<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:6681</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-15T10:00:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 21_4947</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#vereenvoudigdeBehandeling">Vereenvoudigde behandeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:6681">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:6681</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-11T17:01:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:6681 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-11-2022 / AWB- 21_4947</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:6681:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Sociale zekerheid</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:6681:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 21/4947 </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 november 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [woonplaats] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde eiser] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 19 oktober 2020 (primair besluit) heeft verweerder besloten de loongerelateerde WGA-uitkering van eiser per 9 januari 2021 om te zetten in een </para>
      <para>WGA-loonaanvullingsuitkering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 8 oktober 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van de (ex-)werkgever tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.</para>
      <para>In artikel 8:1, eerste lid, van de Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 6:13 van de Awb is bepaald dat geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen bezwaar heeft gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit. In de brief van 8 oktober 2021 waarbij verweerder een kopie van het bestreden besluit van 8 oktober 2021 aan eiser toestuurde, heeft verweerder eiser ook gewezen op dit risico.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank dient, ambtshalve, eerst stil te staan bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep. In dat verband overweegt de rechtbank het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat eiser geen bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit van 19 oktober 2020. Eiser heeft in zijn e-mail van 22 september 2022 aangegeven dat hij geen bezwaar heeft gemaakt, omdat de werkgever dat al deed. Eiser heeft verder aangegeven dat hij wel betrokken is geweest bij de bezwaarprocedure. Eiser verwijst daarnaast naar het bestreden besluit waarin vermeld staat dat, indien hij het niet eens is met het bestreden besluit, hij een beroepschrift kan indienen bij de rechtbank. In de brief van verweerder van 8 oktober 2021 staat ook dat eiser belanghebbende is bij het bestreden besluit en dat hij ook beroep kan instellen tegen het bestreden besluit. Eiser heeft daarom beroep aangetekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat in het bestreden besluit van 8 oktober 2021 de grondslag van het primaire besluit van 19 oktober 2020 niet is gewijzigd. Niet valt in te zien waarom eiser geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om tegen laatstgenoemd besluit bezwaar te maken. Dat eisers (ex-)werkgever bezwaar heeft gemaakt, leidt niet tot het oordeel dat het eiser redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij geen bezwaar heeft gemaakt. Eiser had immers een zelfstandig belang bij de uitkomst van de procedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat eiser redelijkerwijs verweten kan worden dat hij geen bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit van 19 oktober  2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier, op 8 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>