<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:6499</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-12-13T14:28:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">9689561_E20072022</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:6499">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:6499</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-10T09:50:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:6499 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-07-2022 / 9689561_E20072022</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:6499:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen dupliek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:6499:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 9689561 CV EXPL 22-603</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis d.d. 20 juli 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting <emphasis role="bold">Stichting Sociaal Fonds voor Opleiding en Ontwikkeling in het Kappersbedrijf</emphasis> ,</para>
      <para>statutair gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht , </para>
      <para>eiseres, </para>
      <para>gemachtigde: Vesting Finance Incasso B.V., gevestigd te Amersfoort,      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>handelend onder de naam <emphasis role="bold">[gedaagde]</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [adres gedaagde] , </para>
      <para>gedaagde, </para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna aangeduid worden als “ SFK ” respectievelijk “ [gedaagde] ”.   </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <para>a. het exploot van dagvaarding van 1 februari 2022 met producties;</para>
      <para>b. de akte vermindering van eis van 16 februari 2022;</para>
      <para>c. de conclusie van antwoord met producties;</para>
      <para>d. de conclusie van repliek, tevens houdende akte vermindering van eis met producties; </para>
      <para>e. de aantekeningen van de griffier op het audiëntieblad van 8 juni 2022.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De inhoud van deze stukken, met inbegrip van de daarbij overgelegde bescheiden, geldt als hier ingelast. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil en de beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>SFK heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 274,41 (bestaande uit de hoofdsom: € 215,64, vervallen wettelijke rente tot 26 januari 2022: € 10,37 en buitengerechtelijke incassokosten: € 48,40 inclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 215,64 vanaf 26 januari 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening, alsmede [gedaagde] in de kosten van de procedure te veroordelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>SFK heeft bij akte van 16 februari 2022 haar vordering verminderd met een door haar op 14 februari 2022 ontvangen bedrag van € 219,04. Dit bedrag strekt in de eerste plaats in mindering op de gevorderde hoofdsom van € 215,64. Het restant van € 3,40 (€ 219,04 -/-</para>
        <para>€ 215,64) strekt in mindering op het bedrag van € 10,37 ter zake vervallen wettelijke rente. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord bezwaar gemaakt tegen de medegevorderde kosten. [gedaagde] stelt dat zij deze kosten niet verschuldigd is, omdat de brieven/facturen, ondanks de wijziging van het adres in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel naar het oude adres van de salon ( [adres] ) zijn gezonden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>SFK heeft haar vordering bij conclusie van repliek nader toegelicht en daarbij het antwoord van [gedaagde] op die vordering gemotiveerd weersproken. SFK heeft uit coulance  afgezien van haar vordering tot betaling van het restant van de gevorderde wettelijke rente</para>
        <para>(€ 10,37 minus € 3,40). De vordering van SFK ziet derhalve enkel op de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Van de vervolgens geboden gelegenheid om op de conclusie van repliek te reageren heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Daarmee staat als niet weersproken vast dat [gedaagde] wel door SFK op het bij de KvK geregistreerde adres is aangeschreven en dat, voor zover [gedaagde] bepaalde brieven niet heeft ontvangen, dit in haar risicosfeer is gelegen omdat zij haar verhuizing niet tijdig heeft doorgegeven. Verder wordt ervan uitgegaan dat zij sommaties ook per e-mail heeft ontvangen. Nu de in de conclusie van repliek niet weersproken nadere stellingen van SFK het verweer van [gedaagde] voldoende weerleggen en de vordering geheel kunnen dragen zal de vordering worden toegewezen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij tevens worden veroordeeld in de proceskosten van SFK . Die kosten worden tot en met vandaag vastgesteld op € 407,52, bestaande uit € 129,52 aan dagvaardingskosten, € 128,- aan griffierecht en € 150,- (2 punten x € 75,- per punt) aan salaris voor de gemachtigde van SFK . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan SFK te betalen een bedrag van € 48,40;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van SFK tot op heden vastgesteld op € 407,52;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op</para>
        <para>20 juli 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>