<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:4897</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-25T13:04:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-08-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-091076-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:4897">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:4897</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-08-24T09:27:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:4897 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 25-08-2022 / 02-091076-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:4897:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>“Vrijspraak verdenking van ontucht. Geen wettig en overtuigend bewijs.”</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:4897:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-091076-22  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 25 augustus 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [Geboortedag] 1972 te [Geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [Adres] </para>
      <para>raadsvrouw mr. A.C.M. Tönis, advocaat te Breda</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 augustus 2022, waarbij de officier van justitie, mr. I.M.H. Masselink, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.</para>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 14 oktober 2019 tot en met 19 september 2021 ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter [Naam] . Dit is op verschillende manieren ten laste gelegd.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan in de periode van 1 april 2021 tot en met 19 september 2021. Zij baseert zich daarbij op de aangifte van moeder, de verklaring van [Naam] en het feit dat deze verklaring past in de feitelijke gang van zaken als [Naam] bij haar vader logeerde en in de verklaring van aangeefster en verdachte over deze feitelijke gang van zaken. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, omdat er geen sprake is van wettig bewijs. Subsidiair is de verdediging van mening dat de opzet op de ontucht niet bewezen kan worden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Het procesdossier is gebaseerd op de verklaring van [Naam] . Zij was ten tijde van haar verklaring 4 jaar oud en heeft de verklaring desgevraagd meerdere keren herhaald. Deze herhaalde verklaring wordt door de rechtbank aangemerkt als één bewijsmiddel. Het dossier biedt verder geen directe (technische) bewijsmiddelen voor het tenlastegelegde feit. De rechtbank zal dan ook moeten beoordelen of de verklaring van [Naam] door andere feiten en omstandigheden wordt ondersteund. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het dossier blijkt dat [Naam] inderdaad enkele keren bij haar vader in bed heeft geslapen. De rechtbank stelt op basis van de verklaringen van aangeefster en verdachte vast dat bij de ouders in bed slapen, de normale gang van zaken binnen het gezin was. Het is bovendien iets wat in ieder gezin weleens voorkomt. Het enkele feit dat dit overeenkomt met de verklaring van [Naam] , maakt niet dat er sprake is van steunbewijs. Hiervoor is deze vaststelling naar het oordeel van de rechtbank te algemeen. In het dossier is verder genoemd dat [Naam] afwijkend gedrag vertoonde. Dit gedrag is echter zeer vaag omschreven en er kan niet worden vastgesteld wanneer het gedrag is veranderd. Bovendien werd het gedrag aanvankelijk toegeschreven aan andere oorzaken zoals de komst van een baby in het gezin en het feit dat [Naam] naar de basisschool zou gaan. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat een eventuele wijziging in het gedrag de verklaring van [Naam] niet ondersteunt. Tot slot heeft verdachte in zijn verklaring bij de politie en ter terechtzitting gegist waar de verklaring van [Naam] vandaan zou kunnen komen. De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van verdachte op dit punt niet tegen verdachte kunnen worden gebruikt. Verdachte is immers stellig in zijn ontkenning van de feiten. Daar waar hij heeft geraden naar de oorzaak van de verklaring van [Naam] , is zijn verklaring gebaseerd op zijn eigen inschatting en gevoel. Kortom, in tegenstelling tot de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het procesdossier geen steunbewijs bevat om de verweten ontuchtige handeling te ondersteunen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door het ontbreken van steunbewijs voor de verklaring van [Naam] is de rechtbank er niet van overtuigd dat er enige ontuchtige handeling heeft plaatsgevonden. Bovendien is er uit het dossier ook geen enkele opzet van verdachte op een dergelijke handeling gebleken. De tenlastegelegde feiten kunnen dan ook primair en subsidiair niet wettig en overtuigend bewezen worden. De rechtbank spreekt verdachte vrij van de gehele tenlastelegging. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het gehele tenlastegelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.M. Collombon, voorzitter, mr. M.A.E. Dekker en </para>
      <para>mr. M. van de Wetering, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen, griffier, en is bij vervroeging uitgesproken ter openbare zitting op 25 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>