<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:5031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-21T13:16:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBZWB:2022:8382</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 22-007992</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:5031">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:5031</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-31T09:33:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:5031 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-08-2022 / RK 22-007992</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:5031:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Klaagschrift ex artikel 552a Sv. De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift, nu niet langer wordt verzocht om een inhoudelijke beoordeling. Namens klager is verzocht het klaagschrift in te trekken, hetgeen niet mogelijk was omdat de behandeling in raadkamer eerder was aangehouden.”</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:5031:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht </para>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: /</para>
      <para>rk.nummer:  	22-007992</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1992</para>
      <para>wonende op het adres [adres]</para>
      <para>woonplaats kiezende ten kantore van mr. J.J. van ’t Hoff, Vlijmenstraat 7 te 5036 SV Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: klager.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 27 maart 2022 onder klager in beslag is genomen: een motor van het merk Suzuki, type Gsx-R1000 en voorzien van het kenteken [kenteken] ; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het klaagschrift ingevolge artikel 552a Sv, ingediend op 12 april 2022 ter griffie van deze rechtbank;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift van de officier van justitie; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van de raadkamerbehandeling op 16 juni 2022 en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 5 augustus 2022. Gehoord is de officier van justitie mr. G. Oosterveld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de griffie is op 25 juli 2022 een e-mail binnengekomen van de raadsman van klager mr. J.J. van ’t Hoff met daarin het verzoek, voorzien van schriftelijke volmacht, om het klaagschrift namens klager in te trekken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 26 juli 2022 is aan de raadsman medegedeeld dat het klaagschrift niet kan worden ingetrokken, omdat de zaak al eerder in raadkamer is behandeld. De raadsman en klager zijn - na voorafgaand overleg met de griffier - niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich in raadkamer op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard. Na de raadkamerzitting van 16 juni 2022 is onder meer een aanvullend proces-verbaal van bevindingen toegevoegd aan de stukken. De inbeslaggenomen motor is omgekat en dient dus te worden onttrokken aan het verkeer. Het grootste deel van de motor is afkomstig van diefstal. </para>
      <para>Mocht naar het oordeel van de rechtbank een onttrekking aan het verkeer van de volledige motor te ver gaan, dan kan subsidiair worden gekeken voor welk(e) de(e)l(en) van de motor klager als rechthebbende kan worden aangemerkt.</para>
      <para>De officier van justitie heeft desgevraagd te kennen gegeven dat de reden van intrekking van het klaagschrift (ook) haar onbekend is. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para>De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is tijdig ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat namens klager is verzocht het klaagschrift in te trekken, maar dat intrekking van het klaagschrift niet mogelijk is gebleken nu de zaak eerder in raadkamer is behandeld. De rechtbank leidt uit de wens van verzoeker tot intrekking van het klaagschrift af dat niet langer wordt verzocht om een inhoudelijke beoordeling van het klaagschrift. De rechtbank zal klager dan ook niet-ontvankelijk verklaren in zijn klaagschrift gericht tegen het op grond van artikel 94 Sv gelegde beslag.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 19 augustus 2022 gegeven door mr. J.C.A.M. Los, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M. van Grinsven, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 augustus 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>INFORMATIE RECHTSMIDDEL</para>
      <para>Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing <emphasis role="bold">beroep in cassatie </emphasis>worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>