<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:4559</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-27T15:52:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE - 20 _ 8219h</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:4559">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:4559</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-14T08:18:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:4559 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-09-2021 / BRE - 20 _ 8219h</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:4559:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Voor deze uitspraak is geen samenvatting gemaakt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:4559:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Belastingrecht, enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer BRE 20/8219</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hersteluitspraak van 9 september 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van de rechtbank van 5 augustus 2021 in het geding tussen</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>, wonende te [plaats] ,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van Samenwerking Belastingen Walcheren en Schouwen-Duiveland</emphasis>,</para>
      <para>de heffingsambtenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De gemachtigde van belanghebbende heeft naar aanleiding van de uitspraak van 5 augustus 2021 (hierna: de uitspraak), die op 13 augustus 2021 naar partijen is verzonden, bij geschrift van 20 augustus 2021 aangegeven dat het bedrag van de proceskostenvergoeding van € 374 in deze uitspraak niet correct is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft bij brieven van 31 augustus 2021 aan partijen medegedeeld dat zij een rekenfout heeft gemaakt met betrekking tot de veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten en deze fout zal herstellen middels een hersteluitspraak. Een afschrift van de in 1.1 vermelde brief is eveneens op 31 augustus 2021 naar de heffingsambtenaar doorgestuurd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft in rechtsoverweging 2.13 van de uitspraak onder meer overwogen:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 374 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 748 en een wegingsfactor 0,5).’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de uitspraak een misslag bevat. Deze misslag houdt in dat het bedrag van € 374 in rechtsoverweging 2.13 van de uitspraak niet in overeenstemming is met de gespecificeerde berekening op welk bedrag de tegemoetkoming in de kosten van beroep moet worden gesteld (de tekst tussen de haakjes; zie ook 1.3). Volgens deze specificatie bedraagt de kostenvergoeding voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in totaal € 748 (zijnde 2 procespunten met een waarde per punt van € 748 en een wegingsfactor 0,5). Het bedrag van € 748 had daarom vermeld moeten worden in het dictum. Door een kennelijke berekeningsfout is in het dictum echter niet een bedrag van € 748 vermeld, maar een bedrag van € 374. De rechtbank is van oordeel dat voor partijen, gelet op de motivering van de gespecificeerde berekening onder 2.13 van de uitspraak, duidelijk moet zijn geweest dat het totaalbedrag van de tegemoetkoming in de kosten van beroep € 748 is en dat in het dictum had moeten worden vermeld:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 748”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Herstel van de misslag brengt mee (i) dat het bedrag van € 374 (de optelsom) in rechtsoverweging 2.13 van de uitspraak moet zijn € 748 en (ii) dat in het dictum de passage “veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 374” komt te luiden:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 748”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verbetert de misslag in het dictum van de uitspraak op de wijze als onder 1.5 omschreven, en verstaat dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze hersteluitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van  <?linebreak?>mr. B.W. van Eeken-Liu, griffier, op 9 september 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De rechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze hersteluitspraak staat geen hoger beroep dan wel een ander rechtsmiddel open (onder meer: arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012, nr. 10/05475, ECLI:NL:HR:2012:BV2583 en van 6 december 2013, nr. 12/00442, ECLI:NL:HR:2013:1449).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>