<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:7181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-13T16:07:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/396677 / HA ZA 22-185</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:7181">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:7181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-01T11:56:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:7181 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-11-2022 / C/02/396677 / HA ZA 22-185</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:7181:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Openstellen tussentijds hoger beroep van een tussenvonnis</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:7181:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="69deb671-7f94-4965-8c22-b246f652de3b" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="4e0c545b-a9e5-4674-878e-af723683b25e" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/02/396677 / HA ZA 22-185</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in verzet van 30 november 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">TOP ONION SETS B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te 's-Gravenpolder,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gedaagde in het verzet,</para>
      <para>advocaat mr. I.P. de Groot te Rotterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de onderneming naar Roemeens recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>eiseres in het verzet,</para>
      <para>advocaat mr. T.J. Wittendorp te Maastricht-Airport.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [gedaagde] en Top Onion genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 21 september 2022</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte uitlaten tevens houdende verzoek openstellen tussentijds hoger beroep van [gedaagde] .</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft de rechtbank verzocht tussentijds hoger beroep open te stellen van het tussenvonnis van 21 september 2022. Volgens [gedaagde] kan het voorshandse oordeel van de rechtbank dat aan het telefoongesprek op 15 december 2020 een daad van bekendheid van haar ten grondslag lag niet in stand blijven en is het wenselijk dat hieromtrent in hoger beroep uitspraak wordt gedaan voordat zij overgaat tot het leveren van tegenbewijs middels het horen van getuigen met alle tijdsverloop en kosten van dien.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft Top Onion de gelegenheid gegeven om op het verzoek van [gedaagde] te reageren. Van die mogelijkheid heeft Top Onion geen gebruik gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 337 lid 2 Rv kan van een tussenvonnis als het onderhavige slechts tegelijk met dat van het eindvonnis hoger beroep worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald. Bij de beoordeling dient te worden betrokken of het openstellen van hoger beroep leidt tot onredelijke vertraging van de procedure. </para>
        <para>Het tussentijds openstellen van hoger beroep tegen het onderhavige tussenvonnis zal in dit stadium leiden tot vertraging van deze procedure. Onder de gegeven omstandigheden acht de rechtbank deze vertraging echter niet zodanig onredelijk, dat zij aan de toewijzing van het verzoek in de weg staat. Zij overweegt hiertoe dat [gedaagde] belang heeft bij toetsing van de vraag of uit het telefoongesprek tussen twee advocaten een daaraan voorafgaande daad van bekendheid van [gedaagde] kan worden afgeleid. Zij is met [gedaagde] van oordeel dat het om proceseconomische redenen wenselijk is om deze vraag eerst te beantwoorden alvorens over te gaan tot het horen van getuigen, met alle kosten en tijdsverloop van dien. </para>
        <para>De rechtbank zal daarom tussentijds hoger beroep openstellen van haar tussenvonnis van 21 september 2022. Iedere verdere beslissing zal in afwachting van het hoger beroep worden aangehouden en de onderhavige procedure zal in afwachting van de uitkomsten van het hoger beroep naar de parkeerrol worden verwezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat tegen het tussenvonnis van 21 september 2022 tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de parkeerrol van <emphasis role="bold">5 april 2023</emphasis>;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Graaf en in het openbaar uitgesproken op 30 november 2022.<footnote-ref linkend="_fd500901-36e6-448d-af1b-03c1ff50e3c1" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_fd500901-36e6-448d-af1b-03c1ff50e3c1" label="1">
    <para>aij</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>