<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:6500</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-09T09:31:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9659450_T15062022</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:6500">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:6500</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-08T12:11:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:6500 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-06-2022 / 9659450_T15062022</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:6500:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>tussenvonnis bewijsopdracht totstandkoming overeenkomst</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:6500:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tilburg </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 9659450 CV EXPL 22-338</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis d.d. 15 juni 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap <emphasis role="bold">T-Mobile Netherlands B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te ’s-Gravenhage, </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders te Heerenveen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , </para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>gemachtigde: mr. T.M. ten Velde, advocaat te Tilburg. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna aangeduid als “T-Mobile” respectievelijk “ [gedaagde] ”. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para>a. de dagvaarding van 21 januari 2022 met producties;</para>
    <para>b. de conclusie van antwoord;</para>
    <para>c. de akte van uitlating zijdens T-Mobile van 16 maart 2022 met producties;</para>
    <para>d. de antwoordakte zijdens [gedaagde] van 30 maart 2022. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>T-Mobile heeft [gedaagde] gefactureerd door middel van de volgende facturen: </para>
        <para>	- 23 januari 2021:	€      51,50</para>
        <para>	- 24 februari 2021:	€      51,50</para>
        <para>	- 25 maart 2021:	€      51,50</para>
        <para>	- 24 april 2021:		€      51,50</para>
        <para>	- 27 mei 2021:		€    <emphasis role="underline">849,08 +</emphasis></para>
        <para>				€ 1.055,08</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De automatische incasso’s van de facturen van 23 januari 2021, 24 februari 2021 en 25 maart 2021 zijn respectievelijk op 8 februari 2021, 5 maart 2021 en 7 april 2021 door [gedaagde] gestorneerd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>T-Mobile vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">primair: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.095,08, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (nog openstaande) hoofdsom vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">subsidiair: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de tussen partijen gesloten kredietovereenkomst te ontbinden;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.095,08, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (nog openstaande) hoofdsom vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>T-Mobile legt aan haar vordering -samengevat- ten grondslag dat zij op 21 december 2020 met [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten en [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichtingen door de aan hem gefactureerde kosten, totaal </para>
        <para>€ 1.055,08 niet, althans niet tijdig aan T-Mobile te voldoen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De buitengerechtelijke incassokosten, zijnde een bedrag van € 40,- worden gevorderd op grond van de algemene voorwaarden en het bepaalde in artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist dat hij de gestelde overeenkomst met T-Mobile heeft gesloten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de (overige) stellingen en weren wordt, voor zover van belang, hierna nog nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tussen partijen is in geschil of [gedaagde] de door T-Mobile gestelde overeenkomst heeft gesloten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>T-Mobile onderbouwt haar stelling dat er tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen door bij dagvaarding een op 21 december 2020 ondertekende overeenkomst voor mobiele telefonie (abonnement) en toestelkredietovereenkomst over te leggen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] stelt dat de gegevens die op de overgelegde overeenkomst vermeld staan juist zijn, behoudens het genoemde e-mailadres ( [e-mailadres] ). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt in de eerste plaats vast dat T-Mobile haar stelling dat de betreffende overeenkomst binnen de verkoopruimte is gesloten bij akte heeft gecorrigeerd, in die zin dat zij thans stelt dat de betreffende overeenkomst online tot stand is gekomen, waarna het toestel op het opgegeven woonadres is bezorgd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] betwist dat hij op 20 december 2020 (bedoeld zal zijn 21 december 2021, toevoeging kantonrechter) iemand heeft gesproken die hem een overeenkomst toonde en een mobiele telefoon overhandigde. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De kantonrechter zal, alvorens verder te beslissen, T-Mobile in de gelegenheid stellen bij akte de totstandkoming van de overeenkomst en de levering van de mobiele telefoon aan het woonadres van [gedaagde] nader toe te lichten. T-Mobile dient meer in het bijzonder te onderbouwen wanneer en op welke wijze de elektronische aanvraag tot het sluiten van de overeenkomst tot stand is gekomen en uit welke stukken blijkt dat de bezorger de identiteit van de aanvrager heeft geverifieerd. Ook dient T-Mobile te reageren op het bij antwoordakte gevoerde verweer van [gedaagde] omtrent de geplaatste handtekening op de iPad.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>T-Mobile dient ten slotte bij akte haar stelling dat op het moment van levering van de mobiele telefoon via iDEAL een betaling van € 0,01 van de bankrekening van [gedaagde] heeft plaatsgevonden te onderbouwen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] kan hierop vervolgens bij antwoordakte reageren. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter: </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de terechtzitting van <emphasis role="bold">woensdag 13 juli 2022 te 09.00 uur</emphasis>, voor het nemen van een akte na tussenvonnis door T-Mobile zoals bedoeld in overweging onder 4.6;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken </para>
        <para>op 15 juni 2022. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>