<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2022:1033</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-08T08:00:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-03-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20 _ 9105</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:1033">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2022:1033</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-07T16:05:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2022:1033 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-03-2022 / AWB - 20 _ 9105</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2022:1033:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WGS</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2022:1033:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Breda</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 20/9105 WGS</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 maart 2022 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg</emphasis> (het college), verweerder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 12 juni 2020 (primaire besluit) heeft het college eisers aanvraag om schuldhulpverlening op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 15 september 2020 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 10 februari 2022. Hierbij was namens het college [naam vertegenwoordiger verweerder] aanwezig. Eiser is niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1.		<emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 25 november 2019 heeft eiser zich bij het team Schuldhulpverlening van de gemeente Tilburg gemeld voor hulp. Hij wil graag een oplossing voor zijn schulden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het primaire besluit heeft het college eisers verzoek om schuldhulpverlening afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het bestreden besluit heeft het college eisers bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Het college stelt dat eiser niet in aanmerking komt voor een minnelijk traject, omdat hij als gevolg van onder meer te hoge woonlasten en de bijtelling van zijn leaseauto onvoldoende aflossingscapaciteit heeft om zijn schulden te kunnen aflossen. Hierdoor is een schuldhulpverleningstraject niet realiseerbaar. Dat er krapte is op de woningmarkt laat volgens het college onverlet dat eiser vanwege zijn hoge uitgaven niet kan reserveren uit zijn inkomsten om zijn schuldeisers te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.	<emphasis role="italic">Beroepsgronden</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser stelt dat het college zijn belangen onvoldoende heeft meegewogen bij de afwijzing van zijn verzoek om schuldhulpverlening. Eiser heeft zich al in februari 2019 gemeld bij het college om hulp bij zijn schulden. Het kan niet zo zijn dat dan pas 1½ jaar later wordt gesteld dat er geen traject kan worden opgestart. Daarnaast wordt eiser verwezen naar goedkopere woonruimte maar het verkrijgen van een goedkoper huis is onmogelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.	<emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter beoordeling ligt voor of het college op goede gronden eisers verzoek om schuldhulpverlening heeft afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan deze beoordeling kan echter pas worden toegekomen als er sprake is van een voldoende procesbelang. Volgens vaste rechtspraak is slechts sprake van voldoende procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. Het betreft niet de vraag óf eiser gelijk heeft, het gaat erom of hij een reëel en actueel belang heeft bij het gelijk, als hij dat zou hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang. De vraag of nog belang bestaat bij een inhoudelijke beoordeling van een besluit dient te worden beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden zoals die uiterlijk ter zitting bekend zijn geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser geen of onvoldoende procesbelang. Zij overweegt daartoe als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de uitnodiging voor de zitting aan het laatst bekende adres van eiser in [plaatsnaam 2] verzonden. Omdat de rechtbank die uitnodiging retour ontving, is in de Basisregistratie personen eisers adres gecontroleerd. Uit die controle is gebleken dat eiser sinds 1 november 2021 in [plaatsnaam] ingeschreven staat. Omdat eiser niet langer in [plaatsnaam 2] staat ingeschreven, kan hij niet meer worden toegelaten tot een schuldhulpverleningstraject van de gemeente Tilburg. Ook al zou eisers beroep gegrond worden verklaard dan kan hij daarmee niet meer bereiken wat hij beoogt. Dit betekent dat eiser geen procesbelang meer heeft. De rechtbank zal eisers beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. Hierdoor kan niet worden toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van dat beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.	<emphasis role="italic">Conclusie</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Karsten-Badal, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. H.D. Sebel, griffier, op 3 maart 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>