<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:5270</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-30T17:16:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 19/3430</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:5270">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:5270</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-03T16:32:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:5270 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-10-2021 / BRE 19/3430</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:5270:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:5270:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Belastingrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer BRE 19/3430</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Hersteluitspraak van 18 oktober 2021 ter verbetering van de uitspraak van de rechtbank van 6 september 2021 in het geding tussen</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>, wonende te [woonplaats] (België), belanghebbende,</para>
      <para>gemachtigde [gemachtigde] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de invorderingsambtenaar van de gemeente Breda</emphasis>, de invorderingsambtenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De gemachtigde van belanghebbende heeft naar aanleiding van de uitspraak van 6 september 2021 (hierna: de uitspraak) bij geschrift van 19 september 2021, door de rechtbank ontvangen op 15 oktober 2021, aangegeven dat het bedrag van de proceskostenvergoeding van € 1.068 in deze uitspraak niet correct is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft in rechtsoverweging 2.13 van de uitspraak onder meer overwogen:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.068 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 534 en een wegingsfactor 1).’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de uitspraak inderdaad een misslag bevat. Deze misslag houdt in dat het bedrag van € 534 in rechtsoverweging 2.13 van de uitspraak niet in overeenstemming is met de daarvoor in het Besluit Proceskosten Bestuursrecht (het besluit) benoemde bedrag voor de onderhavige zaaksoort<footnote-ref linkend="_a51ace80-fb1d-41e6-9eab-39a01d3bd381" />. Volgens het besluit bedraagt de kostenvergoeding per punt voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in dit geval € 748 in plaats van € 534. De proceskostenveroordeling had daarom in totaal € 1.496 moeten bedragen (zijnde 2 procespunten met een waarde per punt van € 748 en een wegingsfactor 1). In de beslissing had daarom als bedrag van de proceskostenveroordeling eveneens € 1.496 vermeld moeten worden. De rechtbank is van oordeel dat voor partijen, gelet op het bepaalde in het Besluit, duidelijk moet zijn geweest dat het totaalbedrag van de tegemoetkoming in de kosten van beroep € 1.496 moet zijn en dat onder het kopje “3. beslissing” had moeten worden vermeld:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.496”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verbetert de misslag in de beslissing van de uitspraak op de wijze als onder 1.3 omschreven, en verstaat dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>drs. L. Mattijssen, griffier, op 18 oktober 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak te tekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>	 rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a51ace80-fb1d-41e6-9eab-39a01d3bd381" label="1">
    <para> Onderdeel B1, ten tweede, van de Bijlage bij Besluit proceskosten bestuursrecht</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>