<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:5703</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-02-02T15:49:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/122590-21, 02/197007-21, 02/116621-21, 02/111116-21, 02/034190-21 en 02/197996-19 (TUL)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:5703">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:5703</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-11T14:08:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:5703 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-11-2021 / 02/122590-21, 02/197007-21, 02/116621-21, 02/111116-21, 02/034190-21 en 02/197996-19 (TUL)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:5703:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling 7 feiten. Verbeurdverklaring hond. Onvoorwaardelijke ISD-maatregel. Vordering TUL afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:5703:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummers: 02/122590-21, 02/197007-21, 02/116621-21, 02/111116-21, 02/034190-21 en 02/197996-19 (TUL)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 11 november 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [adres verdachte] ,</para>
      <para>thans gedetineerd te PI Rotterdam - locatie Hoogvliet, 3194 DH Hoogvliet Rotterdam, Koddeweg 100,</para>
      <para>raadsvrouw mr. R.T.K. Davidse, advocaat te Middelburg. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <parablock>
      <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 28 oktober 2021, waarbij de officier van justitie mr. G. Oosterveld en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
      <para>Verder is [naam 1] , reclasseringswerker bij Emergis Verslavingsreclassering Middelburg, als deskundige gehoord.</para>
      <para>Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(02/122590-21)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] heeft bedreigd door naar hen bedreigende bewoordingen te uiten;</para>
    <para>2. zich jegens [naam 5] schuldig heeft gemaakt aan afpersing, subsidiair is dit als dwang ten laste gelegd;</para>
    <para>3. heeft geprobeerd [naam 5] met gebruik van een mes zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, subsidiair is dit als mishandeling ten laste gelegd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(02/197007-21)</emphasis>
      </para>
      <para>onvoldoende zorg heeft gedragen voor het onschadelijk houden van een hond die onder zijn hoede stond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(02/116621-21)</emphasis>
      </para>
      <para>zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was het alarmnummer 112 heeft gebeld;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(02/111116-21)</emphasis>
      </para>
      <para>een deur van [naam 6] heeft vernield;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(02/034190-21)</emphasis>
      </para>
      <para>
        [naam 5] heeft mishandeld door haar tegen haar gezicht te slaan en tegen haar lichaam en haar buik te duwen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten (het onder parketnummer 02/122590-21 tweede en derde ten laste gelegde feit in de subsidiaire variant) heeft begaan. Voor zover feit 1 onder parketnummer 02/122590-21 ziet op de bedreiging van [naam 3] , vordert zij verdachte daarvan vrij te spreken. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de onder parketnummer 02/122590-21 ten laste gelegde feiten en van het onder parketnummer 02/034190-21 ten laste gelegde feit en verzoekt verdachte hiervan vrij te spreken. Ten aanzien van een bewezenverklaring van de overige ten laste gelegde feiten refereert zij zich aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(02/122590-21)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op de verklaringen van [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 7] in onderlinge samenhang bezien met de verklaring van verdachte dat hij heeft lopen tieren en van alles heeft geschreeuwd, is de rechtbank van oordeel dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 3</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op de bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [naam 5] met een scherp voorwerp in de nabijheid van de lies in haar been heeft gestoken. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of deze handeling kan worden gekwalificeerd als een poging tot zware mishandeling of als een eenvoudige mishandeling. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Poging tot zware mishandeling?</emphasis>
          </para>
          <para>Primair wordt verdachte verweten dat hij heeft geprobeerd [naam 5] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Voor de beantwoording van de vraag of daarvan sprake is, dient te worden bezien of verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op een bepaald gevolg - in dit geval het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [naam 5] . Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden vastgesteld dat het geweld zodanig was dat de aanmerkelijke kans bestond dat [naam 5] zwaar lichamelijk letsel zou worden toegebracht. Een medische letselverklaring ontbreekt en ook anderszins bevat het dossier onvoldoende informatie over het letsel en de genezingsduur. Het (voorwaardelijk) opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel kan daarom niet worden bewezen, zodat verdachte van de aan hem primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling zal worden vrijgesproken. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Mishandeling?</emphasis>
          </para>
          <para>Wel kan op grond van de bewijsmiddelen worden vastgesteld dat het handelen van verdachte gericht is geweest op het opzettelijk toebrengen van letsel en pijn aan [naam 5] . De rechtbank acht dan ook de subsidiair ten laste gelegde mishandeling bewezen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(02/197007-21)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft dit feit bekend. De rechtbank verwijst daarom voor dit feit naar de bewijsmiddelen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(02/116621-21)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op basis van de bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte misbruik heeft gemaakt van het alarmnummer 112, door opzettelijk dit nummer te bellen zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was. Er is niet gebleken van een acuut gevaar voor lijf of goed. De verklaring van verdachte dat hij een brandlucht rook en dat hij zich zorgen maakte omdat er een week eerder een soortgelijk noodgeval plaatsvond op hetzelfde adres, is niet aannemelijk geworden. De melding bestond onder andere uit de (specifieke) waarneming dat de tuin in brand stond en dat er een vechtpartij plaatsvond tussen 7 personen, waarbij gebruik gemaakt is van stokken. Hiervoor is door de hulpdiensten geen enkele aanwijzing gevonden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(02/111116-21)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Verdachte heeft dit feit bekend. De rechtbank verwijst daarom voor dit feit naar de bewijsmiddelen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(02/034190-21)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte op 5 februari 2021 [naam 5] heeft mishandeld door haar met kracht te duwen tegen haar lichaam, waardoor zij ten val is gekomen. Het dossier bevat onvoldoende bewijs dat verdachte haar ook heeft geslagen. Zij zal verdachte dan ook van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(02/122590-21) </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1.</para>
        <para>op 6 mei 2021 te Goes</para>
        <para>
          [naam 2] en <emphasis role="italic">[naam 3] </emphasis> en [naam 4] heeft bedreigd met enig </para>
        <para>misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door</para>
      </parablock>
      <para>- die [naam 2] en/of [naam 3] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik zorg </para>
      <parablock>
        <para>dat je hele familie door een rietje moet drinken" en dat hij hen wist te wonen en </para>
        <para>langs zou komen, waarna ze dan door een rietje zouden moeten drinken en/of dat </para>
        <para>zij nooit meer een oog dicht zou doen en/of dat haar familie en/of haar hond niet </para>
        <para>meer veilig zouden zijn, en</para>
      </parablock>
      <para>- die [naam 4] dreigend de woorden toe te voegen: "Ik maak je af" en "Ik maak </para>
      <para>je kapot, dit is nog niet voorbij";</para>
      <para />
      <para>2. primair</para>
      <parablock>
        <para>op 17 juli 2021 te Goes</para>
        <para>met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen</para>
        <para>
          [naam 5] heeft gedwongen tot de afgifte van <emphasis role="italic">honderdvijftig </emphasis>euro, die aan die [naam 5] </para>
        <para>toebehoorde,</para>
        <para>door op een boze en agressieve manier die [naam 5] duidelijk te maken dat hij <emphasis role="italic">honderdvijftig</emphasis></para>
        <para>euro moest hebben en (vervolgens) die [naam 5] </para>
        <para>met een scherp voorwerp in een been te steken;</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. subsidiair</para>
      <parablock>
        <para>op 17 juli 2021 te Goes</para>
        <para>(zijn levensgezel,) [naam 5] ,</para>
        <para>heeft mishandeld door die [naam 5] met een scherp voorwerp (in </para>
        <para>de nabijheid van de lies) in een been te steken; </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(02/197007-21)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 6 mei 2021 te Goes geen voldoende zorg heeft gedragen voor het </para>
        <para>onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier, te </para>
        <para>weten een hond (een Mechelse herder, genaamd [naam 8] / [naam 8] ), immers (zakelijk </para>
        <para>weergegeven)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>heeft hij, verdachte, die hond - waarvan hij wist of had kunnen weten dat deze hond </para>
        <para>gevaarlijk was - los laten verblijven en laten lopen op de openbare weg, de Jozef </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Israëlsstraat </emphasis>te Goes, dat die onder zijn hoede staande hond ( [naam 8] / [naam 8] ) een </para>
        <para>aldaar bevindende kat, te weten een rode kater genaamd " [naam 9] ", heeft gebeten en die kat " [naam 9] " (fors) letsel/verwonding heeft </para>
        <para>toegebracht;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(02/116621-21)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 30 april 2021 te Goes opzettelijk,</para>
        <para>zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was, gebruik heeft gemaakt van een </para>
        <para>alarmnummer voor publieke diensten, door 112 te bellen en melding te doen door </para>
        <para>te vermelden dat aan de achterzijde van pandnummer [nummer] een brandje werd gesticht </para>
        <para>en dat er een vechtpartij met zeven personen gaande was;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(02/111116-21)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 24 april 2021 te Goes</para>
        <para>opzettelijk en wederrechtelijk</para>
        <para>enig goed, dat aan </para>
        <para>
          [naam 10] toebehoorde,</para>
        <para>heeft beschadigd;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>(02/034190-21)</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 5 februari 2021 te Goes </para>
        <para>zijn levensgezel, [naam 5] ,</para>
        <para>heeft mishandeld door die [naam 5]</para>
      </parablock>
      <para>- met kracht te duwen tegen haar lichaam, waardoor zij </para>
      <para>ten val is gekomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een ISD-maatregel voor de duur van twee jaar.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt bij een veroordeling aan verdachte een voorwaardelijke </para>
        <para>ISD-maatregel op te leggen met een proeftijd van 3 jaar. Als bijzondere voorwaarden zouden daarbij kunnen worden opgelegd de meldplicht, ambulante behandeling, een contactverbod, het meewerken aan middelencontrole, het doorlopen van de module Stap voor Stap, een inspanningsverplichting voor dagbesteding, indien nodig een opname in een verslavingskliniek, en het meewerken aan diagnostiek. </para>
        <para>Verdachte heeft in detentie een positieve lijn ingezet. Buiten detentie wil hij deze lijn voortzetten. Ook heeft hij een woning om naar terug te keren. </para>
        <para>Een langere detentie of oplegging van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel zal hiervoor gevolgen hebben en ook van negatieve invloed zijn op een lopende familierechtelijke procedure. Verder wordt er, bij een bewezenverklaring van feit 2 en 3, ten laste gelegd onder parketnummer 02/122590-21, verzocht rekening te houden met het feit dat sprake is van meerdaadse samenloop. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van meerdere personen, afpersing, twee mishandelingen en beschadiging. Daarnaast heeft hij zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig was het alarmnummer 112 gebeld en heeft hij onvoldoende zorg gedragen voor een onder zijn hoede staande hond. Dit zijn ernstige feiten, waarbij verdachte gevoelens van onrust en onveiligheid heeft veroorzaakt. Verdachte heeft kennelijk geen respect voor eigendommen van anderen. Het zonder noodzaak bellen van het alarmnummer is ook een vervelend feit omdat verdachte daardoor de desbetreffende lijn voor urgente meldingen onnodig bezet heeft gehouden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafblad van verdachte van 15 september 2021 blijkt dat hij veelvuldig is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten en ook nog in 2017 en 2019 is veroordeeld voor soortgelijke feiten. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich, ondanks eerder opgelegde taakstraffen en gevangenisstraffen nog steeds bezighoudt met het plegen van delicten. Bovendien heeft hij de hiervoor genoemde feiten in een nog lopende proeftijd gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door GGZ Emergis (hierna: de reclassering) is op 20 september 2021 over verdachte gerapporteerd. Zij heeft geadviseerd aan verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. Eerdere gevangenisstraffen, behandelingen, reclasseringstoezichten of andere justitiële maatregelen hebben niet geleid tot gedragsverandering. Gedragsverandering is alleen haalbaar wanneer dit in een drang en dwangkader zoals de ISD-maatregel plaatsvindt. Een voorwaardelijk strafdeel met bijzondere voorwaarden of een voorwaardelijke ISD-maatregel bieden onvoldoende kader om verdachte te kunnen toeleiden naar benodigde zorg en stabilisatie van zijn leefsituatie. Het recidiverisico wordt als hoog ingeschat, evenals het risico op letselschade en het onttrekken aan voorwaarden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de ter zitting aanwezige deskundige is dit advies bevestigd, waarbij nogmaals is aangegeven dat een onvoorwaardelijke ISD-maatregel noodzakelijk is.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de ernst van de feiten, het duidelijk gemotiveerde advies van de reclassering en het strafblad van verdachte acht de rechtbank een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf niet passend. Verdachte liep in een proeftijd. Een achterliggende gedachte van een proeftijd is onder andere dat een persoon kan laten zien dat hij in staat is om een delictvrij bestaan te leiden en zijn leven op te bouwen. Aan verdachte is die kans dus al in een eerder stadium geboden. De rechtbank stelt vast dat verdachte binnen deze proeftijd opnieuw strafbare feiten heeft gepleegd. Bovendien is zijn voorlopige hechtenis op enig moment geschorst en is de schorsing vervolgens opgeheven vanwege het plegen van strafbare feiten. Het enkel opleggen van een gevangenisstraf, dan wel het opleggen van een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden acht de rechtbank gelet op het voorgaande een gepasseerd station.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Al met al is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van de ISD-maatregel wenselijk en noodzakelijk is.</para>
        <para>De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat wordt voldaan aan de voorwaarden die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van een ISD-maatregel stelt. Immers op een deel van de door verdachte begane misdrijven is voorlopige hechtenis toegelaten, terwijl verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de door hem begane misdrijven ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of taakstraf is veroordeeld, de huidige feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen of maatregelen en er voorts ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan. De veiligheid van personen of goederen eist daarnaast het opleggen van de maatregel. Daarbij kent de rechtbank in het bijzonder betekenis toe aan het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij veelpleger is en het feit dat de kans op recidive in voornoemde rapportage als hoog wordt ingeschat.</para>
        <para>Een voorwaardelijke ISD-maatregel, zoals door de verdediging is bepleit, is gelet op het advies van de reclassering en de houding van verdachte, naar het oordeel van de rechtbank niet aangewezen.</para>
        <para>Gelet op de overlast en de schade die verdachte steeds weer veroorzaakt, staat het belang van de samenleving voorop. De maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte. Gezien het karakter van de maatregel en de problematiek van verdachte zal de rechtbank de maatregel voor de (maximale) duur van twee jaren opleggen zonder aftrek van de duur van de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis. Op die manier wordt aan verdachte de gelegenheid geboden om de maximale tijd van de maatregel te kunnen werken aan zijn problematiek en kunnen de mogelijkheden van de ISD-maatregel maximaal worden benut.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De vordering tot tenuitvoerlegging</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke straf van 120 dagen gevangenisstraf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter van</para>
      <para>27 november 2019 onder parketnummer 02/197996-19, ten uitvoer zal worden gelegd. </para>
      <para>De proeftijd is ingegaan op 11 december 2019 en duurt tot 16 februari 2022. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft primair verzocht de proeftijd met een jaar te verlengen en subsidiair heeft zij verzocht de gevangenisstraf van 120 dagen om te zetten naar een taakstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank zal hiertoe echter niet besluiten, nu aan verdachte de ISD-maatregel zal worden opgelegd en de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht niet in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de op te leggen </para>
      <para>ISD-maatregel. Zij acht tenuitvoerlegging van de 120 dagen gevangenisstraf dan ook niet opportuun en wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Het beslag</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De verbeurdverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">02/197007-21</emphasis>
        </para>
        <para>De in beslag genomen hond is vatbaar voor verbeurdverklaring.</para>
        <para>Gebleken is dat het bewezenverklaarde feit is begaan met de hond, nu de hond de verwondingen aan de kat heeft toegebracht. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De teruggave aan verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">02/111116-21</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in beslag genomen vaasjes aan verdachte, nu deze onder verdachte in beslag zijn genomen en gesteld noch gebleken is dat deze voorwerpen enige relatie hebben met het strafbaar feit, zodat deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De wettelijke voorschriften </title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 38m, 38n, 57, 142, 285, 300, 304, 317, 350 en 425 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">       02/122590-21</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1: bedreiging met zware mishandeling, meermalen gepleegd en bedreiging met enig </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">misdrijf tegen het leven gericht</emphasis>;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2 primair: afpersing in meerdaadse samenloop gepleegd met</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3 subsidiair: mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">levensgezel</emphasis>;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">       02/197007-21</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">       onvoldoende zorg dragen voor een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier</emphasis>;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">       02/116621-21</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig is, gebruik maken van een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">alarmnummer voor publieke diensten</emphasis>;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">       02/111116-21</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">toebehoort, beschadigen</emphasis>;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">       02/034190-21</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn levensgezel</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de <emphasis role="bold">plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor 2 (twee) jaar</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vordering tenuitvoerlegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">02/197007-21</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verbeurd het in beslag genomen voorwerp, te weten:</para>
    <parablock>
      <para>* 1.00 stuks hond (omschrijving: G2330425, [naam 11] , herdershond);</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">02/111116-21</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten:</para>
    <para>* 2.00 stuks wapen (omschrijving: G2326829, zilver).</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Holtgrefe, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 november 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Mullers en de griffier zijn niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>