<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:1290</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-25T11:26:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 22_672 VV wn AWB- 22_673 VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:1290">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:1290</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-25T11:24:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1290 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-03-2022 / AWB- 22_672 VV wn AWB- 22_673 VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:1290:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schorsen besluit tot opleggen dwangsommen (2)</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:1290:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: BRE 22/672 VV en 22/673 VV</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 15 maart 2022 van de voorzieningenrechter in de zaken tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam verzoeker] en [naam verzoekster], te [woonplaats verzoekers], verzoekers</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam belanghebbende]
        </emphasis>, te [woonplaats belanghebbende],</para>
      <para>gemachtigde: mr. T.N. Bakkes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Derde partij heeft op 3 september 2021 aan verweerder verzocht om handhavend op te treden tegen enkele overtredingen van verzoekers op het perceel [adres perceel] te [plaats perceel].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit heeft geleid tot de besluiten van verweerder van 23 december 2021 (bestreden besluiten) waarbij - voor zover hier van belang - verzoekers onder oplegging van een dwangsom zijn gelast om binnen drie maanden de voorgevel van het pand [adres perceel] terug te brengen conform de laatst verleende vergunning en de koelunit op het dak te verwijderen en verwijderd te houden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze besluiten hebben verzoekers een bezwaarschrift ingediend. Tevens hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij het nemen van een beslissing op een verzoek om voorlopige voorziening een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van het bestreden besluit een belangrijke rol speelt. Verder dient deze beslissing het resultaat te zijn van een belangenafweging, waarbij moet worden bezien of uitvoering van het bestreden besluit voor verzoeker een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering van dat besluit te dienen belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventuele) bodemprocedure niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 10 februari 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoekers ingewilligd om een omgevingsvergunning te verlenen ter legalisering van het wijzigen van de voorgevel en het plaatsen van de koelunit. Verweerder heeft een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen verleend. Daarmee zijn de beide overtredingen ongedaan gemaakt. Daaraan doet niet af dat de omgevingsvergunning nog niet onherroepelijk is omdat daartegen nog bezwaar kan worden gemaakt. Echter, de bestreden besluiten zijn niet ingetrokken of herroepen. Dat betekent dat verzoekers na 23 maart 2022 dwangsommen kunnen verbeuren terwijl de geconstateerde overtredingen beëindigd zijn. Ter voorkoming van onevenredig nadeel voor verzoekers zal de voorzieningenrechter de bestreden besluiten daarom schorsen. </para>
    <para />
    <para>3. Omdat de voorzieningenrechter de verzoeken toewijst, dient verweerder aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht te vergoeden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>schorst de bestreden besluiten tot zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt verweerder op aan elke verzoeker het betaalde griffierecht van € 184,-- te vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.M.J. Kok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 15 maart 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>P.H.M. Verdonschot, griffier	G.M.J. Kok, voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>