<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:3959</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-25T08:00:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 21 _ 239</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:3959">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:3959</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-20T15:16:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3959 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 14-07-2022 / AWB - 21 _ 239</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:3959:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>PW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:3959:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Breda</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 21/239 PW</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 14 juli 2022 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. C.J. van der Have,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 3 december 2020 (bestreden besluit) van het college inzake de afwijzing van zijn aanvraag voor een uitkering op grond van de Participatiewet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 14 juli 2022. Hierbij waren aanwezig eisers gemachtigde en mr. S. Hyder en [naam vertegenwoordiger] namens het college.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 6:6 van de Awb, kan het beroep, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 van die wet of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het beroep, niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het door de gemachtigde van eiser op 14 januari 2021 (pro forma) ingediende beroepschrift stelt de rechtbank vast dat dit geen gronden bevat waarop het beroep berust.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 20 januari 2021 is de gemachtigde van eiser op dit verzuim gewezen en uitgenodigd het verzuim binnen vier weken na de dagtekening van die brief te herstellen. Daarbij is vermeld dat indien van deze gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 17 februari 2021 heeft de gemachtigde van eiser verwezen naar de gronden die hij in bezwaar heeft aangevoerd en verzocht om deze als ingelast en herhaald te beschouwen. Op grond van vaste jurisprudentie is de enkele verwijzing naar bezwaargronden onvoldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het beroep zal niet-ontvankelijk verklaard worden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.F. van Ginneken, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 14 juli 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>