<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:5799</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-12T14:12:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/126357-21 en 02/154922-20 (TUL)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:5799">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:5799</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-12T14:12:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:5799 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-11-2021 / 02/126357-21 en 02/154922-20 (TUL)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:5799:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor poging afdreiging en poging afpersing van de broer van de ex-vriendin van verdachte door te dreigen seksfilmpjes en lingeriefoto’s van zijn ex-vriendin op internet te zetten. Eerdere veroordeling heeft verdachte er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten jegens hetzelfde slachtoffer te plegen. Een gevangenisstraf van 244 dagen met aftrek, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar met bijzondere voorwaarden. Toewijzing vordering tenuitvoerlegging.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:5799:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummers: 02/126357-21 en 02/154922-20 (TUL)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 12 november 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres 1] ,</para>
      <para>thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Vught,</para>
      <para>raadsvrouw mr. A.D.M. Klein Selle, advocaat te Oisterwijk.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <parablock>
      <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 oktober 2021, waarbij de officier van justitie, mr. M. Nieuwenhuis, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
      <para>Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering en als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> op 8 mei 2021 in Tilburg heeft geprobeerd [slachtoffer 1] te chanteren;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> op 9 mei 2021 in Tilburg heeft geprobeerd [slachtoffer 1] af te persen;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3</emphasis>: op 8 mei 2021 in Tilburg [slachtoffer 2] in haar eer en goede naam heeft aangetast door twee seksfilmpjes en drie foto’s van haar in lingerie door te sturen naar haar broer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De geldigheid van de dagvaarding</emphasis>
        </para>
        <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bevoegdheid van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De ontvankelijkheid van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging stelt zich op het standpunt dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van het onder feit 3 tenlastegelegde. Op grond van artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) vindt vervolging voor smaad niet plaats dan op klacht van degene tegen wie het misdrijf is begaan. In het dossier bevindt zich geen klacht. Ook uit de aangifte blijkt niet van een uitdrukkelijke wens van [slachtoffer 2] tot vervolging.</para>
        <para>De officier van justitie erkent dat een klacht in het dossier ontbreekt. In het dossier bevindt zich echter wel een aangifte van [slachtoffer 2] , waaruit genoegzaam blijkt dat het de uitdrukkelijke wens van [slachtoffer 2] is dat het Openbaar Ministerie vervolging instelt. Daarmee is volgens de officier van justitie voldaan aan het klachtvereiste.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat het ontbreken van een formele klacht bij klachtdelicten zoals smaad niet zonder meer hoeft te leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Naar huidig recht kan worden vastgesteld dat het voldoende is als komt vast te staan dat vervolging van verdachte de instemming geniet van het slachtoffer. Daarbij is doorslaggevend of genoegzaam komt vast te staan dat het de uitdrukkelijke wens is van het slachtoffer dat het Openbaar Ministerie vervolging instelt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat hiervan geen sprake is. [slachtoffer 2] maakt in haar aangifte weliswaar melding van het feit dat verdachte seksfilmpjes en foto’s van haar in lingerie heeft verspreid, maar uit niets blijkt dat zij de uitdrukkelijke wens heeft (gehad) dat daarvoor vervolging wordt ingesteld. Gelet hierop acht de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van het onder feit 3 tenlastegelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor de overige feiten is de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Schorsing van de vervolging</emphasis>
        </para>
        <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht de feiten wettig en overtuigend bewezen op basis van het dossier en de bekennende verklaring van verdachte.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging refereert zich ten aanzien van de bewezenverklaring van de feiten aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de gebezigde bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 8 mei 2021 in Tilburg heeft geprobeerd [slachtoffer 1] te chanteren.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de gebezigde bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 9 mei 2021 in Tilburg heeft geprobeerd [slachtoffer 1] af te persen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1 </para>
        <para>op 8 mei 2021 te Tilburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag van 7500 euro, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 1] Whatsappberichten gestuurd inhoudende:  <?linebreak?>- ‘’Je moet nog door je mama opgehaald.Worden je bent toch strati boy je.gaat mensen dreigen toch ik doe.niet.aan morgen 12:00 meld.je.bij mij 20:00 je wilt.gangster spelen dan was.jelang aan me deur ga je.nu politie melden gooi ik alles van.je.zusje.online ik bluf je.krijgt een teaser van me’’<?linebreak?>- ‘’Nog 1 optie 7.500 euro vandaag cash en jullie hebben.je.rust", "Aan jouw de.keuze zijn mannen ver weg met alle.beeld.materiaal zit ik binnen wordt het meteen online gegooid’’ </para>
        <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
        <para>
          <?linebreak?>2</para>
        <para>op 9 mei 2021 te Tilburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld, [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van 7500 euro, dat aan die [slachtoffer 1] toebehoorde, immers heeft verdachte die [slachtoffer 1] Whatsappberichten gestuurd inhoudende:<?linebreak?>- ‘’Dus gisteren ben je niet gekomen. Zie geen geld. Dit is het moment om je je moeder en zusje trots te maken gooi vandaag het geld in de bus en het is eindelijk klaar’’<?linebreak?>- een foto van een vuurwapen met de tekst eronder ‘’Kom je met nep geld dan moeten we meeten servi pippa’’, ‘’Vandaag in mijn brievenbus’’ </para>
        <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 290 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Daarbij vordert de officier van justitie de bijzondere voorwaarden op te leggen zoals door de reclassering geadviseerd. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt om bij een veroordeling een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaar met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot afdreiging en een poging tot afpersing van [slachtoffer 1] , de broer van zijn ex-vriendin. Hij heeft gedreigd seksfilmpjes en lingeriefoto’s van zijn zus op internet te zetten als [slachtoffer 1] hem geen geld zou geven. Verdachte heeft als zogenoemde ‘teaser’ twee seksfilmpjes en drie lingeriefoto’s naar [slachtoffer 1] gestuurd. Toen betaling vervolgens uitbleef, heeft verdachte gedreigd met geweld. Hij heeft toen naar [slachtoffer 1] onder meer een foto van een vuurwapen gestuurd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft door zijn handelen op een intimiderende manier contact gezocht met de broer van zijn ex-vriendin. Hij heeft hem onder druk gezet om een aanzienlijk geldbedrag te betalen en hem geconfronteerd met beeldmateriaal van zijn zus. Hij heeft op geen enkele manier rekening gehouden met de angst en de stress die hij daardoor veroorzaakte. De rechtbank rekent dit verdachte zeer aan, te meer nu hij op geen enkele wijze verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafblad van verdachte blijkt dat het niet de eerste keer is dat hij met justitie in aanraking komt. Verdachte is vijf maanden eerder veroordeeld voor mishandeling van hetzelfde slachtoffer en bedreiging van diens zus en liep daarvoor nog in een proeftijd. Deze veroordeling, waarbij toen tevens een contactverbod met het slachtoffer en zijn zus is opgelegd, heeft verdachte er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten jegens hetzelfde slachtoffer te plegen. De rechtbank rekent verdachte dit ook zeer zwaar aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook slaat de rechtbank acht op de inhoud van het rapport van GZ-psychologen [naam 1] en [naam 2] van 11 oktober 2021 dat over verdachte is opgesteld. Uit dit rapport blijkt dat verdachte niet heeft willen meewerken aan het psychologisch onderzoek, waardoor geen helder beeld is verkregen van het psychosociaal functioneren van verdachte en het recidiverisico. Wel worden er aanwijzingen voor problemen in de emotie- en agressieregulatie en problemen op interpersoonlijk gebied gezien, vermoedelijk voortkomend uit persoonlijkheidsproblematiek. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank slaat verder acht op de inhoud van het rapport van de reclassering van 13 oktober 2021 dat over verdachte is opgesteld. Uit dit rapport blijkt dat sprake is van instabiliteit op verschillende leefgebieden. Verdachte heeft (mede vanwege de preventieve hechtenis) geen vaste woon- of verblijfplaats, geen werk en geen inkomen. Verdachte lijkt een steunend sociaal netwerk om zich heen te hebben en geen problemen met middelengebruik te ervaren. De reclassering heeft dit echter niet of in beperkte mate kunnen verifiëren. Het recidiverisico wordt vooralsnog ingeschat als gemiddeld-hoog, maar kan worden afgeschaald naar gemiddeld indien verdachte daadwerkelijk naar een andere regio zal verhuizen. Gelet hierop wordt ten behoeve van het bepalen van de straf geadviseerd een meldplicht, een ambulante behandelverplichting (met de mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname), het meewerken aan begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een contactverbod en een locatieverbod op te nemen als bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel. Verdachte heeft zich ter zitting bereid verklaard alle in het rapport gestelde voorwaarden na te komen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend en gelet op de straffen die in vergelijkbare gevallen plegen te worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 224 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar passend en geboden is. Met dit voorwaardelijk strafdeel en deze langere proeftijd beoogt de rechtbank verdachte ervan te weerhouden in de toekomst nieuwe strafbare feiten te plegen en begeleiding en toezicht door de reclassering mogelijk te maken. Het opleggen van een langere proeftijd acht de rechtbank ook noodzakelijk omdat verdachte niet voldoende heeft meegewerkt aan het psychologisch onderzoek, waardoor er alsnog diagnostiek nodig is om tot een juiste inschatting van het recidiverisico te komen en een geschikte behandeling voor verdachte te kiezen. Aan het voorwaardelijk strafdeel zullen de door de reclassering geadviseerde voorwaarden worden gekoppeld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het beslag</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De verbeurdverklaring van de notebook</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de inbeslaggenomen notebook van het merk Acer Aspire verbeurdverklaren. Gebleken is dat dit voorwerp aan verdachte toebehoort en de bewezenverklaarde feiten met behulp van dit voorwerp zijn begaan.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De onttrekking aan het verkeer van de honkbalknuppel</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de inbeslaggenomen honkbalknuppel, voor zover daarover nog een beslissing dient te worden genomen, onttrekken aan het verkeer. Gebleken is dat dit voorwerp aan verdachte toebehoort en van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De teruggave aan verdachte van de iPhone</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de teruggave gelasten van de inbeslaggenomen iPhone aan verdachte, aangezien dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De vordering tot tenuitvoerlegging</title>
    <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 december 2020 in de zaak onder parketnummer 02/154922-20, ten uitvoer zal worden gelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om te volstaan met een verlenging van de proeftijd met één jaar dan wel om de voorwaardelijke gevangenisstraf om te zetten in een taakstraf, zoals verzocht door de verdediging. Verdachte wist immers duidelijk waar hij aan toe was en is toch wederom de fout in gegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36d, 45, 57, 317 en 318 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Niet-ontvankelijkheid</emphasis>
        <?linebreak?>- verklaart het Openbaar Ministerie <emphasis role="bold">niet-ontvankelijk</emphasis> in de vervolging ten aanzien van het onder <emphasis role="bold">feit 3</emphasis> tenlastegelegde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> poging tot afdreiging;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> poging tot afpersing;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 244 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">bijzondere voorwaarden</emphasis>: </para>
    <parablock>
      <para>* dat verdachte zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;</para>
      <para>* dat verdachte meewerkt aan diagnostiek en zich – indien geïndiceerd – laat behandelen door GGZ De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk na het ingaan van de proeftijd. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling, ook als dit het innemen van medicijnen inhoudt. Bij ernstige zorgen over het psychiatrisch toestandsbeeld ontstaat een grote kans op risicovolle situaties. De reclassering kan dan een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende klinische opname voor crisisbehandeling, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, dan laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De kortdurende klinische opname duurt maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt;</para>
      <para>* dat verdachte verblijft bij Stichting Exodus of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Indien verblijf bij een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang niet mogelijk dan wel door de reclassering nodig wordt bevonden, dan werkt verdachte mee aan ambulante woonbegeleiding, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;</para>
      <para>* dat verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft of zoekt met [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] en/of [naam 3] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;</para>
      <para>* dat verdachte zich niet op het werk van [naam 3] ( [adres 2] ), het werk van [slachtoffer 2] ( [adres 3] ) en op of in de directe omgeving van het woonadres van [slachtoffer 2] bevindt, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit locatieverbod;</para>
      <para>* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;</para>
      <para>* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verbeurd het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een notebook van het merk Acer Aspire;</para>
    <para>- verklaart onttrokken aan het verkeer het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een honkbalknuppel;</para>
    <para>- gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een iPhone;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vordering tenuitvoerlegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 december 2020 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02/154922-20 <emphasis role="bold">ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, te weten <emphasis role="bold">een gevangenisstraf voor de duur van twee weken</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.M. Collombon, voorzitter, mr. T.M. Brouwer en <?linebreak?>mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 12 november 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mrs. Brouwer en Mullers zijn niet in staat om dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>