<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:5598</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-29T14:57:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-09-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-319493-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:5598">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:5598</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-29T10:58:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:5598 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 29-09-2022 / 02-319493-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:5598:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenvonnis. Bij de beraadslaging is de rechtbank gebleken dat het onderzoek ter terechtzitting niet volledig is geweest. Rechtbank geeft opdracht aan officier van justitie om NFI-rapport te verstrekken. De rechtbank zal het onderzoek heropenen en schorsen voor onbepaalde tijd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:5598:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-319493-21</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">tussenvonnis van de meervoudige kamer van 29 september 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>raadsman mr. M.J.F. Zoeteweij, advocaat te Vlissingen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 september 2022, waarbij de officier van justitie, mr. J.F.M. Kerkhofs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 20 december 2020 te Vlissingen [slachtoffer]  heeft aangerand (feit 1) en in tegenwoordigheid van die [slachtoffer] schennis heeft gepleegd (feit 2). </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig.</para>
      <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.</para>
      <para>Er is geen reden tot schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Tijdens beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdediging is tijdens de behandeling van de zaak ter zitting verweer gevoerd met betrekking tot het forensisch bewijs. Door de verdediging is aangevoerd dat in het dossier stukken ontbreken waaruit de herkomst van de door het NFI onderzochte DNA-sporen blijkt. Er is, blijkens het in het procesdossier opgenomen NFI-rapport van 20 september 2021, weliswaar een jas onderzocht op DNA-sporen, maar uit dit rapport valt niet op te maken dat dit de jas van aangeefster is geweest. In dit rapport van het NFI wordt verwezen naar de eerder in deze zaak verkregen DNA-profielen, die zijn opgenomen in het deskundigenrapport ‘aanvraag 001’. Het rapport ‘aanvraag 001’ zit echter niet in het dossier. De raadsman stelt zich op het standpunt dat door deze onduidelijkheid de match met het DNA van verdachte, zoals blijkt uit het rapport van het NFI van 20 september 2021, niet gebruikt kan worden voor het bewijs. Aangezien aangeefster niet weet wie de dader was en uit de camerabeelden niet valt op te maken dat verdachte de dader was, zou dit tot vrijspraak moeten leiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat uit het dossier voldoende blijkt dat de jas die door het NFI is onderzocht, de jas van aangeefster is geweest. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat een schakel in het bewijs ontbreekt, dan verzoekt zij de rechtbank om tijdens de beraadslaging te beslissen het onderzoek te heropenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat voor de beoordeling of de feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden het forensisch bewijs van betekenis kan zijn. De rechtbank stelt vast dat uit het rapport van het NFI van 20 september 2021 met zaaknummer 2021.03.19.089 (aanvraag 002) niet valt op te maken dat de aangetroffen DNA-sporen die matchen met het DNA van verdachte, zijn aangetroffen op de jas van aangeefster. Wel wordt in het rapport meerdere malen verwezen naar de eerder verkregen DNA-mengprofielen, die zijn opgenomen in het rapport ‘aanvraag 001’. Dat rapport zit niet in het dossier, waardoor een relevante schakel in de bewijsketen met betrekking tot het DNA-onderzoek ontbreekt. Hetgeen door de verdediging ter zitting is aangevoerd, geeft dan ook aanleiding het onderzoek te heropenen, zodat het ontbrekende rapport alsnog bij het NFI kan worden opgevraagd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank geeft de officier van justitie daarom de opdracht om het ontbrekende rapport van het NFI, te weten ‘aanvraag 001’, zo spoedig mogelijk op te vragen bij het NFI en aan de rechtbank en de verdediging te verstrekken. Mocht dit rapport niet beschikbaar zijn dan draagt de rechtbank de officier van justitie op om een aanvullend proces-verbaal te verstrekken waarin wordt beschreven hoe het onderzoek aan de jas van aangeefster heeft plaatsgevonden en wat de bron is van de in het rapport ‘aanvraag 002’ genoemde DNA-profielen. De rechtbank zal de zaak hiertoe voor onbepaalde tijd aanhouden. De rechtbank geeft de officier van justitie de opdracht na het verstrekken van het rapport van het NFI ‘aanvraag 001’ of het voornoemde aanvullend proces-verbaal via de Verkeerstoren en in overleg met de raadsman zo spoedig mogelijk een nieuwe zitting te plannen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <para>- heropent het onderzoek;</para>
    <para />
    <para>- geeft de officier van justitie opdracht uitvoering te geven aan hetgeen in dit tussenvonnis is vermeld, te weten:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zo spoedig mogelijk het rapport van het NFI (‘aanvraag 001’) te verstrekken en indien dit rapport niet beschikbaar is, zo spoedig mogelijk een aanvullend proces-verbaal te verstrekken met daarin beschreven hoe het onderzoek aan de jas van aangeefster heeft plaatsgevonden en wat de bron is van de in het rapport ‘aanvraag 002’ genoemde DNA-profielen</emphasis>; en</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">na het verstrekken van het rapport van het NFI (‘aanvraag 001’) of het aanvullend proces-verbaal via de Verkeerstoren en in overleg met de raadsman zo spoedig mogelijk een nieuwe zitting te plannen</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- schorst het onderzoek en beveelt dat dat het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum zal worden hervat;</para>
    <para />
    <para>- beveelt de oproeping van verdachte en zijn raadsman tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat en beveelt dat de benadeelde partij van dit tijdstip in kennis wordt gesteld;</para>
    <para />
    <para>- houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit tussenvonnis is gewezen door mr. A.B. Scheltema Beduin, voorzitter, mr. J. Bergen en mr. P.T. Heblij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Holtgrefe, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 september 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Heblij is niet in de gelegenheid dit tussenvonnis mede te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>