<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:675</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-11T11:26:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-02-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/198043-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:675">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:675</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-11T11:26:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:675 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-02-2022 / 02/198043-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:675:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte kon zijn voertuig niet tijdig tot stilstand brengen en is hierdoor achter op een motor gebotst, welke hierdoor onderuit is gegaan en onder een bestelbus terecht is gekomen. Door het ongeval heeft het slachtoffer een gebroken pols opgelopen. De rechtbank komt  tot een bewezenverklaring van artikel 5 Wegenverkeerswet zoals dit subsidiair aan verdachte ten laste is gelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:675:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/198043-21  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 1 februari 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende aan de [adres verdachte] </para>
      <para>raadsman mr. A.R. Mes, advocaat te Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 januari 2022, waarbij de officier van justitie, mr. M.P. de Graaf, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een verkeersongeval heeft veroorzaakt, waarbij [naam] letsel heeft opgelopen, in verschillende juridische varianten ten laste gelegd</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan en baseert zich daarbij op het volgende. Verdachte heeft het remlicht van [naam] te laat gezien, waardoor hij te laat heeft geremd en [naam] heeft aangereden. De officier wijt dit aan verdachte en is van mening dat sprake is van aanmerkelijk onoplettend rijgedrag. Er is voldoende schuld om tot een bewezenverklaring van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 te komen. Er is zodanig letsel toegebracht dat daaruit in ieder geval tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van hetgeen primair aan verdachte ten laste is gelegd en wijst daarbij op het volgende. Er moet sprake zijn van een aanzienlijke mate van onvoorzichtigheid en daarvan is in de onderhavige situatie geen sprake. Er is slechts sprake van een momentane onoplettendheid en dat is onvoldoende. Ook de verwijtbaarheid moet aanmerkelijk zijn en daarvan kan niet worden gesproken, nu op grond van het dossier niet is vast te stellen op welk moment verdachte had moeten reageren en op welk moment hij heeft gereageerd. Verdachte dient dan ook vrijgesproken te worden. Ten aanzien van hetgeen subsidiair aan verdachte ten laste is gelegd, refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank heeft onvoldoende duidelijkheid gekregen over de exacte toedracht van het verkeersongeval om te kunnen vaststellen dat er sprake is van schuld in de zin van </para>
          <para>artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Hiernaar is te weinig onderzoek gedaan door de politie. Meer in het bijzonder ontbreekt informatie over het remmen van verdachte en over wat van hem onder de gegeven omstandigheden mocht worden verlangd. Anders dan het feit dat verdachte niet tijdig heeft geremd bevat het summiere dossier geen aanwijzingen dat verdachte meer of andere verwijtbare handelingen heeft uitgevoerd. Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank het primair ten laste gelegde, te weten de overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, niet wettig en overtuigend bewezen en zij zal verdachte hiervan vrijspreken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op grond van de in de bewijsbijlage opgenomen bewijsmiddelen acht de rechtbank het subsidiaire aan verdachte tenlastegelegde feit, te weten het veroorzaken van gevaar en hinder op de weg, wel wettig en overtuigend bewezen. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 9 oktober 2020 te Langeweg, gemeente Moerdijk als bestuurder<?linebreak?>van een voertuig (bestelauto), daarmee rijdende op de weg, de Provincialeweg<?linebreak?>N285, een voor hem, verdachte, op die Provincialeweg N285 in dezelfde richting rijdende<?linebreak?>motorrijder van achteren is genaderd en niet tijdig heeft geremd, waardoor een botsing is ontstaan tussen, verdachtes, motorrijtuig en die motorrijder, door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.<?linebreak?></para>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte voor het primair tenlastegelegde op te leggen een geldboete van € 1.000,- subsidiair 20 dagen hechtenis. Daarnaast verzoekt de officier van justitie een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht bij het opleggen van een straf rekening te houden met het feit dat het al wat langer is geleden dat het feit zich heeft afgespeeld en met de omstandigheid dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van gevaar en hinder op de weg. De verdachte heeft als bestuurder van een bestelauto een motorrijder van achteren aangereden, waardoor de motorrijder letsel heeft opgelopen, namelijk een gebroken pols. Hij is aan deze pols geopereerd in het ziekenhuis en ondervindt nog altijd lichte klachten. Verdachte heeft daarbij ook hinder voor andere verkeersdeelnemers veroorzaakt. Dit rekent de rechtbank hem aan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van verdachte d.d. 8 december 2021. Daaruit volgt dat verdachte niet eerder in aanraking is geweest met justitie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde en zal om die reden een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte daarvan rekening gehouden met de straffen zoals die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. De rechtbank acht, alles afwegende, een geldboete van € 500,- subsidiair 10 dagen hechtenis passend en geboden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht het niet opportuun nu nog een (voorwaardelijke) ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen, omdat de overtreding langere tijd geleden heeft plaatsgevonden en verdachte daarna blijkens zijn documentatie geen andere verkeersfouten heeft begaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het primair tenlastegelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>         Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een geldboete van € 500,=</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat bij niet betaling van de geldboete, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis </emphasis>zal worden toegepast van <emphasis role="bold">10 dagen</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Hello, voorzitter, mr. M.H.M. Collombon en mr. E.G.F. Vliegenberg, rechters, in tegenwoordigheid van K. de Klerk-Van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 februari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Vliegenberg en de Klerk-Van Rijs zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>