<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:4039</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-06T09:31:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02/190499-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:4039">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:4039</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-06T08:53:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:4039 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-08-2021 / 02/190499-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:4039:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>beslissing op hoger beroep tegen bevel schorsing voorlopige hechtenis</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:4039:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <para>Strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummer	: 02-190499-21</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing van 3 augustus 2021 op het hoger beroep tegen de beschikking van de rechter-commissaris 22 juli 2021</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de strafzaak tegen de verdachte</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] , </para>
    <para>wonende te [adres] .</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Raadsman: mr. C.J. de Wit, advocaat te Vlissingen.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>De rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken, heeft tegen verdachte een bevel tot bewaring verleend en de voorlopige hechtenis van verdachte met onmiddellijke ingang geschorst bij bevel van 22 juli 2021. De officier van justitie is op 29 juli 2021 in hoger beroep gekomen tegen de beschikking tot schorsing van de voorlopige hechtenis.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder genoemde beschikking van de rechter-commissaris en de schriftuur hoger beroep van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in raadkamer van heden de officier van justitie, mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk, de verdachte en de raadsman gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De rechtbank is met de rechter-commissaris van oordeel dat er voldoende ernstige bezwaren zijn gerezen tegen verdachte. Daarmee is ook de door de rechter-commissaris aangenomen twaalfjaarsgrond met ernstig geschokte rechtsorde en het gevaar voor herhaling aanwezig. De eerstgenoemde grond brengt volgens vaste rechtspraak met zich mee dat van schorsing van de voorlopige hechtenis slechts sprake kan zijn bij bijzondere zwaarwegende, de persoon van verdachte betreffende omstandigheden op grond waarvan het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis, moet wijken voor het persoonlijk belang van de verdachte. Van die omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gebleken. De reclassering heeft bij rapport van 21 juli 2021 negatief geadviseerd over een schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte omdat geen mogelijkheden worden gezien om met voorwaarden en/of toezicht de risico’s te beperken. Er is volgens de reclassering onvoldoende zicht op de huidige psychische toestand van verdachte en de daaruit voortvloeiende gevaarsrisico’s voor zowel verdachte als zijn familie. Het risico op herhaling en het gevaar voor anderen en zichzelf kan niet worden ingeschat. De ambulante behandeling bij Emergis is niet afdoende gebleken. Het standpunt van de behandeld psychiater van verdachte ter zitting bij de rechter-commissaris maakt dit niet anders. Hoewel de beslissing van de rechter-commissaris gezien de zorgvraag van verdachte invoelbaar is, is de behandeling in Emergis in (een te) grote mate gebaseerd op een vrijwillig kader, hetgeen indruist tegen het belang dat met de gronden van de voorlopige hechtenis moet worden gediend. Daar komt bij dat Emergis inmiddels kenbaar heeft gemaakt dat de behandeling door Emergis op zeer korte termijn wordt stopgezet. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het hoger beroep van de officier van justitie gegrond en vernietigt de beschikking van 22 juli 2021 tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 3 augustus 2021 door mr. G.H. Nomes, voorzitter, mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en mr. E.F. Bethlehem, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van H.M. van Dijk, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>