<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-27T12:55:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-01-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-270462-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:319">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-25T16:22:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:319 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-01-2022 / 02-270462-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:319:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nu er te veel onduidelijkheden zijn omtrent de daadwerkelijke uitgaven en inkomsten van verdachte kan de rechtbank niet tot het wettig en overtuigend bewijs komen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (gewoonte) witwassen. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:319:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/270462-20  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 27 januari 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [Geboortedag] 1970 te [Geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te [Adres] </para>
      <para>raadsman mr. R. van 't Land, advocaat te Breda</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 januari 2022, waarbij de officier van justitie, mr. E.H. Smale, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte voorwerpen en  geldbedragen heeft witgewassen en dat hij hiervan een gewoonte heeft gemaakt voor een totaal geldbedrag van € 65.434,-.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht op basis van de kasopstelling, de daarin opgenomen posten en de onderbouwing daarvan in het eindproces-verbaal wettig en overtuigend bewezen dat verdachte € 65.434,-, in elk geval enig geldbedrag, heeft witgewassen. Ook acht zij bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen, gezien de langere tenlastegelegde periode en de stelselmatigheid. </para>
        <para>Verdachte heeft gedurende de tenlastegelegde periode meer contant geld uitgegeven, dan dat hij legaal heeft ontvangen. De herkomst van de contante geldbedragen die hij voorhanden heeft gehad is voor het merendeel niet terug te vinden. De verklaringen die verdachte hierover heeft gegeven hebben evenmin voor opheldering gezorgd.  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, zodat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Hij wijst erop dat de politie geen deugdelijk en volledig onderzoek heeft verricht. Zo worden voor wat betreft de kasopstelling meerdere aannames en schattingen gedaan, die niet leiden tot enig bewijs. Daarbij wordt ook uitgegaan van berekeningen van het Nibud aangaande de kosten voor levensonderhoud, maar daarover ontbreken onderliggende stukken. Bovendien hebben de (voormalige) partners van verdachte bijgedragen aan de kosten voor levensonderhoud, waarmee in de berekeningen geen rekening is gehouden. </para>
        <para>Tevens is door de raadsman gesteld dat er geen sprake is van een brondelict. De justitiële documentatie van verdachte geeft daartoe geen aanleiding. </para>
        <para>Tot slot is aangevoerd dat verdachte over de herkomst van contante bedragen onverplicht een verklaring heeft afgelegd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte wordt verweten een geldbedrag van € 65.434,- te hebben witgewassen over een periode van zes jaren. Dit bedrag is blijkens het dossier gebaseerd op een eenvoudige kasopstelling over de jaren 2013 tot met 2018.</para>
        <para>De rechtbank constateert dat de in die berekening opgenomen uitgaven voor levensonderhoud van verdachte zijn gebaseerd op referentiegegevens van het Nibud in de hoogste categorie. Verdachte heeft deze uitgaven uitdrukkelijk weersproken. Er is niet gebleken van concreet onderzoek naar de feitelijke uitgaven van verdachte voor levensonderhoud gedurende die jaren.</para>
        <para>Voorts heeft verdachte voor specifieke uitgaven zoals bijvoorbeeld de begrafeniskosten van zijn vader van € 24.000,- een concrete verklaring gegeven die niet op voorhand hoogst onaannemelijk is. Ook daar is onvoldoende onderzoek naar gedaan.</para>
        <para>Daarbij is er in de kasopstelling geen rekening gehouden met de contant ontvangen € 12.500,- voor de verkoop van de Harley Davidson.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu er te veel onduidelijkheden zijn omtrent de daadwerkelijke uitgaven en inkomsten van verdachte kan de rechtbank niet tot het wettig en overtuigend bewijs komen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (gewoonte) witwassen. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van de tenlastegelegde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Hello, voorzitter, mr. D. van Kralingen en mr. M.H.M. Collombon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.A.C.M. Roebroeks, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 januari 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Bijlage I</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2018 te<?linebreak?>Bergen op Zoom en/of elders in Nederland (telkens) van het plegen van witwassen<?linebreak?>een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan<?linebreak?>(schuld)witwassen<?linebreak?>immers heeft hij, verdachte, toen en daar (telkens) (krachtens die gewoonte)<?linebreak?>meermalen (telkens) (van) een of meer voorwerp(en) en/of een of meer<?linebreak?>geldbedrag(en) van in totaal € 65.434,=, in elk geval enig geldbedrag<?linebreak?>de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding<?linebreak?>en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie<?linebreak?>de rechthebbende op voornoemde voorwerpen en/of geldbedrag(en) was en/of<?linebreak?>voorhanden had</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of</para>
      <para>
        <?linebreak?>verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van<?linebreak?>dat/die (genoemde) voorwerp(en) en geldbedrag(en) gebruik gemaakt,<?linebreak?>terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) -<?linebreak?>onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf<?linebreak?>(art 420bis/ter Wetboek van Strafrecht)<?linebreak?>( art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>