<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:1558</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-29T16:10:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-238162-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:1558">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:1558</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-29T16:09:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1558 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 29-03-2022 / 02-238162-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:1558:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schorsing voorlopige hechtenis, oorlogssituatie Oekraïne</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:1558:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <para>Strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>parketnummer	: 02-238162-21</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">bevel schorsing voorlopige hechtenis van de raadkamer d.d. 29 maart 2022</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">(artikel 80 Wetboek van Strafvordering)</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de strafzaak tegen de verdachte: </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [Verdachte] ,</emphasis>
    </para>
    <para>geboren op [Geboortedag] 1984 ,</para>
    <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,</para>
    <para>nu gedetineerd in P.I. Ter Apel, HvB.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Raadsman mr. J.H.E.M. Kersemaekers.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Op 14 september 2021 heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen. Op 24 maart 2022 is op de griffie van de rechtbank een verzoekschrift ingekomen dat strekt tot schorsing van de voorlopige hechtenis. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft op 29 maart 2022 de officier van justitie, de verdachte en de raadsman gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De rechtbank stelt bij de beoordeling voorop dat een verdachte in beginsel het recht heeft zijn berechting in vrijheid af te wachten. Er heeft immers nog geen veroordeling door een rechter plaatsgevonden. Verdachte wordt in deze zaak verweten dat hij samen met een ander heeft geprobeerd om een groep Albanese personen met een zeiljacht naar Groot-Brittannië te brengen. Dit is een zogeheten twaalfjaarsfeit waardoor de rechtsorde ernstig is geschokt. Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch is een schorsing van de voorlopige hechtenis in zo’n geval slechts aan de orde als sprake is van bijzondere, zwaarwegende, de persoon van verdachte betreffende omstandigheden, op grond waarvan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis moet wijken voor het persoonlijk belang van de verdachte.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat van dergelijke omstandigheden sprake is. Gedurende de voorlopige hechtenis van verdachte is Oekraïne betrokken geraakt in een oorlogssituatie. De minderjarige kinderen van verdachte wonen daar met zijn ex-vrouw. Zij dragen beiden zorg voor hun opvoeding. Verdachte heeft naar voren gebracht dat zij door de oorlogssituatie plotseling in een gevaarlijke en onzekere situatie verkeren. Hij heeft de indringende wens om zijn ex-vrouw en kinderen in veiligheid te brengen en vervolgens mee te helpen zijn land te verdedigen. De grote zorgen van verdachte om het lot van zijn minderjarige kinderen, die op dit moment verblijven in een gebied van Oekraïne waar actief oorlog wordt gevoerd, zijn naar het oordeel van de rechtbank bijzondere en zwaarwegende omstandigheden die een schorsing van de voorlopige hechtenis rechtvaardigen. Verder is voor de rechtbank van belang dat het aandeel van verdachte bij het feit waar hij van wordt verdacht relatief beperkt lijkt, dat de voorlopige hechtenis van verdachte op dit moment al bijna zeven maanden duurt en dat er geen zicht is op een inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak op korte termijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt, alles afwegende, tot de conclusie dat het persoonlijk belang van verdachte zwaarder weegt dan het strafvorderlijk belang. Het schorsingsverzoek wordt dan ook toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>schorst de voorlopige hechtenis met ingang van 30 maart 2022 te 11:00 uur, onder de volgende voorwaarden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis onttrekken, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien de verdachte wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zal de verdachte zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte zal zich niet aan een strafbaar feit schuldig maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit bevel is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 29 maart 2022 door: </para>
      <para>mr. N. van der Ploeg-Hogervorst,	voorzitter,</para>
      <para>mr. H. Skalonjic en mr. A.B. Scheltema Beduin, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van I.A. Walhout, 	griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>