<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:4154</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-13T16:00:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/190061-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:4154">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:4154</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-13T13:33:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:4154 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-08-2021 / 02/190061-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:4154:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-partner. Verdachte heeft veelvuldig, op verschillende wijzen contact opgenomen met het slachtoffer. Hierbij is verdachte onder andere meerdere keren gewisseld van telefoonnummer. Door zijn handelen heeft verdachte veelvuldig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van zijn ex-partner.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:4154:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 02/190061-19  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 13 augustus 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Verdachte] </emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [Geboorteplaats] op [Geboortedag] 1986 </para>
      <para>niet als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens ingeschreven en zonder </para>
      <para>bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland</para>
      <para>raadsman mr. Dunsbergen, advocaat te Breda</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 juli 2021, waarbij de officier van justitie, mr. C. de Pagter, en de gemachtigd raadsman hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Verdachte is zelf niet ter zitting verschenen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zijn toenmalig partner gedurende ongeveer drie weken heeft belaagd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie is van mening dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging. Er is een klacht ingediend en aangifte gedaan. Uit het dossier volgt dat verdachte meerdere simkaarten gebruikt en veelvuldig naar aangeefster belt en e-mailt. Ook gaat verdachte bij aangeefster langs op de camping. Verdachte bekent ook te hebben geprobeerd contact te leggen. De aard van het contact leggen is stelselmatig en verdachte heeft hiermee inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Er is sprake van een turbulente relatie en aangeefster heeft zelf ook een aandeel in de communicatie en daardoor in het gedrag van verdachte. De duur is vrij beperkt en het is de vraag of het versturen van de berichten wederrechtelijk was. Uit het dossier volgt immers dat verdachte zich zorgen maakte over de kinderen en zijn spullen terug wilde. Dat zijn de redenen om contact op te nemen. Ook is het goed mogelijk dat aangeefster in de tenlastegelegde periode nog een telefoon had waarmee zij zelf contact opnam met verdachte. Aangeefster heeft dit in haar verhoor bij de rechter-commissaris niet ontkend. Er is dan ook twijfel over of er wederzijds contact heeft plaatsgevonden. Van belaging is in dat geval geen sprake.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte in de periode van </para>
          <para>21 juli 2019, de dag dat verdachte Nederland inreisde, tot en met 6 augustus 2019 veelvuldig contact heeft opgenomen met aangeefster door haar te bellen en (digitale) berichten te sturen. Verdachte ontkent dit ook niet. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is zich ervan bewust dat verdachte de berichten heeft gestuurd naar aanleiding van een geschil in de relationele sfeer. Deze relatie was, zo blijkt ook uit de zich in het dossier bevindende berichten die over en weer zijn verstuurd, turbulent. Dit betekent echter niet dat iedere vorm van gedrag binnen een dergelijke relatie moet worden getolereerd; er zitten grenzen aan. Dat verdachte in de tenlastegelegde periode in de ogen van aangeefster echt te ver is gegaan blijkt wel uit de moeite die aangeefster heeft gedaan om tot vervolging van het feit te kunnen komen. Zo heeft zij aangifte gedaan, een klacht ingediend en een advocaat ingeschakeld om een procedure ex artikel 12 Wetboek van Strafvordering te starten. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is echter, of verdachte zich met zijn gedrag ook schuldig heeft gemaakt aan belaging in strafrechtelijke zin.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van zijn ex partner – naar objectieve maatstaven bezien – zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank verwijst hierbij in het bijzonder naar de grote hoeveelheid telefoontjes die verdachte heeft gepleegd en berichten die verdachte heeft verstuurd. Verdachte heeft aangeefster talloze keren gebeld, waarbij hij vaak binnen enkele minuten meerdere keren heeft geprobeerd aangeefster te bereiken. De inhoud van de berichten die verdachte naar aangeefster heeft gestuurd was vaak zeer agressief en dwingend. Verdachte schuwde in zijn pogingen om aangeefster met hem contact op te laten nemen geen agressie. Ook is verdachte wanneer aangeefster zijn nummer blokkeerde, meerdere keren van telefoonnummer gewisseld, gaan mailen, en doorgegaan met zijn gedrag. Het gedrag van verdachte in de tenlastegelegde periode kan niet anders worden gekwalificeerd dan als obsessief. Dat de periode waarin verdachte het contact heeft gezocht relatief beperkt was doet mede gezien de intensiteit aan de stelselmatigheid daaraan niet af. </para>
          <para>Verdachte heeft op voornoemde, zeer indringende en obsessieve wijze geprobeerd om met aangeefster in contact te komen en heeft haar daardoor gedwongen te dulden dat hij contact met haar bleef opnemen. Ook heeft hij haar geprobeerd te dwingen contact met hem op te nemen. Hiermee staat de wederrechtelijkheid van het handelen van verdachte vast. Dat verdachte in enkele berichten te kennen heeft gegeven zich zorgen te maken om zijn kinderen, dan wel zijn spullen terug te willen, maakt ook niet dat de wederrechtelijkheid ontbreekt. Er is een groot aantal berichten verstuurd met een geheel andere strekking. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet vast is komen te staan dat aangeefster zelf met een andere telefoon heeft gereageerd op de berichten van verdachte. Hiervoor bevinden zich onvoldoende concrete aanwijzingen in het dossier. Dat aangeefster heeft verklaard dat zij mogelijk meerdere nummers had, noch dat verdachte kennelijk achter een ander nummer van aangeefster wilde komen, maken dit anders. Bovendien zou het eventuele feit dat aangeefster zelf ook contact zou hebben opgenomen niet per se tot de conclusie leiden dat de wederrechtelijkheid van het handelen van verdachte ontbreekt. Verdachte is zelfs in strafrechtelijke zin, te ver gegaan in zijn handelen en daar is geen excuus voor. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht niet bewezen dat het door verdachte in persoon contact leggen  met aangeefster, voor zover daar sprake van was, een inbreuk vormt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Zij spreekt verdachte hiervan partieel vrij.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht gelet op het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 21 juli 2019 tot en met 6 augustus 2019 schuldig heeft gemaakt aan belaging.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op tijdstippen in de periode van 21 juli 2019 tot en met 6 augustus 2019 te Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op een anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen of te dulden door:<?linebreak?>- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer] en<?linebreak?>- veelvuldig digitale berichten te sturen aan die [slachtoffer] . <?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan 17 dagen onvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij een veroordeling geen gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke deel de duur van het voorarrest overschrijdt.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van zijn (toenmalig) levenspartner. Het gedrag van verdachte was bijzonder hinderlijk, agressief en zeer dwingend. Het slachtoffer is gedurende de tenlastegelegde periode voortdurend, ongewild, geconfronteerd met verdachte. Met zijn handelen heeft verdachte een forse inbreuk gemaakt op de privacy en de integriteit van het slachtoffer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor belaging zijn geen landelijke oriëntatiepunten opgesteld. De rechtbank zoekt bij het bepalen van de hoogte van de straf aansluiting bij de straffen die doorgaans voor dit soort feiten worden opgelegd. De aard en ernst van het feit rechtvaardigt in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank constateert dat verdachte niet recent voor een soortgelijk feit is veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het dossier blijkt dat er sprake is (geweest) van een turbulente relatie tussen verdachte en het slachtoffer. In de berichten is te lezen dat voorafgaand aan de tenlastegelegde periode over en weer met modder wordt gegooid, waarbij scheldkanonnades meer regel zijn dan uitzondering. Er zitten echter wel grenzen aan het gedrag van een persoon, ook binnen een lastige relatie. Verdachte is in zijn gedrag te ver gegaan en de rechtbank rekent hem dit aan. Het lijkt er wel op dat het slachtoffer zelf de situatie tussen haar en verdachte door haar gedrag er niet altijd beter op maakte. Veel berichten gingen inderdaad over de kinderen van verdachte en het slachtoffer en kennelijk liep het contact over hen niet zo goed. De rechtbank houdt hier in strafmatigende zin rekening mee. Nu het feit van enige tijd geleden is en verdachte en het slachtoffer toch in ieder geval als verantwoordelijke ouders voort moeten, acht de rechtbank het niet wenselijk verdachte nu terug te sturen naar de gevangenis.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen, waarvan 43 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, passend en geboden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c en 285b van het Wetboek van zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4. is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <bridgehead role="italic">belaging</bridgehead>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 60 dagen, waarvan 43 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para />
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Gillesse, voorzitter, mr. M.E.I. Beudeker en <?linebreak?>mr. B.A.S.E. Maandag, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Heitzman, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 augustus 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>