<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:3349</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-22T15:21:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-06-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-820781-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:3349">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:3349</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-06-22T15:20:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:3349 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 22-06-2022 / 02-820781-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:3349:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruik maken van deze geschriften, meermalen gepleegd waardoor de “Regeling Standplaatsverdeling Woonwagencentra” van de gemeente is omzeild en op onrechtmatige wijze een standplaats op het woonwagenkamp is bemachtigd.</para>
        <para>Verweren over afwezigheid van opzet en medeplegen verworpen.</para>
        <para>Voortgezette handeling</para>
        <para>Redelijke termijn van berechting</para>
        <para>Oplegging van een taakstraf</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:3349:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02-820781-17  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 22  juni 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [adres]</para>
      <para>raadsman mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>Overeenkomstig artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering heeft de politierechter de zaak naar deze kamer verwezen. De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 juni 2022. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen haar gemachtigde raadsman. De officier van justitie, mr. J.F.M. Kerkhofs, en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich samen met anderen meerdere malen schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift dan wel het meerdere malen opzettelijk gebruik maken van valse of vervalste geschriften, als waren deze echt en onvervalst.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht op grond van de stukken in het dossier wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het valselijk opmaken van de in feit 1 t/m 4 opgenomen stukken en het opzettelijk gebruik maken van die stukken. Er is op zijn minst genomen sprake van voorwaardelijk opzet nu verdachte haar handtekening onder stukken heeft gezet die in haar belang waren. Bovendien was verdachte ten tijde van de ondertekening van de stukken meerderjarig en moest zij ook weten dat stukken niet blindelings getekend moeten worden.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging bepleit vrijspraak van feit 1 omdat de inhoud hiervan feitelijk gezien juist is nu de medeverdachte de huurder van [adres] te Bergen op Zoom was en zij “inwonend” heeft aangekruist en niet “samenwonend”. Ook van de feiten onder 2 t/m 4 bepleit de verdediging vrijspraak omdat het opzet en het medeplegen ontbreekt. Daartoe wordt aangevoerd dat verdachte geen bemoeienis heeft gehad met het opstellen van de stukken en zij deze zonder te lezen heeft getekend. Mede vanwege de betrokkenheid van een advocaat bij het opstellen van de stukken mocht zij vertrouwen op de juistheid van de inhoud van de stukken. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline">Feit 1</emphasis>
          </para>
          <para>Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte het onder feit 1 genoemde stuk heeft ondertekend en bij de gemeente heeft ingeleverd. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De vraag die moet worden beoordeeld is of de opgegeven informatie in dit stuk onjuist is. De rechtbank is van oordeel dat die vraag bevestigend moet worden beantwoord. Op het formulier staat namelijk aangegeven dat verdachte op 16 november 2011 zou gaan inwonen bij de medeverdachte op het adres [adres] te Bergen op Zoom en zij aldus samen op dat adres zouden gaan verblijven. Uit de bewijsmiddelen blijkt echter dat de medeverdachte wel de huurder van de standplaats aan [adres] te Bergen op Zoom was, maar dat hij daar feitelijk niet verbleef. Zowel de partner van de medeverdachte als de toenmalige partner van verdachte verklaren daarover. Op grond daarvan is de opgegeven informatie in dit stuk onjuist en daarmee valselijk opgemaakt. Van het valselijk opgemaakte geschrift is  tevens gebruik gemaakt door dit bij de gemeente in te leveren. De rechtbank acht het tenlastegelegde onder 1 dan ook wettig en overtuigend bewezen. Gelet op het feit dat op het formulier specifiek kon worden aangekruist of er sprake was van samenwonen en verdachte dat niet heeft gedaan, acht de rechtbank hetgeen onder het derde sterretje is opgenomen niet bewezen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline">Feit 2 t/m 4</emphasis>
          </para>
          <para>Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de stukken die onder feit 2 t/m 4 zijn opgenomen informatie bevatten die in strijd is met de waarheid. Zo woonden verdachte en medeverdachte [medeverdachte] niet vanaf medio 2009 dan wel januari 2010 als partners samen met voering van een gemeenschappelijke huishouding op het adres [adres] te Bergen op Zoom, waren zij niet van plan om samen een nieuwe woonwagen te kopen en was verdachte niet werkzaam voor [bedrijfsnaam] . Daarmee staat vast dat de stukken onder feit 2 t/m 4 valselijk zijn opgemaakt en gebruikt. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte deze stukken weliswaar niet zelf heeft opgemaakt maar deze wel heeft ondertekend. Op de samenlevingsovereenkomst is bovendien op pagina 1 tot en met 6 de paraaf “ [verdachte] ” geplaatst. De rechtbank gaat er vanuit dat verdachte de handtekeningen en de parafen heeft geplaatst.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten aanzien van het opzet op het valselijk opmaken van deze stukken en het oogmerk de stukken als echt en onvervalst te gebruiken/doen gebruiken alsmede het medeplegen  overweegt de rechtbank het volgende.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Opzet op het valselijk opmaken</emphasis>
          </para>
          <para>Het opzet voor de bewezenverklaring van het valselijk opmaken van de geschriften en gebruikmaken daarvan kan bestaan in de vorm van voorwaardelijk opzet. Dat houdt in dat het voldoende is als de aanmerkelijke kans op de valsheid en het gebruik maken daarvan bewust is aanvaard. Door de verdediging is gesteld dat de stukken niet door verdachte zelf zijn opgesteld en zij de stukken blindelings heeft getekend en op de juistheid daarvan mocht vertrouwen. De rechtbank leidt hieruit af dat wordt bedoeld dat verdachte niet zou hebben geweten wat zij ondertekende. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voor de beantwoording van de vraag of er bij verdachte sprake is geweest van enige bewustheid van de inhoud van de stukken waaronder zij haar handtekening zette, acht de rechtbank het in de eerste plaats van belang dat het hier om in het Nederlands opgestelde stukken ging waarbij de aanduiding van de stukken als “samenlevingsovereenkomst”, “verzoek tot medehuurderschap”, “arbeidsovereenkomst” en “model loonheffing” op zichzelf al de lading van de inhoud van die stukken dekt. Daardoor kan op voorhand niet worden gesteld dat niet duidelijk was waar het in die stukken om ging.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Daarbij komt dat de samenlevingsovereenkomst zeven pagina’s telt die allen zijn voorzien van een paraaf of handtekening van verdachte. Uit die samenlevingsovereenkomst blijkt ook dat verdachte en de medeverdachte zich hebben gelegitimeerd met hun identiteitskaart. Daarvan is een kopie bijgevoegd waarop met de hand, naar het zich laat aanzien, door verdachte is geschreven: “Dit is een getrouwe kopie van mijn identitijdsbewijs” met daarbij een handtekening. Uit het van parafen voorzien en ondertekenen van de samenlevings-overeenkomst en de bijgevoegde kopie van de ID-kaart met handgeschreven toevoeging en ondertekening leidt de rechtbank af dat er bij verdachte een moment van bewustheid moet zijn geweest van wat zij aan het ondertekenen was. Deze samenlevingsovereenkomst was een van de eerste stukken die zijn opgesteld om het huurderschap van standplaats [adres] te Bergen op Zoom te verkrijgen. Die overeenkomst is vervolgens in 2013 gebruikt voor de aanvraag van het medehuurderschap van verdachte voor die standplaats. Deze aanvraag beslaat slechts uit 1 pagina waardoor in één oogopslag de inhoud inzichtelijk is en die ook weer door verdachte van een handtekening is voorzien. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Na het opmaken van de samenlevingsovereenkomst en de aanvraag van het medehuurderschap, waarbij er dus enig moment van bewustzijn moet zijn geweest, zijn vervolgens ook nog stukken opgemaakt die zien op het verrichten van werkzaamheden voor [bedrijfsnaam] Uit de aangehaalde bewijsmiddelen blijkt dat het niet de bedoeling was dat verdachte daar daadwerkelijk zou gaan werken en dat zij dat ook nimmer heeft gedaan. Nu het een feit van algemene bekendheid is dat een arbeidsovereenkomst ziet op het verrichten van arbeid, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte zich van de onjuistheid van deze stukken bewust moet zijn geweest. Met de ondertekening daarvan heeft zij ook deze stukken valselijk opgemaakt en vervolgens doen gebruiken voor de aanvraag van het medehuurderschap.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gebleken is dat alle in de tenlastelegging genoemde stukken in het belang van verdachte zelf zijn geweest, namelijk om het huurderschap van standplaats [adres] te Bergen op Zoom te verkrijgen. Verdachte is dus ook degene die van deze stukken heeft geprofiteerd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het voorgaande in het licht bezien dat verdachte ten tijde van de ondertekening van de stukken meerderjarig was en daarmee zelf wettelijk verantwoordelijk was voor datgene waaronder zij haar handtekening zette, maakt dat de rechtbank van oordeel is dat er bij verdachte tenminste sprake was van voorwaardelijk opzet. Dat er bij het opstellen van de stukken een jurist betrokken is geweest, ontslaat verdachte niet van haar eigen verantwoordelijkheid. Tot slot is ook elke uitleg door verdachte uitgebleven. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Oogmerk op het gebruiken/doen gebruiken</emphasis>
          </para>
          <para>Voor bewezenverklaring van het oogmerk is beslissend of verdachte de bedoeling had het desbetreffende geschrift als echt en onvervalst te (doen) gebruiken. Gelet op het feit dat uit de stukken zelf voldoende blijkt waarop deze zagen en verdachte aan het eind van de rit huurster van de standplaats aan de [adres] te Bergen op Zoom zou zijn, is de rechtbank van oordeel dat verdachte op zijn minst genomen het zekerheids- of noodzakelijkheidbewustzijn moet hebben gehad om deze vervalste stukken te gebruiken/doen gebruiken. Een andere gang van zaken is niet uit het dossier gebleken en een verklaring van de zijde van verdachte is uitgebleven. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Medeplegen</emphasis>
          </para>
          <para>Om tot een bewezenverklaring te komen van medeplegen moet er sprake zijn van een bewuste en nauwe samenwerking met de medeverdachte(n). De rechtbank is van oordeel dat daarvan sprake is. Verdachte wilde huurder worden van de standplaats waarvan de medeverdachte huurder was. Alle onder feit 2 t/m 4 genoemde stukken zijn om die reden en aldus in verdachtes belang opgemaakt. Niet alleen de handtekening van de medeverdachte was hiervoor noodzakelijk maar ook die van verdachte zelf. Met het zetten van haar handtekening onder de stukken, die dus mede over haar gingen, is zij daarom zelf een essentiële schakel geweest in de verkrijging van het huurderschap van de standplaats aan [adres] te Bergen op Zoom. De rol van verdachte was daarmee naar het oordeel van de rechtbank van zodanige aard dat van een nauwe en bewuste samenwerking kan worden gesproken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
          </para>
          <para>Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het tenlastegelegde zowel voor het valselijk opmaken van de stukken als voor het gebruik daarvan wettig en overtuigend bewezen. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aan bovenbedoelde  gedagvaarde persoon wordt  tenlastegelegd dat</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>op 16 november 2011 te Bergen op Zoom, een "aangifte van verhuizing binnen de  gemeente" (blz. 0195) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te  dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte op/in die "aangifte van verhuizing binnen de gemeente" valselijk en in strijd met de waarheid vermeld/weergegeven</para>
        <para>* (bij punt 5) dat zij verdachte inwonend is/was en/of zou (gaan) zijn/worden bij [medeverdachte]  (aan de [adres] )  en</para>
        <para>* dat zij, verdachte op het adres van [medeverdachte] aan de [adres] zou gaan wonen  en/of  verblijven en</para>
        <para>* dat zij verdachte (mitsdien)samen met  [medeverdachte] zou gaan verblijven op het adres  [adres] , terwijl ij,  verdachte n/of  die  [medeverdachte] (feitelijk) niet (samen) woonachtig was/waren op de [adres] en niet (samen) verbleven en/of (samen)  zouden gaan verblijven aan  de  [adres] zulks  met  het  oogmerk om  dat  geschrift  als  echt  en  onvervalst  te  gebruiken en/of  door  anderen  te  doen gebruiken;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>EN</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op  16  november  2011  te  Bergen op  Zoom,   opzettelijk gebruik  heeft  gemaakt  van een valse "aangifte  van verhuizing binnen de  gemeente"  - zijnde  een  geschrift  dat  bestemd was  tot bewijs  van enig  feit  te  dienen  - als  ware  dat  geschrift  echt  en  onvervalst, (en)  bestaande  die  valsheid hierin dat  valselijk  en/of  in  strijd met  de  waarheid  in/op  die  aangifte van verhuizing binnen  de  gemeente  (bij  punt 5)  vermeld staat/is  dat  zij,  verdachte  inwonend  is/was  en/of  zou  (gaan)  zijn bij  [medeverdachte]  en/of  dat  zij,  verdachte  op  het  adres  van  [medeverdachte]  aan  de [adres] zou  komen  wonen  en/of  verblijven met  [medeverdachte]  op  het  adres  aan  de  [adres] , zulks  terwijl  die  [medeverdachte]  (feitelijk)  niet  woonachtig  was  op  de [adres] en/of  niet  samen verbleven en/of  zouden  gaan verblijven op  de  [adres] , en  bestaande  dat  gebruikmaken hierin  dat  verdachte  die valse  aangifte  van verhuizing binnen de  gemeente  en/of  die valse  verklaring van  geen bezwaar  heeft verstrekt/ingediend/overlegd,  aan  de  Gemeente  Bergen  op  Zoom, terwijl  verdachte  wisten  dat  dat  geschrift  bestemd was  voor  gebruik als  ware  zij  echt  en onvervalst;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>op  26  februari  2013  in  Nederland,  tezamen en  in vereniging  met  een  ander  of  anderen, een brief  (gericht  aan  de  Gemeente  Bergen  op  Zoom  inzake  "een verzoek  tot  medehuur<emphasis role="italic">der</emphasis>schap [adres] te  [postcode]  Bergen  op  Zoom")  (blz. 0151)  - zijnde  een geschrift  dat  bestemd was  om  tot  bewijs  van  enig  feit  te dienen  - valselijk heeft  opgemaakt,  immers  heeft/hebben verdachte en/of  haar  mededader(s)  valselijk  en/of  in  strijd met  de  waarheid op/in  die  brief  vermeld/weergegeven dat  zij,  verdachte  en  de  heer [medeverdachte]  (al) samenwonen  en/of  een  gemeenschappelijke  huishouding voeren  op  het  adres [adres] (vanaf  januari  2010)  en/of  dat  de  heer  en mevrouw [verdachte]  (zijnde zij,  verdachte  en  [medeverdachte] )  voornemens  zijn  samen  een  nieuwe woonwagen  te kopen, zulks  met  het  oogmerk om  dat  geschrift als  echt  en onvervalst  te  gebruiken en/of  door anderen  te  doen  gebruiken;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>EN</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op  27  mei  2013,  in Nederland,  tezamen  en  in  vereniging met  een  of  meer anderen,  opzettelijk gebruik  heeft  gemaakt van  een valse brief  (gericht  aan de  Gemeente  Bergen op  Zoom  inzake  "een verzoek  tot  medehuur<emphasis role="italic">der</emphasis>schap  [adres] ")  (blz.  0151  en  0152)  - zijnde  een  geschrift  dat bestemd was  om  tot  bewijs  van enig  feit  te  dienen  - als  ware  dat  geschrift echt  en  onvervalst,  (en)  bestaande  die  valsheid hierin  dat valselijk  en/of  in  strijd met  de  waarheid op/in die  brief  was/is  vermeld/weergegeven dat  zij,  verdachte  en  de  heer [medeverdachte]  (zijnde  [medeverdachte] )  (al)  samenwonen en/of  een  gemeenschappelijke huishouding voeren  op  het  adres  [adres] (vanaf  januari  2010)  en/of  dat de  heer  en mevrouw [verdachte]  (zijnde  [medeverdachte] )  en  zij,  verdachte)  voornemens zijn  samen  een nieuwe  woonwagen  te  kopen, zulks  terwijl  zij,  verdachte  en/of  [medeverdachte]  niet  samenwonend was/waren en  geen gemeenschappelijke  huishouding voerden  (op  het  adres [adres] )  en/of  niet  voornemens  was/waren om  samen  een  nieuwe  woonwagen te  kopen en  bestaande  dat  gebruikmaken hierin  dat verdachte  en/of  haar mededader(s)  die valse brief  heeft/hebben  laten verstrekken/indienen/overleggen aan  de  Gemeente  Bergen op Zoom, terwijl  verdachte  en  haar mededader(s)  wist(en)  dat  dat  geschrift  bestemd was  voor  gebruik als  ware  zij  echt  en onvervalst;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>op  16  november  2011  in  Nederland,  tezamen  en  in vereniging met  een  ander  of  anderen, een  samenlevingsovereenkomst  (blz.  0153  tot  en  met  0159)  - zijnde  een  geschrift  dat  bestemd was  om  tot  bewijs  van  enig  feit  te  dienen valselijk  heeft  opgemaakt,  immers  heeft/hebben verdachte  en/of haar mededader(s)  valselijk  en/of  in  strijd met  de  waarheid</para>
        <para>op/in  die  samenlevingsovereenkomst vermeld/weergegeven/opgenomen dat</para>
        <para>* zij,  verdachte  en/of  [medeverdachte]  (samen)  woonachtig  is/zijn  aan  de [adres] en</para>
        <para>* zij,  verdachte  en/of  [medeverdachte]  "partners"  zijn  en/of samenwonen  op  het  adres  [adres] (sedert  medio  2009)  en</para>
        <para>* zij,  verdachte  en/of  [medeverdachte]  een  gemeenschappelijke huishouding  (met elkaar)  voeren zulks  met  het  oogmerk om  dat  geschrift  als  echt  en  onvervalst  te  gebruiken en/of  door  anderen  te  doen  gebruiken;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>EN</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op  of  omstreeks  27  mei  2013,  althans  in  of  omstreeks  de  periode  van  27  mei 2013  tot  en met  29  mei  2013  in Nederland,  tezamen  en  in  vereniging met  een  of  meer anderen,  opzettelijk  gebruik heeft  gemaakt van een  valse samenlevingsovereenkomst  (blz.  0152  en  0153  tot  en met  0159)  - zijnde  een geschrift  dat  bestemd was  om  tot  bewijs  van  enig  feit  te  dienen  - als  ware  dat geschrift  echt  en  onvervalst,  (en)  bestaande  die  valsheid hierin dat  valselijk  en/of  in  strijd met  de  waarheid op/in die samenlevingsovereenkomst  was/is  vermeld/weergegeven dat</para>
        <para>* zij,  verdachte  en/of  [medeverdachte]  (samen)  woonachtig  is/zijn aan  de [adres] en</para>
        <para>* zij,  verdachte  en/of  [medeverdachte]  "partners"  zijn  en/of samenwonen op  het  adres  [adres] (sedert  medio  2009)  en</para>
        <para>* zij,  verdachte  en/of  [medeverdachte]  een  gemeenschappelijke huishouding  (met elkaar)  voerenzulks  terwijl  zij,  verdachte  en/of  [medeverdachte]  niet  (samen)  woonachtig is/zijn  (geweest)  aan  de  [adres] en/of  geen  ""partners"  zijn/waren en/of  niet  samenwonen/samenwoonden op  het  adres  [adres] en/of  geen gemeenschappelijke  huishouding  (met  elkaar)  voeren/voerden, en bestaande  dat  gebruikmaken hierin  dat  verdachte  en/of  haar mededader(s)  die valse  samenlevingsovereenkomst  heeft/hebben  laten verstrekken/indienen/overleggen aan de  Gemeente  Bergen  op  Zoom, terwijl  verdachte  en/of  haar mededader(s)  wist(en)  dat  dat  geschrift  bestemd was  voor  gebruik als  ware  zij  echt  en onvervalst;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.</para>
        <para>in  of  omstreeks  de  periode van  1 september  2013  tot  en met  3 september 2013  in  Nederland,  tezamen en  in  vereniging met  een  of  meer  anderen,  </para>
        <para>A.  een  arbeidsovereenkomst  (blz.  0167  tot  en met  0168)  en</para>
        <para>C.  een model  Opgaaf  gegevens  voor  de  loonheffingen  (blz.  0170))</para>
      </parablock>
      <para>- zijnde  geschriften  die  bestemd  zijn  om  tot  bewijs  van  enig feit  te  dienen  - valselijk heeft  opgemaakt,  immers  heeft/hebben verdachte  en/of  haar mededader(s)  valselijk en/of  in  strijd met  de  waarheid op/in die  arbeidsovereenkomst  en/of  werkgeversverklaring en/of  model  Opgaaf gegevens  voor  de  loonheffing vermeld  en/of  weergegeven  en/of  opgenomen dat zij,  verdachte  werkzaam was  / zou  gaan  zijn bij  en/of  werkzaamheden verrichtte / zou gaan verrichten voor  en/of  in  loondienst  was  (getreden)  / zou  gaan treden bij  [bedrijfsnaam] ., zulks  met  het  oogmerk  die  geschriften  als  echt  en  onvervalst  te gebruiken en  door  anderen  te  doen  gebruiken;</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>EN</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op  of  omstreeks  17  oktober 2013  en/of  18  oktober  2013  n  Nederland,  tezamen  en  in  vereniging  met  een of  meer anderen,  opzettelijk gebruik heeft  gemaakt  van  een valse</para>
        <para>A.  arbeidsovereenkomst  (blz.  0167  tot  en  met  0168)  en</para>
        <para>B.  (model)  werkgeversverklaring  (blz.  0169)  en</para>
        <para>C.  model  Opgaaf  gegevens  voor de  loonheffingen  (blz.  0170))</para>
      </parablock>
      <para>- zijnde  een  geschriften  die  bestemd waren om  tot  bewijs  van  enig feit  te  dienen  - als  ware  die  geschriften  echt  en  onvervalst,  (en) bestaande  die  valsheid hierin  dat valselijk  en/of  in  strijd met  de  waarheid  in/op  die  arbeidsovereenkomst  en/of werkgeversverklaring  en/of  model  Opgaaf  gegevens  voor  de  loonheffingen vermeld staat  en/of  weergegeven en/of  opgenomen  is  dat  zij,  verdachte  werkzaam was  / zou  gaan  zijn  bij  en/of  werkzaamheden verrichtte  / zou  gaan verrichten voor en/of  in  loondienst  was  (getreden)  / zou  gaan  treden bij  [bedrijfsnaam] , en bestaande  dat  gebruikmaken hierin dat  verdachte  en/of  haar mededader(s) die  (valse)  arbeidsovereenkomst  en/of  werkgeversverklaring  en/of model  Opgaaf  gegevens  voor  de  loonheffingen heeft/hebben verstrekt  aan  en/of ingediend bij  de  gemeente  Bergen op  Zoom, terwijl  zij  en/of  haar mededader(s)  wist(en)  dat  die  geschriften  bestemd waren voor gebruik  als  ware zij  echt  en  onvervalst.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in haar verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 120 uur te vervangen door 60 dagen hechtenis. Zij houdt daarbij rekening met artikel 63 Sr. en de overschrijding van de redelijke termijn van berechting van anderhalf jaar. Zonder de overschrijding van de redelijke termijn zou zij op een taakstraf van 140 uur, te vervangen door 70 dagen hechtenis zijn uitgekomen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging bepleit een schuldigverklaring zonder strafoplegging. Hij wijst daarvoor op de overschrijding van de redelijke termijn van anderhalf jaar en het culturele aspect dat aan de feiten ten grondslag ligt, namelijk de wens van woonwagenfamilies om dichtbij elkaar te wonen.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aard en ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en het gebruik maken van deze valse geschriften. Zo zijn er een aantal stukken waarin in strijd met de waarheid staat vermeld dat haar nieuwe woonadres [adres] is, zij inwonend is bij en zelfs als partner samenwoonde met de medeverdachte en zij een gemeenschappelijke huishouding voerden. In een aantal andere stukken is in strijd met de waarheid opgenomen dat zij werkzaam was voor [bedrijfsnaam] Met deze geschriften heeft verdachte op onrechtmatige wijze een standplaats op het woonwagenkamp in Bergen op Zoom bemachtigd. Daarmee heeft zij de daarvoor geldende “Regeling Standplaatsverdeling Woonwagencentra” van de gemeente, die bedoeld is om een voorkeursbehandeling te voorkomen, omzeild. Om dit te bereiken heeft zij de medeverdachte ingeschakeld die daar voor zover uit het dossier is gebleken zelf geen profijt van heeft gehad. Verdachte heeft hierdoor het vertrouwen geschaad dat in de maatschappij aan schriftelijke bewijsstukken moet kunnen worden ontleend en de persoon die op dat moment recht had op de standplaats benadeeld. De rechtbank rekent dit verdachte aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voortgezette handeling</emphasis>
        </para>
        <para>Voor zover er sprake is van het gebruik maken van een vals/vervalst geschrift, waarvan ook is bewezenverklaard dat verdachte (samen met haar mededader(s)) dit heeft vervalst, is sprake van een voortgezette handeling als bedoeld in artikel 56 lid 2 Sr. Dit betreft de onder feit 1 tot en met 3 genoemde geschriften en de onder feit 4 genoemde arbeidsovereenkomst en model Opgaaf gegevens voor de loonheffingen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat zij eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, maar niet voor soortgelijke feiten. Ook blijkt hieruit dat artikel 63 Sr. van toepassing is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder acht de rechtbank voor de strafmaat de proceshouding van verdachte van belang. Zij heeft er tijdens haar verhoor bij de politie voor gekozen om geen openheid van zaken te geven en zich op haar zwijgrecht te beroepen. Evenmin is verdachte ter zitting verantwoording af komen leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Redelijke termijn van berechting</emphasis>
        </para>
        <para>Zoals hiervoor al is overwogen, dient er bij de strafoplegging verder rekening te worden gehouden met het feit dat de redelijke termijn van berechting op grond van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) is geschonden. In beginsel dient de behandeling van een strafzaak binnen twee jaar met een eindvonnis te zijn afgedaan na aanvang van de redelijke termijn. Bijzondere omstandigheden kunnen dit anders maken. De rechtbank gaat er van uit dat de redelijke termijn in deze zaak is aangevangen op 14 december 2018, de datum van het eerste verhoor van verdachte. Bijzondere omstandigheden hebben in deze zaak geen rol gespeeld. Daarmee is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn van ruim anderhalf jaar, die in de strafoplegging moet worden verdisconteerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De straf</emphasis>
        </para>
        <para>Alles afwegend, is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat wanneer de redelijke termijn van berechting niet zou zijn overschreden, aan verdachte een taakstraf van 140 uur, te vervangen door 70 dagen hechtenis zou moeten worden opgelegd. Vanwege die overschrijding van de redelijke termijn acht zij de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. De rechtbank komt aldus tot oplegging van een taakstraf voor de duur van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22b, 47, 56, 57, 63 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van feit 1 tot en met 3 steeds de voortgezette handeling van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> 	valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> 	medeplegen van valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst; </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3</emphasis>: 	medeplegen van valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van feit 4 deels de voortgezette handeling van:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 4</emphasis>: 	medeplegen van valsheid in geschrift en opzettelijk gebruik maken van het valse geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 120 uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">zestig dagen</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Hello, voorzitter, mr. M.H.M. Collombon en mr. A.L. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. de Jonge, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>