<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:1356</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-18T13:24:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/141925-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:1356">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:1356</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-18T09:54:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1356 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-03-2022 / 02/141925-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:1356:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voorwaardelijk opzet op toebrengen zwaar lichamelijk letsel. Met een groot mes heeft verdachte stekende bewegingen gemaakt richting het hoofd van aangever die op bed lag. Daarnaast heeft verdachte in een caravan een vuurwapen voorhanden gehad.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:1356:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/141925-21  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 18 maart 2022</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres verdachte] , </para>
      <para>raadsvrouw mr. N.J.R.M. Eling, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 maart 2022, waarbij de officier van justitie mr. T. Kint en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling dan wel mishandeling en dat verdachte een pistool voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) en het voorhanden hebben van een vuurwapen. Zij baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer] , de verklaringen van getuigen en overige bewijsmiddelen. De officier van justitie is ten aanzien van de poging tot zware mishandeling van oordeel dat sprake is van voorwaardelijk opzet.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank bij beide feiten niet tot een bewezenverklaring kan komen. </para>
        <para>De verdachte beroept zich ten aanzien van feit 1 op zijn zwijgrecht. De raadsvrouw heeft ter zitting primair bepleit dat verdachte in de avond van 30 mei 2021 niet op de camping in Zundert aanwezig was en dat daarom vrijspraak dient te volgen van feit 1. Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor het ten laste gelegde opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De verklaring van aangever [slachtoffer] wordt bovendien niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel.</para>
        <para>Met betrekking tot feit 2 heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van het vuurwapen in de caravan en dat daarom ook voor dit feit vrijspraak moet volgen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">T.a.v. feit 1:</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt op basis van de gebezigde bewijsmiddelen vast dat verdachte in de avond van 30 mei 2021 op de camping in Zundert aanwezig was en dat hij samen met [medeverdachte] midden in de nacht naar de stacaravan van [slachtoffer] is gegaan om ‘verhaal te gaan halen’. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank verder af dat verdachte in de kleine slaapkamer van de stacaravan met een groot mes stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van het hoofd van [slachtoffer] - die op dat moment in bed lag - en dat hij die [slachtoffer] tegen zijn gezicht heeft geslagen. [slachtoffer] heeft die stekende bewegingen kunnen afweren en daardoor  slechts gering letsel, te weten een klein sneetje onder zijn oog, opgelopen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat bij verdachte sprake is geweest van vol opzet. De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is of verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – in dit geval zwaar lichamelijk letsel – is aanwezig indien verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Daarvoor is niet alleen vereist dat verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen).</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de hierboven omschreven gedragingen van verdachte, in het bijzonder de stekende bewegingen met het mes in de richting van het hoofd van [slachtoffer] die zich in een zeer kleine ruimte bevond, naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zozeer op zwaar lichamelijk letsel gericht te zijn dat het niet anders kan zijn geweest dan dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Van aanwijzingen voor het tegendeel is niet gebleken. Het onder feit 1 primair tenlastegelegde is daarmee wettig en overtuigend bewezen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">T.a.v. feit 2:</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat voor een veroordeling wegens het voorhanden hebben van een wapen in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie allereerst is vereist dat de verdachte een wapen bewust aanwezig heeft gehad. Verder is voor de bewezenverklaring van dat voorhanden hebben nodig, dat verdachte feitelijke beschikkingsmacht had over het wapen.. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Door de verdediging is betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat verdachte niet wist dat het vuurwapen in de stacaravan lag. Verdachte heeft verklaard dat hij het vuurwapen wel een keer heeft gezien, nadat deze door kinderen op 21 mei 2021 was gevonden in het bos bij de camping. Na die dag heeft hij het vuurwapen nooit meer gezien en hij weet ook niet door wie het vuurwapen is meegenomen. Hij heeft verder verklaard dat de deur van de stacaravan altijd openstaat en dat het vuurwapen daarom door anderen in het keukenkastje van de stacaravan kan zijn neergelegd.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt de volgende feiten en omstandigheden vast. Verdachte heeft op 31 mei 2021 bij de politie verklaard dat hij op dat moment al ongeveer anderhalve week in de stacaravan op de camping in Zundert verbleef. In zijn tweede verhoor heeft hij verklaard dat hij het wapen weleens eerder heeft gezien en dat het vuurwapen zwaarder aanvoelde dan een balletjespistool. Het vuurwapen is aangetroffen in een keukenkastje, dat op ooghoogte hing, in die stacaravan. Het vuurwapen was zichtbaar en het lag voor het grijpen tussen dagelijkse gebruiksvoorwerpen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht de door de verdachte gestelde toedracht omtrent de aanwezigheid van genoemd wapen onwaarschijnlijk, nu die toedracht niet meer inhoudt dan een niet nader gespecificeerde bewering. Gelet op de plek waar het vuurwapen is aangetroffen en het feit dat verdachte het vuurwapen in handen heeft gehad en bij de politie heeft verklaard dat hij de week voorafgaande aan het aantreffen van het vuurwapen in de caravan verbleef, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dat verdachte wist dat het vuurwapen in die stacaravan lag en dus staat voor de rechtbank genoegzaam vast dat verdachte het wapen bewust aanwezig heeft gehad en ook dat hij daarover heeft kunnen beschikken. Daarmee komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder feit 2 ten laste gelegde.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>T.a.v. feit 1:<?linebreak?><emphasis role="italic">op 30 mei 2021 te Zundert, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, door meermalen, </emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">- met een mes in de richting van het hoofd van die [slachtoffer] te steken en</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">- tegen het gezicht van die [slachtoffer] te slaan,</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>T.a.v. feit 2:<?linebreak?><emphasis role="italic">op 31 mei 2021 te Zundert, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen, van het merk Beretta, type 1935, kaliber 7,65 x 17 mm</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">(.32ACP), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad.</emphasis><?linebreak?></para>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 12 weken waarvan 8 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van de duur van het voorarrest. Daarnaast vordert de officier van justitie de oplegging van een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van langere duur dan het voorarrest. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Op de camping waar verdachte verbleef is een conflict ontstaan tussen onder andere verdachte en slachtoffer. Verdachte besloot om bij het slachtoffer ‘verhaal te gaan halen’. Verdachte drong samen met anderen, midden in de nacht, binnen in de stacaravan van het slachtoffer die op dat moment aan het slapen was. Het slachtoffer werd vervolgens onverhoeds aangevallen door verdachte, die met een groot mes stekende bewegingen maakte in de richting van zijn hoofd en hem meerdere malen tegen zijn gezicht sloeg. Dat het slachtoffer aan deze gedragingen nagenoeg geen letsel heeft overgehouden, is niet aan het gedrag van verdachte te danken. Daarnaast heeft verdachte een vuurwapen voorhanden gehad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor het slachtoffer moet het een zeer bedreigende situatie zijn geweest. Verdachte is wellicht boos geweest op het slachtoffer, maar de manier waarop hij de situatie heeft aangepakt valt op geen enkele wijze te rechtvaardigen en lost bovendien niets op.  </para>
        <para>Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens brengt in zijn algemeenheid een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee. Dat die risico’s zich realiseren blijkt uit de veelheid van geweldsincidenten waarbij vuurwapens worden gebruikt en (dodelijke) slachtoffers moeten worden betreurd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht vastgestelde oriëntatiepunten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank constateert verder dat verdachte een strafblad heeft en dat hij zich eerder, weliswaar lang geleden, aan een geweldsdelict schuldig heeft gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 12 weken, met aftrek van voorarrest. In de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die tijdens de zitting naar voren zijn gebracht, ziet de rechtbank geen reden om hier anders over te oordelen. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel van de gevangenisstraf, te weten 8 weken, voorwaardelijk op te leggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. </para>
        <para>Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op voor de duur van 120 uren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het beslag</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De onttrekking aan het verkeer</emphasis>
        </para>
        <para>Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp, te weten een vuurwapen, is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat het feit is begaan met betrekking tot dit vuurwapen en het voorhanden hebben van een vuurwapen is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemene belang. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 45, 57, 302 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>t.a.v. feit 1 primair: <emphasis role="bold">poging tot zware mishandeling;</emphasis></para>
      <para>t.a.v. feit 2: <emphasis role="bold">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 12 weken, waarvan 8 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf van 120 uren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">60 dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:</para>
    <para>* een vuurwapen met goednummer PL2000-2021135970-2338901;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.A.S.E. Maandag, voorzitter, mr. M. van de Wetering en mr. J.C.A.M. Los, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.P.M. van de Wouw, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 18 maart 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>