<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:6539</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-31T12:57:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 21_5283 VV en AWB- 21_5285 VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:6539">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:6539</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-31T12:54:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:6539 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-12-2021 / AWB- 21_5283 VV en AWB- 21_5285 VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:6539:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigeren te beslissen op een handhavingsverzoek</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:6539:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: BRE 21/5283 GEMWT VV en 21/5285 GEMWT VV</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 21 december 2021 van de voorzieningenrechter in de zaken tussen</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [namen verzoekers]
        </emphasis>, te [woonplaats verzoekers], verzoekers,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.C. Jonkman</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noord Beveland</emphasis>, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Verzoekers hebben op 2 december 2021 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun bezwaren tegen het weigeren om handhavend op te treden tegen het staalverwerkingsbedrijf [naam bedrijf] aan [adres bedrijf] te [vestigingsplaats bedrijf].  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit beroep zal door de rechtbank met toepassing van artikel 8:52 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) versneld worden behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 2 december 2021 hebben verzoekers tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb is een zitting achterwege gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Verzoekers wonen in de nabijheid van het staalverwerkingsbedrijf. Zij hebben aangevoerd dat het bedrijf activiteiten ontplooit in strijd met het bestemmingsplan “[naam bestemmingsplan]”. Dit bestemmingsplan laat maximaal bedrijven van categorie 3.2 toe en [naam bedrijf] moet worden aangemerkt als een categorie 4.2 bedrijf, aldus verzoekers. Zij hebben gesteld dat [naam bedrijf] sedert 2017 steeds ernstiger geluidsoverlast veroorzaakt en hebben op 15 juli 2020 resp. 26 juli 2020 aan verweerder verzocht om hiertegen handhavend op te treden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij afzonderlijke besluiten van 8 april 2021 heeft verweerder de handhavingsverzoeken gehonoreerd voor wat betreft het radiogeluid, zonder daar overigens een last onder dwangsom aan te verbinden. Voor het overige heeft verweerder de RUD verzocht maatwerkvoorschriften op te stellen in het kader van het Activiteitenbesluit, aan de hand van het ingediende en aan te vullen akoestisch onderzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze besluiten hebben verzoekers een bezwaarschrift ingediend. </para>
      <para>Omdat een besluit op hun bezwaren uitbleef hebben verzoekers beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun bezwaren. Daarnaast hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om verweerder te gelasten om binnen twee weken na verzending van de uitspraak bij wijze van (spoed) bestuursdwang de bedrijfsvoering van [naam bedrijf] te doen staken voor wat betreft de bedrijfsactiviteiten in de open lucht (de staalcaroussel en het rijden met heftrucs over het terrein) en de activiteiten met open loodsen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorziening-procedure als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Voorts speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol. Nu bij de rechtbank beroep aanhangig is tegen het niet tijdig beslissen op de bezwaren van verzoekers, dient de vraag te worden beantwoord of sprake is van onverwijlde spoed die noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening in afwachting van een uitspraak op het beroep van verzoekers. Er dient derhalve sprake te zijn van een zelfstandige spoedeisendheid bij een te treffen voorlopige voorziening en het moet niet alleen gaan om bespoediging van de afdoening van het beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt dat het voorkomen van geluidsoverlast voor verzoekers een zelfstandig spoedeisend belang kan zijn. Maar het daartoe treffen van de gevraagde voorzieningen is een te vergaande maatregel die niet past bij het karakter van de voorlopige voorziening-procedure. Het stilleggen van (een gedeelte van) de bedrijfsvoering van [naam bedrijf] is immers bijzonder vergaand. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarbij is van belang dat verweerder in de primaire besluiten van 8 april 2021 heeft aangekondigd dat maatwerkvoorschriften worden opgesteld en dat op voorhand niet gesteld kan worden dat daarmee in onvoldoende mate wordt tegemoetgekomen aan de door verzoekers ondervonden geluidsoverlast. Verder is relevant dat de bezwaarschriftencommissie op 8 juli 2021 heeft geconstateerd dat het college niet, althans onvoldoende heeft onderzocht of er overtredingen plaatsvinden. De commissie heeft geadviseerd om (nader) akoestisch onderzoek te doen naar het bedrijfsgeluid en de resultaten te toetsen aan het Activiteitenbesluit en naar de mogelijkheden voor een geluidscherm, en voorts om na te gaan of de activiteiten van [naam bedrijf] passend zijn binnen het vigerende bestemmingsplan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten slotte is van belang dat, zoals hiervoor in het procesverloop is vermeld, de rechtbank al heeft besloten om het beroep van verzoekers versneld te behandelen omdat het spoedeisend is. Deze procedure is geregeld in afdeling 8.2.3 van de Awb en houdt in dat een aantal termijnen korter zijn dan bij een gewone behandeling van het beroep. Doorgaans betekent dit dat de rechtbank binnen acht weken uitspraak doet. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Verzoekers hebben desgevraagd telefonisch toegelicht dat de uitspraak van de rechtbank niet inhoudt dat er ook meteen een beslissing op de bezwaren genomen wordt. Naar zij hebben gesteld is de geluidsoverlast zeer ernstig en ervaren zij daardoor dermate psychische klachten dat het treffen van de gevraagde voorziening is aangewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt dat het treffen van de gevraagde voorziening de in de Awb geregelde rechtsbescherming van [naam bedrijf] zou doorkruisen. Daarvoor zou niettemin aanleiding kunnen zijn indien zwaarwegende belangen daartoe zouden nopen. Verzoekers hebben hun gezondheidsklachten echter niet onderbouwd met bijvoorbeeld een medische rapportage. Daarmee is ook niet aannemelijk gemaakt dat verzoekers dermate gezondheidsrisico’s lopen dat zij de uitkomst van de bodemprocedure niet kunnen afwachten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.	Dit leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het verzoek tot het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Gelet hierop is er geen grond voor een proceskostenveroordeling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 21 december 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>P.H.M. Verdonschot, griffier	L.P. Hertsig, voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>