<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:6380</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-03T13:54:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/120722-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:6380">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:6380</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-02T11:28:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:6380 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-11-2022 / 02/120722-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:6380:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling tot een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voor meerdere keren plegen van verduistering in dienstbetrekking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:6380:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/120722-21  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 3 november 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>raadsman mr. A.J.G. van Strien, advocaat te Oss</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 oktober 2022, waarbij de officier van justitie mr. M. Nieuwenhuis en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. </para>
      <para>De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>1:  meerdere gegevensdragers en computeronderdelen van [benadeelde 1] heeft verduisterd;</para>
      <para>2:  meerdere gegevensdragers van [benadeelde 2] heeft verduisterd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide strafbare feiten heeft gepleegd. Hij baseert zich daarbij op de aangiftes van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , de bevindingen volgend uit het interne onderzoek bij [benadeelde 1] en het onderzoek door de politie.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van een bewezenverklaring.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
            <?linebreak?>Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte in de periode van 1 juni 2020 tot en met 2 november 2020 bij zijn werkgever [benadeelde 1] meerdere laptops, notebooks, thin clients en pc’s heeft meegenomen. Verdachte kon deze goederen vanuit zijn functie als projectmanager op het gebied van ICT onder zich krijgen. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij de goederen liet ontdoen van alle [benadeelde 1] -kenmerken. Vervolgens heeft hij de goederen verkocht. Met het geld dat hij ervoor kreeg, hoopte hij zijn schulden af te lossen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Hoewel op basis van het dossier niet exact is vast te stellen hoeveel goederen er in totaal zijn verduisterd, blijkt op basis van de eigen verklaring van verdachte dat het om enkele tientallen goederen gaat. Verdachte heeft de goederen op verschillende momenten in de genoemde periode meegenomen van verschillende locaties. Hij heeft hierbij steeds gebruik gemaakt van zijn functie, dan wel toegangsmogelijkheden die hem vanwege zijn functie ter beschikking waren gesteld. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat op basis van de aangifte en de eigen verklaring van verdachte wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte meerdere malen de in de bewezenverklaring genoemde goederen heeft verduisterd van zijn toenmalige werkgever [benadeelde 1] .  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
          </para>
          <para>Naar aanleiding van de bevindingen bij feit 1 is er onderzoek gedaan in de woning van verdachte. Uit dit onderzoek is gebleken dat op 16 en 23 april 2021 verdachte meerdere thin clients en 15 iPhones heeft verpand. Ten tijde van deze feiten was verdachte werkzaam bij [benadeelde 2] . [benadeelde 2] heeft aangifte gedaan van de verduistering van deze goederen. Verdachte had vanuit zijn functie als projectmanager bij [benadeelde 2] de bevoegdheid om goederen te bestellen en op te halen bij het magazijn. Uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij deze goederen van zijn werkgever heeft verduisterd in een poging om daarmee zijn financiële problemen op te lossen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 16 en 23 april 2020 meerdere thin cliënts en 15 iPhones heeft verduisterd van zijn toenmalige werkgever [benadeelde 2] . Verdachte heeft dit feit meermalen gepleegd nu de goederen op verschillende momenten door verdachte zijn meegenomen en verpand.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1<?linebreak?>in de periode van 1 juni 2020 tot en met 2 november 2020 te Tilburg en/of Sittard, opzettelijk meerdere laptops en/of notebooks en/of thin clients en/of pc's die toebehoorden aan [benadeelde 1] , en welke goederen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als projectmanager van [benadeelde 1] , onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;<?linebreak?>2<?linebreak?>op 16 april 2021 en/of 23 april 2021 te Nijmegen, opzettelijk meerdere thin clients en 15, iPhones, die toebehoorden aan [benadeelde 2] , en welke goederen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking, te weten als projectmanager van [benadeelde 2] onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.<?linebreak?></para>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging voert aan dat een deels voorwaardelijke taakstraf passend zou zijn. Zij verzoekt de rechtbank een andere afweging te maken ten aanzien van de gevangenisstraf. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte waardevolle goederen heeft verduisterd van zijn twee werkgevers. Hoewel het exacte aantal niet vast te stellen is, gaat het om tientallen goederen. Verdachte heeft bewust de verkeerde keuze gemaakt en zijn handelingen meerdere keren op verschillende tijdstippen  herhaald. Zo heeft hij meerdere keren goederen uit de kluis naar zijn voertuig gebracht omdat het te zwaar was alles in één keer mee te nemen. Hij heeft meerdere keren goederen bij verschillende magazijnen opgehaald. Zelfs het ontslag nadat hij betrapt was, heeft verdachte er niet van weerhouden goederen te verduisteren bij zijn nieuwe werkgever. De verduisteringen zijn pas gestopt toen de politie ingreep. Verdachte heeft enkel gehandeld uit financieel gewin en daarmee het vertrouwen van zijn werkgevers ernstig geschonden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor onderhavige feiten bestaan geen oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). De rechtbank is echter van oordeel dat onderhavige feiten qua omvang en impact gelijk kunnen worden gesteld aan fraudezaken. Om die reden heeft zij aansluiting gezocht bij de LOVS-oriëntatiepunten voor fraude. Voor fraudezaken waarin het schadebedrag is gelegen tussen € 10.000,00 en </para>
        <para>€ 70.000,00 euro geldt als oriëntatiepunt een gevangenisstraf voor de duur van 2 tot 5 maanden. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen het handelen van verdachte en de schade die hij daarmee heeft veroorzaakt dan ook in beginsel een dergelijke onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft, doet daar niets aan af. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank houdt echter ook rekening met de houding van verdachte in de afwikkeling van de zaak en ter terechtzitting. Verdachte heeft verklaard dat het hem spijt en dat hij zich diep schaamt voor zijn gedrag. Hij komt daarin naar het oordeel van de rechtbank oprecht over. Dit wordt ondersteund door het feit dat hij voor de door hem aangerichte schade  regelingen heeft getroffen met zijn voormalige werkgevers. Zij zijn inmiddels conform de vaststellingsovereenkomsten gecompenseerd. Daarnaast is het de rechtbank gebleken dat verdachte hard aan het werk is om zijn financiële problemen op te lossen om daarmee te voorkomen dat een soortgelijke situatie zich in de toekomst nogmaals voor zal doen. Verder is gebleken dat verdachte inmiddels eerlijk is geweest naar de mensen om hem heen en dat ook zij hem in de toekomst kunnen behoeden voor dit soort fouten. Hoewel de feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen, zal de rechtbank daar gelet op voornoemde ontwikkelingen van afzien, mede omdat de voornoemde positieve ontwikkelingen door een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zouden worden doorkruist.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overwegende legt de rechtbank aan verdachte een taakstraf voor de duur 240 uren op. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal hierop in mindering worden gebracht naar rato van 2 uur per dag. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden op met een proeftijd van 2 jaren. Deze voorwaardelijke gevangenisstraf is bedoeld om te voorkomen dat verdachte ondanks alle goede ontwikkelingen nogmaals in de fout zal gaan. De rechtbank begrijpt dat de taakstraf een behoorlijk impact zal hebben op verdachte en zijn mogelijkheden om extra inkomsten te genereren om zijn schulden af te lossen. Zij ziet echter geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het beslag</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De onttrekking aan het verkeer</emphasis>
        </para>
        <para>Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gebleken is dat het feit is begaan of voorbereid met behulp van het voorwerp.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.3 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1:</emphasis> 	verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn <?linebreak?> 		dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2:</emphasis> 	verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn <?linebreak?> 		dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 240 uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">120 dagen</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf naar rato van 2 uur per dag;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen voorwerp, te weten: </para>
    <para>1. STK USB-stick (memorykaart) (Omschrijving: G2329695, Zwart, merk: Verbatim).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.M. Speekenbrink, voorzitter, mr. J.C.A.M. Los en mr. J. van Riet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 november 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Speekenbrink en mr. Van Riet zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>