<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:6815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-11T14:34:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/392832 / KG ZA 21-592</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:6815">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:6815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-11T14:34:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:6815 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 22-12-2021 / C/02/392832 / KG ZA 21-592</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:6815:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussen partijen is in geschil de verdeling van de zorgtaken betreffende de minderjarige in week 51 gelet op de sluiting van de scholen, bij wijze van coronamaatregel door het kabinet aangekondigd op 14 december 2021. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze week gelijk kan worden gezien als een (vervroegde) vakantie, aangezien de minderjarige niet naar school gaat in deze week en er geen onderwijs wordt gegeven. Daarom moet de zorg voor de minderjarige in die week bij helfte worden gedeeld, conform het ouderschapsplan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:6815:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ec89e3e4-c351-445b-8da5-74f00d975e6d" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7e2ad0e8-74e8-4740-a3d5-b421aa4ee925" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>Vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/02/392832 / KG ZA 21-592</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 22 december 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M. Erkens te ‘s-Gravenhage,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met producties;</para>
      <para>- de mondelinge behandeling op 22 december 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Ook de man is verschenen. Daarnaast is verschenen een vertegenwoordiger namens de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad, om de voorzieningenrechter over de vorderingen te adviseren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben een affectieve relatie gehad, uit welke relatie het navolgende thans nog minderjarige kind is geboren:</para>
        <para>- 	<emphasis role="underline">[minderjarige]</emphasis> (hierna: [minderjarige] ), geboren te [geboorteplaats] op<?linebreak?> 	11 februari 2016.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige [minderjarige] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De rechtbank heeft bij beschikking van 17 september 2018 bepaald dat [minderjarige] haar hoofdverblijf bij de man heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter van 5 februari 2020 is de eerder vastgestelde (voorlopige) zorgregeling gewijzigd en is bepaald dat de vrouw en [minderjarige] in het kader van de (<emphasis role="italic">definitieve</emphasis>) verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar op de volgende wijze:</para>
      <para>- de ene week haalt de moeder [minderjarige] op maandag om 15.15 uur uit school en brengt<?linebreak?> 	haar vervolgens op woensdag om 08.45 weer naar school;</para>
      <para>- de andere week haalt de moeder [minderjarige] op vrijdag om 15.15 uur uit school en brengt<?linebreak?> 	haar vervolgens op maandag om 08.45 weer naar school;</para>
      <para>- de feestdagen en vakanties worden evenredig tussen partijen verdeeld, nader in<?linebreak?> 	onderling overleg te bepalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Tussen partijen is nog een bodemprocedure lopende, bekend onder zaak- en rekestnummer C/02/365667 / FA RK 19-6008. In deze procedure ligt nog voor het verzoek van de man tot wijziging van het ouderlijk gezag. Deze procedure is aangehouden in afwachting van de rapportage van de Raad naar aanleiding van het raadsonderzoek. De zaak staat gepland voor mondelinge behandeling op 18 januari 2022. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vrouw vordert bij vonnis in kort geding<emphasis role="italic">, </emphasis>zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot het nakomen van de volgende zorgregeling:</para>
      <para>a. primair: [minderjarige] is bij de vrouw vanaf dinsdag 21 december 2021 8:45 uur tot en met</para>
      <para>vrijdag 24 december 2021 15:15 uur of een andere tijdsperiode in goede justitie;</para>
      <para>subsidiair: [minderjarige] is extra bij de vrouw als compensatie voor de gemiste</para>
      <parablock>
        <para> 	dagen in de schoolsluitingsweek, door de vrouw naar keuze in te plannen tot</para>
        <para> 	uiterlijk 1 juni 2021 (zo de voorzieningenrechter begrijpt: 2022).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Door en namens de vrouw is daartoe in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling, kort samengevat, het navolgende aangevoerd. Partijen hebben afspraken gemaakt over de verdeling van de vakanties. De afspraak is dat partijen de vakanties en feestdagen evenredig verdelen. Partijen hebben een verdeling van de kerstvakantie afgesproken. Het kabinet heeft echter op 14 december 2021 aangekondigd dat de scholen in de week van 20 december 2021 sluiten en er geen online onderwijs zal zijn. De facto is er dus sprake van een extra week vakantie voor [minderjarige] . De vrouw wil ook deze week daarom bij helfte verdelen, zodat zij de helft van deze week de zorg voor [minderjarige] op zich kan nemen. De man gaat hier niet mee akkoord. [minderjarige] is van maandag 20 december 2021 tot de ochtend van woensdag 22 december 2021 bij de vrouw geweest. De vrouw wenst echter twee extra dagen met [minderjarige] te hebben, nu er sprake is van een extra vakantieweek. Zij is hierover in overleg met de man getreden, maar partijen komen er samen niet uit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De man voert verweer tegen de vordering van de vrouw. Ter onderbouwing van zijn verweer voert de man, kort samengevat, het navolgende aan. De man stelt dat de het sluiten van de scholen in week 51 geen vervroeging van de officiële vakantie betreft. De scholen zijn weliswaar gesloten, maar de rijksoverheid geeft op de eigen website aan dat de maatregel van het sluiten van de scholen geldt tot de kerstvakantie. Hier kan uit worden afgeleid dat deze week niet gezien moet worden als een vakantieweek. Mocht de voorzieningenrechter wel van oordeel zijn dat deze week gezien moet worden als een vakantie, dan is de man het niet eens met de verdeling van deze week zoals de vrouw voor ogen heeft. Partijen hebben duidelijke afspraken gemaakt over de verdeling van de vakanties. In verband met de kerst hebben partijen afgesproken dat de kerstvakantie op vrijdag in zou gaan, in plaats van normaal op maandag. Om de vrouw tegemoet te komen is de man akkoord gegaan met het oorspronkelijke voorstel van de vrouw, te weten dat [minderjarige] van maandag tot woensdag 12.00 uur bij de vrouw is. De vrouw neemt hier echter nu geen genoegen meer mee, terwijl dit naar de mening van de man een eerlijke verdeling is. Er is hulpverlening betrokken en al jaren wordt ingezet op de samenwerking tussen ouders zodat zij in onderling overleg dit soort zaken gaan regelen. Dat is dan ook wat de man wil doen. Wederom een juridische procedure vindt de man niet nodig. Het klopt dat de man niet heeft toegegeven aan de wens van de vrouw, maar dat komt ook omdat de man nog steeds grote zorgen heeft over uitspraken van [minderjarige] als zij terugkomt van de vrouw. Hiervoor is een psycholoog ingeschakeld. Zolang deze zorgen bestaan wil de man zich houden aan de eerder gegeven beschikking.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Op de overige stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de mondelinge behandeling staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vordering vast. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling van 22 december 2021 heeft de Raad, kort samengevat, grote zorgen naar voren gebracht over de manier waarop partijen wederom tegenover elkaar staan in deze procedure. Het gaat om [minderjarige] , maar partijen lijken zich meer te richten op het onderlinge wantrouwen en het elkaar misgunnen van extra tijd met [minderjarige] . Als de Raad een advies moet geven dan zou dit zijn dat [minderjarige] op woensdag 22 december 2021 in de avond terug naar de vrouw gaat en vervolgens vanaf vrijdag 24 december 2021 te 15.15 uur de vakantie start bij de man.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. </para>
        <para>De voorzieningenrechter stelt voorop dat het teleurstellend is dat partijen na jarenlang juridische procedures voeren wederom tegenover elkaar zitten in een procedure in kort geding. De strijd en het onderlinge wantrouwen tussen partijen, waarbij zij de ander geen extra moment met [minderjarige] gunnen, kan niet anders dan zijn weerslag hebben op [minderjarige] . Dit is treurig, te meer gelet op de hoeveelheid hulpverlening die er de afgelopen jaren is ingezet, want de focus hoort juist te liggen op [minderjarige] en niet op partijen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat [minderjarige] op het moment van de mondelinge behandeling bij de man is. Het wordt door de voorzieningenrechter, anders dan de Raad, niet in [minderjarige] ’s belang geacht om haar diezelfde avond weer naar de vrouw te laten gaan. Zij is immers net bij de vrouw geweest en gaat er vanuit dat zij bij de man (en de overige gezinsleden) zal blijven en daar vanaf vrijdag 24 december 2021 de kerstvakantie zal starten. Voor [minderjarige] wordt het onduidelijk en verwarrend als dat nu opeens anders zal gaan en dit acht de voorzieningenrechter dan ook niet in haar belang. Dat betekent dat de door partijen gemaakte afspraken over de verdeling van de zorg- en opvoeding in de week voor kerst en de (oorspronkelijke) kerstvakantie gehandhaafd blijven.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>Wel is de voorzieningenrechter van oordeel dat de sluiting van de scholen gelijk kan worden gezien als een vervroeging van de vakantie van [minderjarige] . Zij gaat deze week immers niet naar school en er wordt geen onderwijs gegeven in deze week. Een verdeling bij helfte van deze vakantie ligt dan ook in de rede, zoals partijen ook overeen zijn gekomen bij reguliere vakanties. Omdat partijen overeengekomen zijn dat de kerstvakantie op vrijdag begint, ligt het in de rede dat ook deze extra week op vrijdag begint (en vervolgens tot vrijdag loopt) en dat, gezien de verdeling bij helfte, ieder van de ouders dus 3,5 dagen voor [minderjarige] zou zorgen. [minderjarige] is in deze periode 1,5 dag bij de vrouw geweest. Dat betekent dat de voorzieningenrechter de subsidiaire vordering van de vrouw voor wat betreft de compensatie zal toewijzen, in die zin dat zij in de eerste helft van 2022 twee dagen (zijnde 48 uur) gecompenseerd zal worden in haar tijd met [minderjarige] . Deze compensatie zal plaatsvinden tijdens schoolvakantie(s), waarbij partijen in onderling overleg zullen afspreken op welke wijze de compensatie wordt ingevuld.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst af de primaire vordering van de vrouw; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>bepaalt dat [minderjarige] twee extra dagen (48 uur) bij de vrouw zal zijn gedurende (een) schoolvakantie(s) in de eerste helft van 2022, nader in te vullen in onderling overleg door partijen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is mondeling gewezen door mr. A.R. van Triest, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2021 in tegenwoordigheid van mr. K.M.P. van Ginneke, griffier.</para>
        <para>KG</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De schriftelijke uitwerking van dit vonnis is vastgesteld op 5 januari 2022.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>