<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-20T11:20:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-02-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE- 19_5543</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:443">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:443</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-20T11:19:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:443 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-02-2021 / BRE- 19_5543</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:443:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>BESLU</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:443:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 19/5543 BESLU</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van 4 februari 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam B.V.], te [plaatsnaam] </bridgehead>
    <para>gemachtigde: mr. L.K. Wouterse,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">De Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Breda (de Svb), verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop </title>
    <para>In het besluit van 12 april 2019 heeft de Svb de aanvraag van [naam] (hierna: [naam]) voor de afgifte van een zogenoemde A1-verklaring afgewezen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een afzonderlijk besluit van 12 april 2019 heeft de Svb de verstrekte A1-verklaring over de periode van 6 augustus 2018 tot en met 31 december 2018 ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een afzonderlijk besluit van 12 april 2019 heeft de Svb de verstrekte A1-verklaring over de periode van 1 januari 2018 tot en met 5 augustus 2018 ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In een afzonderlijk besluit van 12 april 2019 heeft de Svb de verstrekte A1-verklaring over de periode van 21 oktober 2016 tot en met 31 december 2017 ingetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam] heeft bezwaar gemaakt tegen deze vier besluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 18 september 2019 heeft de Svb het bezwaar van [naam] tegen de primaire besluiten niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Zowel [naam] als [naam B.V.] hebben hiertegen beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 25 augustus 2020. Hierbij waren aanwezig de heer [aanwezige 1] en de heer [aanwezige 2] namens [naam B.V.], hun gemachtigde en [naam]. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.A. Buskens. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Svb heeft ter zitting aangegeven dat opnieuw bekeken zal worden of er A1-verklaringen aan [naam] kunnen worden afgegeven. De rechtbank heeft daarom ter zitting het onderzoek geschorst om de Svb in de gelegenheid te stellen de uitkomst van de heroverweging kenbaar te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 21 september 2020 heeft de Svb een besluit van 3 september 2020 aan de rechtbank toegezonden. Hieruit blijkt dat er alsnog een A1-verklaring aan [naam] wordt afgegeven over de periode van 16 oktober 2016 tot en met 31 december 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens heeft [naam B.V.] het beroep ingetrokken, met het verzoek de Svb te veroordelen in de proceskosten. De Svb heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen </title>
    <para>1. Ingevolge artikel 8:1 van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. </para>
    <para />
    <para>2. Naar het oordeel van de rechtbank kan [naam B.V.] in deze procedure niet aangemerkt worden als belanghebbende. Het beroep is immers ingesteld tegen een besluit tot het niet-ontvankelijk verklaren van een bezwaar. Dat bezwaar is echter niet ingediend door [naam B.V.], maar door [naam]. Het beroep zou dan ook niet-ontvankelijk zijn verklaard als [naam B.V.] dit had gehandhaafd. Om deze reden komt het verzoek van [naam B.V.] om de Svb te veroordelen in de proceskosten niet voor toewijzing in aanmerking.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>