<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2021:3334</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-02T18:11:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 20_9466</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2021070814</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:3334">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:3334</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-05T11:18:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2021:3334 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-07-2021 / AWB- 20_9466</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2021:3334:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>NOW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2021:3334:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Breda</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 20/9466 NOW</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2021 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam eiseres] , te [naam woonplaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>gemachtigde: T. Kirmemis,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 7 september 2020 (primaire besluit) heeft de minister geweigerd aan eiseres een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (Now-2) toe te kennen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het besluit van 15 oktober 2020 (bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 16 juni 2021. Namens de minister was aanwezig mr. N. Regragui, werkzaam bij het UWV. Eiseres is niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 juni 2021 heeft eiseres nog gebeld met de mededeling dat zij twee datums door elkaar heeft gehaald en daarom niet verschenen is op de zitting. Eiseres heeft gevraagd om alsnog op zitting gehoord te worden. Dit verzoek is afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <bridgehead role="italic">Feiten</bridgehead>
    <para>1. Eiseres heeft verzocht om in aanmerking te  komen voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de Now-2. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het primaire besluit heeft de minister geweigerd een tegemoetkoming toe te kennen omdat eiseres te laat was met haar verzoek. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met het bestreden besluit is het bezwaar ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. In artikel 5, aanhef en onder d, van de Now-2 is bepaald, voor zover hier van belang, dat de subsidieverlening wordt geweigerd indien de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 10, tweede  lid, van de Now-2 is bepaald dat een aanvraag voor subsidie ingediend kan worden vanaf 6 juli 2020 tot en met 31 augustus 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Geschil</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. In geschil is of eiseres tijdig een aanvraag voor de Now-2 heeft ingediend. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt eiser</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. Eiseres voert aan dat zij tijdig het verzoek om tegemoetkoming op 7 juli 2020 digitaal heeft ingediend. Waarschijnlijk is er een storing geweest waardoor het verzoek niet is ingediend of niet is verschenen in de systemen. Direct na constatering van de ‘fout’ is een nieuw verzoek ingediend op 3 september 2020. Eiseres is van mening dat het onredelijk en onrechtvaardig is als zij door deze technische fout benadeeld wordt. Eiseres heeft verwezen naar het doel van de Now-regeling. Gelet op het doel zou enige coulance verwacht mogen worden.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt verweerder</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres het verzoek te laat heeft ingediend. Uit nader onderzoek in de systemen is niet gebleken van activiteit van eiser op 7 juli 2020 over de Now-2. De Now-2 kent geen hardheidsclausule. Er is daarom geen mogelijkheid om af te wijken van de bepalingen in de Now-2. Dat eiseres eerder wel een tegemoetkoming op grond van de Now-1 heeft ontvangen maakt dit niet anders. </para>
    <para>Met de brief van 9 juni 2021 heeft de minister nog een nadere toelichting gegeven op de digitale aanvraagprocedure. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>6. Uit de door de minister gegeven toelichting op de digitale aanvraagprocedure blijkt dat de Now-subsidie niet via het werkgeversportaal (met e-herkenning) kan worden aangevraagd. Er is een aparte aanvraagprocedure voor de Now-subsidie via een link op de UWV-website. Aan de door eiseres in bezwaar overgelegde uitdraai van de e-herkenningsinlogpagina komt daarom geen betekenis toe. Uit de gegeven toelichting en de door de minister overgelegde schermprint blijkt dat eiseres tijdens de aanvraagperiode van de Now-2 geen aanvraag heeft gedaan via het aparte aanvraagportaal voor de Now-2. Blijkens een overgelegde uitdraai uit een dossier van een andere onderneming heeft de minister duidelijk gemaakt dat ook een nog niet afgeronde aanvraag zichtbaar is in het systeem zodra een werkgever het loonheffingsnummer heeft ingevuld op het aanvraagportaal. Van een dergelijke niet afgeronde aanvraag door eiseres is in het systeem ook niet gebleken. Bij de verdere beoordeling zal de rechtbank er dan ook van uitgaan dat eiseres de aanvraag niet voor 1 september 2020 heeft ingediend. Pas op 3 september 2020 heeft de minister een brief van eiseres ontvangen waaruit blijkt dat zij in aanmerking wil komen voor een Now-2 subsidie. Deze brief kan dan aangemerkt worden als eerste aanvraag. Niet in geschil is dat deze aanvraag te laat is. </para>
    <para />
    <para>7. Nu eiseres niet tijdig de aanvraag heeft ingediend heeft het UWV de aanvraag van eiseres op goede gronden afgewezen. De Now-regeling kent geen hardheidsclausule zodat het verzoek van eiseres om coulance ook niet kan worden gehonoreerd. </para>
    <para />
    <para>8. Gelet op wat hiervoor is overwogen zal het beroep ongegrond worden verklaard. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 1 juli 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>