<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:4585</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-17T15:44:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 21_3550 VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:4585">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:4585</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-17T15:44:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:4585 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 14-09-2021 / AWB- 21_3550 VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:4585:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herzieningsverzoek inzake opgelegde boete vanwege het verwijtbaar overschrijden van de inburgeringstermijn</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:4585:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 21/3550 WET VV</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van 14 september 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam verzoeker] , te [plaatsnaam] , verzoeker,</bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. M.H. Steenbergen,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para>Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 2 augustus 2021 (bestreden besluit) van verweerder op zijn herzieningsverzoek inzake een opgelegde boete vanwege het verwijtbaar overschrijden van de inburgeringstermijn. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para>1. Op grond van de stukken gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende feiten en omstandigheden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 13 december 2019 is aan verzoeker een boete van € 250,= opgelegd omdat verzoeker niet op tijd is ingeburgerd. Ook is in dit besluit meegedeeld dat verzoeker de lening die hij voor de inburgering(scursussen) heeft ontvangen, zal moeten terugbetalen.</para>
      <para>Verzoeker heeft op 7 juli 2021 om herziening van dit besluit gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft de minister het herzieningsverzoek van verzoeker afgewezen, omdat er geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Verzoeker heeft, samengevat, aangevoerd dat hij een week na de uiterste termijn is geslaagd voor alle examenonderdelen en dat hij toen ook al lang was ingeburgerd. Hij stelt dat het beoogde doel van de inburgeringsplicht was gehaald en dat het onevenredig is en van excessief formalisme getuigt om hem een boete op te leggen. Hij wijst erop dat de minister daarop in het bestreden besluit niet is ingegaan en dat ook niet is ingegaan op de bijzondere omstandigheden die hij heeft aangevoerd. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft aangevoerd dat hij in een acute financiële noodsituatie verkeert en dat de kosten voor hem onevenredig stijgen doordat de minister inmiddels een deurwaarder heeft ingeschakeld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht het bestreden besluit te herroepen en te bepalen dat de schuld en boete worden kwijtgescholden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. </para>
    <para />
    <para>4. Van onverwijlde spoed is sprake, wanneer een besluit onomkeerbare gevolgen heeft en een besluit op (in dit geval) het bezwaar niet kan worden afgewacht. Bij het opleggen van een boete is van onverwijlde spoed in beginsel geen sprake, aangezien de betaalde boete na een eventuele gegrondverklaring van het bezwaar of beroep weer kan worden terugbetaald. Slechts indien wordt aangetoond dat er sprake is van betalingsonmacht, kan onverwijlde spoed worden aangenomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft in zijn brief van 23 augustus 2021 de gestelde financiële noodsituatie nader toegelicht. Hij stelt de minister nog een bedrag verschuldigd te zijn van in totaal € 6.729,= (lening € 6.479,= en boete € 250,=). De minister heeft een maandelijks afbetalingsbedrag bepaald van € 54,=. Hij stelt dat zijn inkomen als startend ondernemer weliswaar net boven het bijstandsniveau is, maar niet hoog genoeg is om gemakkelijk aan zijn afbetalingsverplichting te voldoen. Verzoeker heeft daarbij enkele inkomensgegevens van 2019, 2020 en eerste kwartaal 2021 overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker met het bovenstaande niet heeft aangetoond dat er sprake is van betalingsonmacht. De overgelegde cijfers bieden daarvoor te weinig onderbouwing. Bovendien heeft verzoeker niet aangetoond dat hij met zijn inkomen in het geheel niet in staat is om aan zijn afbetalingsverplichting te voldoen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang zal het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen. Dit betekent dat de voorzieningenrechter op dit moment geen inhoudelijk oordeel zal geven over de bezwaargronden van verzoeker. De redenen die verzoeker heeft aangevoerd waarom het besluit tot het betalen van de boete (en het terugbetalen van de lening) moet worden herzien, zal de minister in een beslissing op bezwaar (inhoudelijk) beoordelen. Daarna kan verzoeker eventueel beroep instellen bij de rechtbank.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.M.J. Kok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, op 14 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
      <para>De griffier is niet in de gelegenheid om de uitspraak mee te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>