<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:6521</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-08T10:03:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-013169</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:6521">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:6521</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-08T10:02:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:6521 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 22-03-2022 / 21-013169</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:6521:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Klaagschrift 552a Sv klager niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:6521:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht </para>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/303079-21</para>
      <para>rk.nummer:  	21-013169</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager]
        </emphasis>
        <?linebreak?>geboren op [geboortedag] 1966 te [geboorteplaats]<?linebreak?>wonende op het adres [woonadres]<?linebreak?>woonplaats kiezende ten kantore van mr. E.M.J. Thomas, Chassésingel 4 te 4811 HA Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: klager.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 26 augustus 2021 onder klager in beslag is genomen: een personenauto van het merk, Jeep, type, Grand Cherokee en voorzien van het kenteken; [kenteken] . </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het klaagschrift, ingediend op 3 september 2021 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift van de officier van justitie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van de openbare raadkamerbehandeling op 19 januari 2022 en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De openbare behandeling van het klaagschrift is voortgezet in raadkamer op 8 maart 2022. Gehoord is de officier van justitie. Klager en zijn raadsman zijn op de vorige zitting aangezegd, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens klager is in het klaagschrift aangevoerd dat op of omstreeks 26 augustus 2021 onder hem een personenauto van het merk Jeep met kenteken [kenteken] in beslag is genomen. Het is klager onbekend waarom beslag is gelegd op de personenauto. Naar het oordeel van klager verzet het belang van strafvordering zich niet langer tegen de teruggave van het beslag en ontbreekt ook het onderzoeksbelang. Verzocht wordt dan ook het klaagschrift gegrond te verklaren en de teruggave van het voertuig te gelasten aan klager.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op 16 september 2021 schriftelijk op het standpunt gesteld dat het beslag gehandhaafd dient te worden, aangezien er wederrechtelijk verkregen voordeel is genoten en er bij de rechter-commissaris een aanvraag handhaven conservatoir beslag is gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens de raadkamerbehandeling op 19 januari 2022 is met name besproken dat de rechter-commissaris op 17 november 2021 een machtiging heeft afgegeven om het klassiek beslag op de auto ex artv 94 Sv te handhaven als conservatoir beslag ex art. 94a Sv. De behandeling is toen aangehouden om alsnog te proberen tot een zekerheidstelling te komen nadat een eerdere poging is mislukt. Van een geslaagde nieuwe poging is niet gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat klager bekend is met het inmiddels van kracht zijnde conservatoir beslag op de auto. Nu het om een machtiging handhaven als conservatoir beslag gaat, is het beslag op grond van artikel 94 Sv van rechtswege geëindigd. Gelet daarop staat beklag tegen dat beslag niet langer open en zal klager niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn beklag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 22 maart 2022 gegeven door mr. R.J,H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Luijten en J. van ‘t Westende, griffiers, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 maart 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>INFORMATIE RECHTSMIDDEL</para>
      <para>Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing <emphasis role="bold">beroep in cassatie </emphasis>worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>