<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:3760</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-14T11:06:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 19 _ 3987</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2023:570" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/sprongcassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Sprongcassatie: ECLI:NL:HR:2023:570</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:3760">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:3760</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-29T08:33:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:3760 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-07-2021 / AWB - 19 _ 3987</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:3760:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deze uitspraak is niet voorzien van een samenvatting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:3760:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Belastingrecht, enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer BRE 19/3987</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hersteluitspraak van 23 juli 2021</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van de rechtbank van 16 juli 2021 op het verzet en het beroep van:</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [belanghebbende]
        </emphasis>, gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>belanghebbende,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst,</emphasis>
      </para>
      <para>de inspecteur,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de minister van Justitie en Veiligheid</emphasis>
      </para>
      <para>de minister.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de uitspraak van 16 juli 2021 fouten bevat, die voor herstel in aanmerking komen. Deze fouten houden het volgende in:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>i) de uitspraak betreft niet enkel een uitspraak op verzet (zoals in de aanhef omschreven), maar ook een uitspraak op beroep als bedoeld in artikel 8:55, lid 10 van de Awb;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ii) de inspecteur is, in verband met het onder (i) genoemde, ten onrechte niet als partij aangemerkt in de aanhef van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>iii) de rechtsmiddelverwijzing is, in verband met het onder (i) genoemde, onjuist in die zin dat enkel is vermeld dat cassatie kan worden ingesteld bij de Hoge Raad, hetgeen onjuist is voor wat betreft de uitspraak op het beroep; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>iv) in de beslissing (het dictum) is niet opgenomen dat de rechtbank de inspecteur opdraagt een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen naar aanleiding van de terugwijzing van de rechtbank, zoals opgenomen in 4.1 van de uitspraak. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Herstel van deze fouten brengt mee dat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>i) de uitspraak van 16 juli 2021 mede dient te worden verstaan als een uitspraak op beroep als bedoeld in artikel 8:55, lid 10 van de Awb;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ii) de uitspraak van 16 juli 2021 dient te worden verstaan als een uitspraak waarbij de inspecteur ook als partij is aangemerkt;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>iii) het rechtsmiddel als volgt komt te luiden (de wijziging is vetgedrukt):</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Rechtsmiddel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline italic">Voor zover deze uitspraak ziet op het verzet:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">www.hogeraad.nl</emphasis>
          <emphasis role="italic">). </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2 - (alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	a. de naam en het adres van de indiener;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	b. de dagtekening;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> 	d. de gronden van het beroep in cassatie.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline italic">Voor zover deze uitspraak ziet op het beroep: </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold italic">2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold italic">a. de naam en het adres van de indiener;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">b. een dagtekening;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">d. de gronden van het hoger beroep.</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>( iv) het dictum als volgt komt te luiden (de wijziging is vetgedrukt):</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“De rechtbank:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">verklaart het verzet gegrond;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">verklaart het beroep gegrond;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">vernietigt de uitspraak op bezwaar;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold italic">draagt de inspecteur op een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen met inachtneming van deze uitspraak van de rechtbank;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 5.463;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">veroordeelt de minister tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 537;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 534;</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 345 aan deze vergoedt.”</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verbetert de hierboven vermelde fouten op de wijze zoals in overweging 1.2 omschreven en stelt vast dat de uitspraak aldus verbeterd moet worden gelezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze hersteluitspraak is gedaan door mr. drs. M.H. van Schaik, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. A. Krishnapillai, griffier, op 23 juli 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De rechter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>&lt;de griffier is verhinderd</para>
      <para>de uitspraak te ondertekenen&gt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Verder brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep of cassatie tegen de oorspronkelijke uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>