<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:6836</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-17T12:16:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-05-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22-003538</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:6836">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:6836</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-17T12:16:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:6836 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-05-2022 / 22-003538</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:6836:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Klaagschrift 552a Sv ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:6836:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht </para>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: -</para>
      <para>rk.nummer:  	22-003538</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager]
        </emphasis>
        <?linebreak?>geboren op [geboortedag] 1973,<?linebreak?>woonplaats kiezende ten kantore van mr. N. Assouiki, Bisschop Zwijsenstraat 25, 5038 VA Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: klager.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 10 januari 2022 onder klager in beslag is genomen: een Apple iPhone 11 inclusief telefoonhoesje.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het klaagschrift, ingediend op 14 februari 2022 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift van de officier van justitie; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het door de officier van justitie nader toegevoegd proces-verbaal van bevindingen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de door de raadsvrouw nader schriftelijk overgelegde reactie van 29 april 2022; en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 8 april 2022. Gehoord zijn de officier van justitie, klager en mr. N. Assouiki als gemachtigd raadsvrouw van klager.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens klager is aangevoerd dat er onder hem een mobiele telefoon (iPhone 11) met bijbehorend telefoonhoesje in beslag is genomen. Klager is de eigenaar van de mobiele telefoon. Klager loopt de nodige financiële, maatschappelijke, zakelijke, relationele en sociale schade op wegens de voortduring van het beslag. Klager heeft geen toegang meer tot zijn administratie, medische en persoonlijke informatie. Klager verzoekt de rechtbank zijn klaagschrift gegrond te verklaren onder teruggave van de telefoon en het bijbehorend telefoonhoesje aan klager.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er kinderpornografisch materiaal op de telefoon van klager is aangetroffen. Het beslag dient gehandhaafd te worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na de behandeling van het klaagschrift in raadkamer is door de officier van justitie een aanvullend proces-verbaal van bevindingen aan het raadkamerdossier toegevoegd. De gemachtigd raadsvrouw van klager en de officier van justitie zijn akkoord gegaan met een (verdere) schriftelijke afdoening van onderhavig klaagschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het aanvullend proces-verbaal van bevindingen is door de raadsvrouw van klager (schriftelijk) gereageerd waarin er namens klager wordt gesteld dat zij zich niet kunnen verenigen met de inhoud van dit proces-verbaal. Er is geen strafvorderlijk belang meer gediend bij de verdere inbeslagname van de iPhone. Op de laptop, onder klager in beslag genomen, zou een filmpje zijn aangetroffen waarop vermoedelijke ontuchtige handelingen te zien zijn met de minderjarige aangeefster en een foto die als bewijstechnisch stuk wordt aangemerkt ter herkenning van (de hand van) klager en de persoon van aangeefster. Er is verder geen enkel (ander) zedengerelateerd dan wel pornografisch materiaal op de telefoon van klager aangetroffen. Voornoemd filmpje en de foto kunnen betrekkelijk eenvoudig verwijderd worden waarna de telefoon teruggegeven kan worden aan klager. Klager persisteert bij zijn klaagschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag: </para>
    </parablock>
    <para>a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,</para>
    <para>b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.</para>
    <para>In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het klaagschrift ongegrond verklaard dient te worden. Uit het aanvullend proces-verbaal van bevindingen, zoals toegevoegd aan het raadkamerdossier, maakt de rechtbank op dat er een filmpje op de in beslag genomen Apple iPhone is aangetroffen waarop te zien zou zijn dat een manspersoon, waarvan de politie het vermoeden heeft dat dit klager is, naar alle waarschijnlijkheid seksuele handelingen pleegt bij een ogenschijnlijk minderjarig meisje, vermoedelijk aangeefster. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring dan wel de onttrekking aan het verkeer van de Apple iPhone 11 uit zal spreken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 12 mei 2022 gegeven door mr. R.J.H. Goossens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Luijten en J. van ‘t Westende, griffiers, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2022.</para>
      <para>De griffier mr. A. Luijten is niet in de gelegenheid deze beschikking mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>INFORMATIE RECHTSMIDDEL</para>
      <para>Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing <emphasis role="bold">beroep in cassatie </emphasis>worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>