<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:4169</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-27T14:06:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-124842-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:4169">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:4169</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-27T12:51:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:4169 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-07-2022 / 02-124842-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:4169:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor primair ten laste gelegde 6 WVW. Zeer onvoorzichtig rijgedrag, maar informatie in dossier onvoldoende om in juridische zin van zwaar lichamelijk letsel te kunnen spreken of te kunnen concluderen dat het letsel is waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Veroordeeld voor subsidiair ten laste gelegde  5 WVW en voor 8 WVW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:4169:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/124842-21  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 27 juli 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres] </para>
      <para>raadsman mr. B.M.C.F. de Groen, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 juli 2022, waarbij de officier van justitie, mr. C. de Pagter, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte<?linebreak?><emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> op 8 mei 2021 in Nispen een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, terwijl hij onder invloed van alcohol was, waardoor [slachtoffer] (zwaar) lichamelijk letsel heeft opgelopen, dan wel dat verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt;<?linebreak?><emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> op 8 mei 2021 in Nispen onder invloed van alcohol een personenauto heeft bestuurd.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor de onder 1 primair ten laste gelegde schuld aan een verkeersongeval als bedoeld in artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). Weliswaar heeft verdachte zeer onvoorzichtig gereden met een ongeluk als gevolg, maar over het daardoor aan [slachtoffer] toegebrachte letsel is onvoldoende bekend om te concluderen dat het om letsel gaat als bedoeld in artikel 6 WVW. Gelet op de bevindingen van de politie en de bekentenis van verdachte kunnen feit 1 subsidiair en feit 2 wel wettig en overtuigend bewezen worden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is het eens met de officier van justitie.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feiten op basis van de bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>Verdachte heeft ook op zitting bekend op 8 mei 2021 in Nispen op de Kerkweg, waar de maximumsnelheid 60 kilometer per uur was, met zijn BMW M3 veel te hard te hebben gereden met teveel alcohol op. Volgens verdachte reed hij 120 tot 130 kilometer per uur. In een lichte bocht naar rechts raakte zijn auto in een slip en kon verdachte de auto niet meer onder controle houden. Daarbij is de auto van de weg geraakt, tegen twee bomen in de linkerberm gebotst om daarna in de rechterberm, met de achterste helft boven een smalle sloot, tot stilstand te komen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 1 primair</emphasis>
          </para>
          <para>Voor een bewezenverklaring van de onder feit 1 primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 WVW is echter onvoldoende dat voornoemd zeer onvoorzichtig rijgedrag van verdachte tot een ongeluk heeft geleid. Daarvoor moet door dat ongeluk een ander zwaar lichamelijk letsel zijn toegebracht of letsel waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Door het door verdachte veroorzaakte ongeluk heeft [slachtoffer] een gebroken borstbeen opgelopen. Uit de betreffende geneeskundige verklaring in het dossier blijkt dat [slachtoffer] daardoor pijn aan zijn borstbeen had en de geschatte genezingsduur 2 tot 3 maanden was. Dat is ook de enige informatie in het dossier over de aard en de gevolgen van het letsel van [slachtoffer] . Die informatie is niet alleen onvoldoende om in juridische zin van zwaar lichamelijk letsel te kunnen spreken, maar ook om te kunnen concluderen dat het letsel is waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank daarom van oordeel dat de onder feit 1 primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 WVW niet wettig en overtuigend bewezen kan worden. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 1 subsidiair en feit 2</emphasis>
          </para>
          <para>Dat verdachte met zijn eerder beschreven gedragingen gevaar op de weg heeft veroorzaakt, heeft op zitting niet ter discussie gestaan. Dat gevaar heeft zich zelfs verwezenlijkt gelet op het door verdachte veroorzaakte ongeluk. De onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde overtreding van artikel 5 WVW kan daarom wel wettig en overtuigend bewezen worden. Dat geldt ook voor feit 2: het rijden met het gemeten te hoge alcoholgehalte van 530 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>
        </para>
        <para>op 8 mei 2021 te Nispen, gemeente Roosendaal, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Kerkweg, na het gebruik van alcoholhoudende drank, met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, met een snelheid die lag boven de ter plaatse maximale toegestane snelheid van 60 kilometer per uur heeft gereden en vervolgens in een slip is geraakt en het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehouden, waarbij hij, verdachte, met zijn voertuig van de weg is geraakt en vervolgens in botsing is gekomen met zich naast deze weg bevindende bomen, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2</para>
        <para>op 8 mei 2021 te Nispen, gemeente Roosendaal, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 530 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte voor beide feiten samen een geldboete op te leggen van € 1.500,00 en voor feit 1 daarnaast een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur dat het rijbewijs van verdachte al is ingehouden. Volgens haar berekening 180 dagen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft verzocht de eis van de officier van justitie te volgen, maar volgens hem is verdachte zijn rijbewijs 178 dagen kwijt geweest. Verdachte heeft verzocht een geldboete in termijnen te mogen betalen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>In de vroege avond van 8 mei 2021 heeft verdachte op een 60-kilometerweg in Nispen met zijn BMW M3 het dubbele van de toegestane snelheid gereden, nadat hij in de uren daarvoor zo’n 10 flesjes bier had gedronken. Naar het oordeel van de rechtbank is dat volstrekt onverantwoord rijgedrag. Die rit is geëindigd met botsingen tegen twee bomen waarna eigenlijk de hele linkervoorzijde van zijn auto was vernield. Het is echt een wonder te noemen dat verdachte en zijn vier passagiers het er allen levend vanaf hebben gebracht en dat slechts een van hen - relatief licht en tijdelijk, doch pijnlijk - letsel heeft opgelopen.</para>
        <para>Verdachte heeft na het ongeluk meteen zijn verantwoordelijkheid genomen. Tegen de politie die ter plaatse kwam, heeft hij uit eigen beweging verteld dat hij gedronken had. In zijn verhoor diezelfde avond nog had hij al geen woorden voor zijn eigen rijgedrag dat volgens hem voortkwam uit “haantjesgedrag”. Op zitting heeft verdachte aanvullend verklaard dat het ongeluk een keerpunt in zijn leven is geweest. Hij focust zich sindsdien op zijn eigen zaak en zijn vrouw en kindje en heeft van racen zijn hobby gemaakt die hij alleen op circuits uitoefent. Als hij al eens uitgaat beperkt hij zich tegenwoordig tot één drankje. Gelet op de invordering van zijn rijbewijs direct na het ongeluk en de aansluitende inhouding ervan heeft hij bovendien al een half jaar ondervonden wat onverantwoord rijgedrag nog meer voor gevolgen kan hebben. Met name voor zijn eigen zaak in stalen ramen en deuren is zijn rijbewijs onmisbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de hiervoor beschreven ernst van de feiten en de persoon van verdachte vindt de rechtbank de door de officier van justitie geëiste geldboete en onvoorwaardelijke rijontzegging gelijk aan de eerdere inhoudingsduur passend. De rechtbank kan echter niet één geldboete opleggen nu het om respectievelijk een overtreding en een misdrijf gaat waarvoor verdachte wordt veroordeeld. De rechtbank zal voor ieder feit een geldboete van</para>
        <para>€ 750,00 opleggen met de mogelijkheid van termijnbetaling zoals verzocht. Van het rijbewijs is de eerdere inhoudingsduur volgens berekening van de rechtbank 180 dagen geweest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 23, 24a, 24c en 62 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 8, 176, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het onder 1 primair tenlastegelegde feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 1 subsidiair</emphasis>
        <emphasis role="italic">:</emphasis> overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 2:</emphasis>                  overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de <?linebreak?>                                     Wegenverkeerswet 1994 (530 ugl);</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 1 subsidiair</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een geldboete van € 750,00</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat bij niet betaling van de geldboete, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis </emphasis>zal worden toegepast van <emphasis role="bold">15 dagen</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat deze geldboete mag worden betaald in zes maandelijkse termijnen van elk </para>
    <para>€ 125,00;</para>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 180 dagen</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd dat verdachte zijn rijbewijs al heeft ingeleverd (180 dagen) in mindering wordt gebracht op de rijontzegging;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een geldboete van € 750,00</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat bij niet betaling van de geldboete, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis </emphasis>zal worden toegepast van <emphasis role="bold">15 dagen</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat deze geldboete mag worden betaald in zes maandelijkse termijnen van elk </para>
    <para>€ 125,00;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.H. de Brouwer, voorzitter, mr. M.E.I. Beudeker en </para>
      <para>mr. F.L. Donders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 juli 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>