffingsambtenaar van 21 juli 2022). In deze brief geeft de heffingsambtenaar, voor zover thans van belang, het volgende aan:</para>
        <para>“In de voorbereiding op de zittingen bij uw College van 21 juli en 5 augustus 2022 is besloten om alsnog tegemoet te komen aan het standpunt van belanghebbende inzake de WOZ-waarde van de onderhavige onroerende zaak [adres] te [plaats] (gemeente Oisterwijk). Voor de onderhavige beroepsprocedures betekent dat naar mijn mening het volgende:</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">2019 (waardepeildatum 1-1-2018)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>- De na bezwaar vastgestelde WOZ-waarde ad € 297.000,- wordt verminderd en nader vastgesteld op € 279.000,-;</para>
      <para>- De proceskosten in bezwaar zijn reeds vergoed;</para>
      <para>- Het verzoek om vergoeding van proceskosten in beroep dient te worden toegekend (op basis van het indienen van een beroepschrift);</para>
      <para>- vergoeding van het door belanghebbende voldane griffierecht.</para>
      <parablock>
        <para>(…)</para>
        <para>Het voorgaande heb ik ook schriftelijk aan de gemachtigde van belanghebbende bevestigd. Een kopie van dit schrijven treft u bijgevoegd aan. Nu volledig aan het beroep van belanghebbende tegemoet wordt gekomen, bestaat er geen aanleiding meer de zittingen van 21 juli en 5 augustus 2022 doorgang te laten vinden.” </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Op verzoek van de rechtbank heeft de gemachtigde schriftelijk gereageerd op de brief van de heffingsambtenaar van 21 juli 2022. Hierin heeft de gemachtigde aangegeven in te stemmen met een WOZ-waarde van € 279.000 onder voorbehoud van vergoeding van de proceskosten in beroep waarbij ook een vergoeding wordt toegekend voor het verschijnen op de zitting, in totaal € 1.566. Tevens verzoekt de gemachtigde om vergoeding van het griffierecht van € 48.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.8.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft schriftelijk aan de rechtbank laten weten zich te kunnen vinden in het verzoek van belanghebbende zoals opgenomen onder 1.7 hierboven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.9.</nr>
      <para>De rechtbank heeft aan partijen medegedeeld dat het onderzoek gesloten is en dat binnen zes weken schriftelijk uitspraak zal worden gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben bij wijze van compromis overeenstemming bereikt. Het compromis houdt het volgende in.</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>De WOZ-waarde wordt verminderd tot € 279.000 en de aanslag wordt dienovereenkomstig verminderd;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De heffingsambtenaar vergoedt het griffierecht van € 48 aan belanghebbende;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De heffingsambtenaar vergoedt proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 1.566;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond; </para>
    <para>- vernietigt de uitspraak op bezwaar;</para>
    <para>- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaak tot een bedrag van € 279.000;</para>
    <para>- vermindert de voor de onroerende zaak opgelegde aanslag onroerendezaakbelastingen tot een aanslag berekend naar een waarde van € 279.000;</para>
    <para>- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;</para>
    <para>- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.566;</para>
    <para>- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 48 aan belanghebbende moet vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.F. van Ginneken, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Wiskerke-Hovanesian, griffier, op 5 december 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De rechter is buiten staat de uitspraak mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over hoger beroep</emphasis>
      </para>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>