<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:3844</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-29T14:51:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 22/2795 GEMWT VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:3844">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:3844</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-07-29T14:51:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3844 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-07-2022 / BRE 22/2795 GEMWT VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:3844:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigeren handhavend op te treden tegen schade aan voorgevel, kozijn en voordeur van buren</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:3844:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 22/2795 GEMWT VV</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 12 juli 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker 1] en [verzoeker 2] , te [woonplaats] , verzoekers,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Familie [naam]</emphasis>, te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 maart 2022 (bestreden besluit) van het college over de afwijzing van een verzoek om handhaving. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1.	<emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers zijn eigenaar van het perceel met opstallen aan [adres] . Op 25 januari 2022 hebben verzoekers het college verzocht om handhavend op te treden tegen schade aan de voorgevel, kozijn en voordeur van hun buren aan [adres] ; de familie [naam] . Verzoekers stellen overlast te ervaren en vrezen schade aan hun pand. Volgens verzoekers sluit de voordeur van de buren niet meer goed en verzoekers ervaren overlast, omdat de buren de voordeur hard dichtslaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van dit handhavingsverzoek heeft een toezichthouder van de gemeente Drimmelen ter plaatse het pand onderzocht. De toezichthouder heeft geconstateerd dat er een scheurtje te zien is in een baksteen. Hij stelt dat er geen sprake is van instortingsgevaar vanwege een scheur in de gevel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het bestreden besluit heeft het college het handhavingsverzoek van verzoekers afgewezen. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat er geen overtreding is geconstateerd en het college ziet dan ook geen aanleiding om handhavend op te treden ten aanzien van de scheur in de gevel. De overlast vanwege het hard dichtslaan van de voordeur is niet iets waartegen het college handhavend kan optreden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.	<emphasis role="italic">Verzoeksgronden</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben de voorzieningenrechter dringend verzocht om de buren direct te laten ophouden met het slaan van hun voordeur, en bouwkundig onderzoek te doen naar de bouwkundige staat van [adres] . Zij geven daarvoor de volgende argumenten:</para>
    </parablock>
    <para>- Hun fysieke en psychische veiligheid is in het geding;</para>
    <para>- Dringend verzoek de buren te dwingen de deur zo te repareren dat die niet dichtgeslagen hoeft te worden;</para>
    <para>- Dringend verzoek de bouwkundige staat van [adres] te onderzoeken, omdat de voorgevel is (los)gescheurd door heien;</para>
    <para>- Dringend verzoek om de gemeente Drimmelen te dwingen het verzoek tot handhaving openbaar te maken, zodat eindelijk duidelijk wordt wat in de buurt is gebeurd en dat er gevaar dreigt (voor de dijk en de panden daarop);</para>
    <para>- Dringend verzoek om hulp tegen de misdrijven die door de gemeente Drimmelen jegens verzoekers gepleegd worden.</para>
    <para />
    <para>3.	<emphasis role="italic">Spoedeisend belang</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van onverwijlde spoed is sprake, wanneer een besluit onomkeerbare gevolgen heeft en een besluit op (in dit geval) het bezwaar niet kan worden afgewacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.	<emphasis role="italic">Oordeel voorzieningenrechter </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er in deze situatie geen sprake van een dermate spoedeisend belang, dat noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening in afwachting van de beslissing op de bezwaren van verzoekers. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat de gemachtigde van het college de griffier telefonisch heeft laten weten dat de hoorzitting is gepland op dinsdag 5 juli 2022 en dat doorgaans binnen vier weken daarna het advies van de bezwaarschriftencommissie wordt verwacht. De verwachting is dat het college in de eerste collegevergadering na het zomerreces, op 30 augustus 2022, een besluit zal nemen. Het is de voorzieningenrechter niet aannemelijk geworden dat in die relatief korte periode onaanvaardbare hinder of overlast, dan wel aanmerkelijke (nieuwe) schade aan de woning van verzoekers kan worden verwacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.	<emphasis role="italic">Conclusie</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen af vanwege het ontbreken van spoedeisend belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 12 juli 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>